Eeuwhonger

Eeuwhonger, zo karakteriseerden Koot en Bie zondagavond 'de lust van beleidsmakers om zich de 21ste eeuw toe te eigenen'. Politici en ondernemingen verliezen elke bescheidenheid en soms ook realiteitsgevoel als ze de burgers voorhouden hoe ze bij uitstek in staat zijn hen veilig de komende eeuw in te leiden.

Staatssecretaris Vermeend (Financiën) constateerde tijdens de perspresentatie van de Miljoenennota dat we met het huidige belastingstelsel echt niet meer de volgende eeuw in kunnen. Lapwerk biedt zijns inziens ook niet langer soelaas. De bewindsman wil daarom een geheel nieuw stelsel ontwerpen - 'voor de 21ste eeuw'.

Zo'n uitspraak afkomstig van Vermeend moet niet te licht worden genomen. Dezer dagen jaagt hij een verbluffende hoeveelheid, soms zeer ingrijpende belastingwijzigingen in sneltreinvaart door het parlement. Daar zitten onderwerpen tussen die al jaren een voortslepend probleem vormden zoals de belastingheffing over het profijt van grote aandelenpakketten en de aftrekbaarheid van steekpenningen. De Tweede Kamer voelt deze ijlwetgeving door haar vingers glippen zonder dat zij op alle aspecten ervan greep kan krijgen. Daarom schrokken de Kamerleden zich rot toen Vermeend aankondigde dat hij al aan het begin van de komende zomer klaar is met het uitdenken van het nieuwe stelsel. Het zou dan mooi tijdens de daaropvolgende jaarwisseling ingevoerd kunnen worden. Snel nam de Kamer een motie aan waarin zij Vermeend op het hart drukt eerst een discussiestuk te produceren voordat er een kant en klaar wetsvoorstel naar de Kamer gaat.

De ervaring leert namelijk dat de Kamer aan handen en voeten is gebonden als een belastingwijziging is verwerkt in de begroting van het komend jaar. Een Kamerlid dat zelfs maar de kleinste verandering wil, moet aangeven welke andere begrotingspost moet sneuvelen om de kosten te dekken. Zo kun je niet omgaan met een nieuw belastingstelsel.

Ondertussen staat er wel flinke druk op de ketel nu ook Duitsland een ingrijpende hervorming inzet. Die kan leiden tot een maximumtarief voor de inkomstenbelasting van 35 procent, waar wij nog het 60 procentstarief hanteren. Het ligt in navolging van het Duitse model voor de hand dat ook de Nederlandse stelselwijziging wordt uitgesmeerd over een periode van vijf of zes jaar. Schokeffecten blijven zo minimaal. Als veranderingen al ver van te voren duidelijk zijn, is er minder ruimte voor een zenuwslopende geruchtenstroom die bedrijven en particulieren op stang jaagt. Bovendien is een ingrijpende wijziging maatschappelijk meer aanvaardbaar naarmate de eerste effecten verder in de toekomst liggen.

Wat gaat er zoal veranderen? De laatste Miljoenennota geeft alvast de hoofdlijnen. De regering constateert dat kapitaal en vermogen mobiel zijn. Als het fiscale klimaat een Nederlandse belegger in Nederland niet bevalt, is zijn geld zo over de grens. In een reactie op dat ontwijkgedrag legt het kabinet zulke beleggers in de watten. Weg met de vermogensbelasting en omlaag met de belasting over rente of dividend. Niet-verplaatsbaar vermogen zoals een huis is noodzakelijkerwijs de klos. Dus misschien komt er inderdaad een belasting over de verkoopwinst van onroerende zaken zoals D66-woordvoerster Francine Giskes bepleit.

De belastingen die op arbeid drukken, nekken onze internationale concurrentiepositie. Die moeten dus omlaag, zeker nu dat in Duitsland ook gebeurt. Maar de schatkist snakt onverminderd naar inkomsten. De belastingen op consumptie, zoals de btw, gaan dus omhoog. Dat geldt ook voor andere belastingen die men niet kan ontlopen, zoals die bij overlijden of overdracht van een huis. Overal waar de (hogere) belastingdruk leidt tot fiscale emigratie of ongerief voor het bedrijfsleven, worden uitzonderingen gemaakt. Belastingheffing wordt voor de volle 100 procent een beleidsinstrument. Het paarse kabinet stapt af van de onder meer door het CDA altijd gekoesterde gedachte dat de belastingheffing voor iedereen gelijk moet zijn. Wie zich politiek correct (milieuvriendelijk, werkgelegenheid scheppend) gedraagt, betaalt minder. Net zo goed als degenen die geen zin hebben belasting te betalen en zich makkelijk aan de belastingdruk kunnen onttrekken.

De rekening wordt in de 21ste eeuw gepresenteerd aan degenen die hun belastingdruk niet kunnen ontlopen of op anderen kunnen afwentelen. Dat zijn bijvoorbeeld de ambtenaren en gepensioneerden. Verder komt alle plaatsgebonden consumptie zwaar onder vuur te liggen. De effecten zijn te merken bij zulke uiteenlopende zaken als frisdranken en woningen. Kort na de oorlog ontwierp PvdA-minister Hofstra een nooit ingevoerd socialistisch belastingstelsel. Aan het eind van de eeuw maakt de PvdA staatssecretaris Vermeend meer kans met een opportunistisch stelsel.