Doel conferentie nu om Egypte omhoog te stoten

Gisteren werd in Kairo de derde Economische Conferentie van het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA-3) geopend. Israel is niet meer in de gratie, Egyptes doel is nu de eigen economie te bevorderen.

Begin september spraken president Mubarak van Egypte en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Amr Moussa, openlijk hun twijfel uit over zin en nut van de derde Economische Conferentie van het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA-3) die gisteren dan toch in Kairo werd geopend.

Zij vonden dat die conferentie maar beter niet kon doorgaan als er in het Arabisch-Israelische vredesproces niet snel duidelijke voooruitgang zou worden geboekt. Misschien moest MENA-3 worden uitgesteld of Israel niet worden uitgenodigd. “Een economische conferentie, waaraan Israel deelneemt, terwijl Netanyahu het vredesproces om zeep helpt en de Palestijnen laat verhongeren, is hetzelfde als een trouwpartij organiseren tijdens een begrafenis”, zei nog eergisteren een tegenstander van de dan ook zwaar bewaakte bijeenkomst.

De Egyptische overheid nam haar besluit om MENA-3 toch te laten doorgaan en ook Israel daarvoor uit te nodigen na verhitte discussies en Amerikaanse druk. De overheersende gedachte was uiteindelijk dat MENA-3 op regionaal gebied weinig tot niets kan bewerkstelligen - en dus Israel niet kan bevoordelen. Want de groeiende angst in de regio dat er eerder oorlog dan vrede in zicht is, vormt geen aansporing voor investeerders om hun geld te steken in regionale joint-ventures die Israel ten goede komen.

Daarentegen biedt MENA-3 Egypte een uitmuntende gelegenheid om zich te profileren en als nationale groeimarkt buitenlandse investeringen aan te trekken - zeker nu de door het IMF geëiste privatisering van onrendabele overheidsinstellingen iets beter loopt dan voorheen en de macro-economische gegevens gunstiger zijn. Daarom lobbiede een deel van het Egyptische bedrijfsleven voor het houden van MENA-3. Nadat de beslissing was gevallen, onderstreepte president Mubarak nog eens het nationale belang: “Deze conferentie wordt niet gehouden voor Israel. Wij hebben de belangrijkste ondernemingen in de wereld gevraagd deel te nemen en de ontwikkeling in Egypte te zien.”

Tegelijkertijd werd besloten politieke kwesties van de conferentie weg te houden en zich puur op de economie te concentreren. 'Politieke kwesties' hielden in - zonder dat dit met zoveel woorden werd gezegd - dat contacten en nieuwe projecten met Israel geschuwd moesten worden, tenzij de Egyptische belangen anders voorschreven, zoals bij voorbeeld op het gebied van regionaal toerisme, waar Israel, wegens zijn locatie, niet omzeild kan worden.

Daarmee is MENA-3 een totaal andere conferentie dan haar beide voorgangers - die van Casablanca in 1994 en die van Amman vorig jaar oktober. Daar baseerden vele deelnemers zich nog op het ideeëngoed van de Israelische ex-minister van Buitenlandse Zaken, Shimon Peres. Hij wilde Arabische en buitenlandse investeerders ertoe bewegen hun kapitalen naar het Midden-Oosten te brengen. Met gemeenschappelijke projecten in de regio zouden Israelische, Arabische en Westerse industriëlen, dienstverleners, banken en regeringen hun krachten bundelen - en zo van het hele gebied een 'Nieuw Midden-Oosten' maken. Een Midden-Oosten, waarin Israel geïntegreerd en de betrekkingen tussen Israel en de Arabische wereld op economisch, politiek en cultureel niveau 'genormaliseerd' zouden worden. In zo'n omgeving zou Israel bezet Arabisch gebied kunnen opgeven, omdat het zich niet langer permanent zorgen over zijn veiligheid hoefde te maken.

De toekomstvisie van Peres sloeg aan in het Westen, maar bepaald niet in Egypte en al helemaal niet in Syrië. In Kairo vreesde men dat het op economisch gebied reeds tienmaal zo sterke Israel het Nieuwe Midden-Oosten zou overheersen. Israel - zo was de overtuiging die door de intellectuelen en de media voortdurend werd verkondigd en door de regering bepaald niet werd tegengesproken - zou dankzij de steun van zijn Amerikaanse bondgenoot Egypte militair, en nu ook economisch domineren. Daardoor zou Egypte in dit Nieuwe Midden-Oosten “zijn natuurlijke rol van Leider van de Arabische Wereld” verliezen.

