Ficq heeft 'begrip' voor kritiek op IRT-rapportage

AMSTERDAM, 13 NOV. De Amsterdamse procureur-generaal Ficq heeft begrip voor de kritiek van de Tweede Kamer op zijn rapportage over het functioneren van leden van het openbaar ministerie tijdens de IRT-affaire.

Ficq, die in opdracht van minister Sorgdrager (Justitie) over een aantal officieren en hoofdofficieren oordeelde, zegt desgevraagd dat hij zich tijdens het schrijven van zijn conclusies heeft “gerealiseerd dat er een verschil was met de bevindingen” in het rapport van de commissie-Van Traa. “Tegelijkertijd hebben de feiten mij naar deze uitkomst geleid.”

De commissie-Van Traa velde een hard oordeel over het functioneren van het openbaar ministerie in Haarlem, waar vele containers met verdovende middelen in het criminele milieu verdwenen ten behoeve van een opsporingsonderzoek. Ficq concludeerde in zijn rapport voor Sorgdrager dat het OM in Haarlem “bovengemiddeld zorgvuldig” was geweest in zijn begeleiding van de politie. De minister nam zijn conclusies over.

“Ik kan me de kritiek in de Kamer heel goed voorstellen”, zegt Ficq. “Ik ben ook een Nederlander. Ik kan me goed voorstellen dat de Kamer opkeek omdat ik meer naar de ambtenaar-rechtelijke kant van de zaak heb gekeken. Het was niet anders. Ik heb daar ook verantwoording voor afgelegd. Ik denk dat ik als procureur-generaal de situatie ken waarin officieren en hoofdofficieren op dat moment moesten functioneren en daardoor tot een zuiver oordeel kon komen over de vraag in hoeverre hen enig verwijt treft. De minister heeft de Kamer geschreven dat een orgaan, waarvan zorgvuldigheid jegens burgers wordt gevergd, ook zelf zorgvuldig moet worden behandeld.” Met haar verdediging van de conclusies in de Kamer heeft de minister daar inhoud aan gegeven, aldus Ficq, die “veel waardering” heeft voor de Sorgdragers verdediging.

Het Kamerlid Van Traa (PvdA) heeft gisteren voor een motie van de oppositie gestemd waarin het plan van aanpak van Sorgdrager en Dijkstal wordt afgekeurd. Van Traa was het enige Kamerlid van de coalitie die voor de motie stemde. Het CDA diende de motie vorige week in tijdens het slotdebat over de IRT-affaire. Hoewel PvdA en VVD het in grote lijnen eens waren met de inhoud van de motie wilden zij die niet overnemen. Er was geen meerderheid voor de motie.

Van Traa kondigde gisterochtend aan zich als oud-voorzitter niet te kunnen distantiëren van de strekking van de motie, dat een nieuwe start moest worden gemaakt om het gezag en het vertrouwen in politie en justitie te herstellen. De lijn van de PvdA in het debat is voortdurend door de hele fractie gedragen.

    • Rob Schoof