Die sombere verwachtingen gingen een eigen leven leiden toen Israels premier, Yitzhak Rabin, in l993 een principe-akkoord sloot met PLO-leider Arafat over vrede, en het jaar daarop een 'warme vrede' met koning Hussein van Jordanië. Dat gebeurde allemaal zonder bemoeienis of voorkennis van Kairo, terwijl juist Egypte sinds eind 1977 had gepredikt dat de Arabische wereld vrede met Israel moest sluiten en zelf het voortouw had genomen.

Jarenlang was datzelfde Egypte opgetreden als vredesmakelaar om nu te constateren dat niet alleen de PLO en Jordanië op eigen houtje tot overeenstemming met Israel waren gekomen, maar dat ook andere Arabische landen, als Marokko, Tunesië, Qatar en Oman, zonder tussenkomst van Kairo met Israel wilden samenwerken. Het was een onverdraaglijk toekomstbeeld. En het versterkte de vrees dat Egypte 'gemarginaliseerd' dreigde te worden. De droom van Shimon Peres werd de nachtmerrie van Hosni Mubarak en velen van zijn onderdanen.

In een vraaggesprek vorig jaar augustus met de Israelische krant Ma'ariv verzocht de Egyptische president Peres dan ook om niet langer in het openbaar over het Nieuwe Midden-Oosten te praten. Hij vroeg de correspondent van Ma'ariv: “Leg mij eens uit: wat is een nieuw Midden-Oosten? Als het om vrede en samenwerking gaat, is het okay. Maar de mensen zeggen dat Israel de sterkste staat in de regio wil zijn en de economie wil controleren. Dergelijke woorden maken alle landen in de regio bevreesd. Het wederzijdse vertrouwen gaat verloren. Misschien is het beter als jullie deze ideeën voor je houdt en niet probeert de vrede te versnellen. Het is beter vertrouwen op te bouwen dan twijfel over de toekomst te zaaien.”

Peres was de laatste om zich dat advies ter harte te nemen. Hij probeerde in tegendeel zichzelf en een steeds sceptischer Israelische publieke opinie van zijn gelijk te overtuigen. Dus zei hij vorig jaar op de tweede MENA-conferentie van Amman ten overstaan van een groot aantal Arabische journalisten: “Jullie, Arabieren, hebben de macht van de olie, wij de macht van onze hersens.” En hij roemde de grote kwaliteiten van de Israelische landbouw: “Wij kunnen tomaten kweken zo groot als Toyota's.” Het was geen taal die zijn toehoorders verrukte. Tijdens diezelfde top beschuldigde Amr Moussa in het openbaar “sommige Arabische staten” (maar iedereen wist dat hij Jordanië op het oog had) dat zij “met onbetamelijke haast” vredesakkoorden met Israel nastreefden.

Vorig jaar maart zei Amr Moussa in een vraaggesprek: “De nieuwe regionale orde wordt niet slechts gedicteerd door hetgeen alleen de Israeliërs willen. Egypte zal niet eindeloos de brave jongen spelen die op alles ja zegt.” Vervolgens lanceerde hij een directe aanval op Peres: “Wij hebben sinds de laatste internationale conferentie van Casablanca de indruk dat Israel over het vredesproces heen wil springen (..) Prioriteit aan de economie verlenen, alsof de vrede afhangt van joint-ventures of het aanleggen van wegen, gaat uit van een zeer oppervlakkige visie (..)” Vier maanden later legde hij uit hoe die vrede er dan wèl uit moet zien. “Echte vrede in het Midden-Oosten kan uitsluitend worden bereikt als Israel geïntegreerd is in de regio, die historisch en cultureel gezien Arabisch is (..) Wat wij moeten doen, is Israel inlijven in de samenleving. Wat wij niet moeten doen, is die samenleving bij Israel inlijven en aan Israel de leiding over die samenleving geven.”

Het was een visie, die al ten tijde van wijlen president Sadat werd verkondigd, maar door de Egyptische diplomatie nauwelijks aan het Westen kon worden verkocht toen Rabin en Peres tot daadwerkelijke concessies aan de Arabieren bereid bleken te zijn. De komst van Netanyahu, wiens woorden en daden diep wantrouwen in het Westen hebben gewekt, heeft deze Egyptische problemen aanzienlijk verlicht.

Een opgeluchte Amr Moussa kon dan ook een paar dagen geleden melden dat de economische conferentie in Kairo “de verkeerde indruk corrigeert” van haar voorgangers in Casablanca en Amman. “Israel is alleen maar een land in de regio en niet het centrum voor economische samenwerking”, zei hij. Waarmee de toon is gezet en de sfeer gecreëerd voor MENA-3 - in naam een regionale samenwerkingsconferentie, in werkelijkheid een conferentie om de Egyptische economie in de vaart der volkeren op te stoten.