De toeschouwer als regisseur

Tweede Internationaal Improvisatiefestival: t/m 17 november in de Bovenzaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg; res. 020-6242311. Meer informatie over theatersport kunt u krijgen bij de Theatersport Vereniging Amsterdam: 020-6795096.

In de kleine zolderzaal hangt een geur van zweet en spanning. Koppen lopen vuurrood aan en voeten stampen: dit wordt geen gewoon theateravondje maar een harde wedstrijd, met een partijdig publiek en een grasmat. De amateurteams die het hier tegen elkaar zullen opnemen moeten net zo snel te werk gaan als professionele voetballers. Mist iemand ook maar één voorzet, dan bederft hij het hele spel.

Theatersport komt neer op keihard werken. Tijdens de maandenlange training die aan een wedstrijd voorafgaat leren de spelers op hun intuïtie te vertrouwen èn op beproefde technieken, opdat zij op de speelvloer spontaan hun gang gaan en intussen toch nauwlettend de tactiek van de tegenstander in de gaten houden.

Op de eerste avond van het Tweede Internationaal Improvisatiefestival gisteren in Amsterdam speelt Zweden tegen de Verenigde Staten. Terwijl het team uit San Francisco volgens voorschrift uit vier acteurs bestaat zijn de Stockholmers maar met z'n drietjes. Dat nadeel proberen zij te compenseren door de jury met cadeaus te paaien. Meer dan een appel nemen de rechters echter niet aan en ze trekken er een zuur gezicht bij. De lage cijfers die zij geven, voor de onderdelen improvisatietechniek en inhoud en amusementswaarde van de scènes, lokken op de tribune stormen van verontwaardiging uit.

Een protest dat net zo spontaan lijkt als de actie op de Bühne maar dat in werkelijkheid al even nauwkeurig is voorbereid. Want de natte sponzen waarmee we de jury mogen bekogelen zijn van tevoren uitgedeeld. Het spelletje gaat als volgt: het ene team daagt het andere uit met een opdracht, someone new in a place bijvoorbeeld. En dan vragen de acteurs ons naar een emotie. Goed, dit keer wordt het sadness. De pianist zet een droevig muziekje in en de Amerikanen, die het eerst aan de beurt zijn, ontwikkelen een fantastische soap, een tragische liefdesscène tussen een mooie vrouw en een gangster.

Een geliefde bezigheid in de zaal is het aandragen van titels. Lost in the Storm, Maybe Later, The End is Coming Soon: al deze mini-drama's ontstaan bij de gratie van suggesties die wij als mitrailleurvuur op de spelers afschieten. Steeds lastiger worden de opdrachten en het moeilijkst is misschien wel de musical waarbij uiteraard ook gezongen dient te worden, het liefst op rijm en voorzien van een ter zake doende tekst. Rode rozen vallen voor de voeten van een al wat oudere man met een onvaste maar innemend-melancholieke stem. Weer stelen de Amerikanen de show. Hun spel is realistisch, scherp en gevat en we geloven onmiddellijk dat ze hun oneliners ter plekke verzinnen.

De Zweden reageren trager en hun sterke kant is niet de dialoog maar gestileerd en absurdistisch bewegingstheater. Na de pauze mogen de winnaars, uitverkoren door jury èn publiek, alleen het toneel op om een paar vrije impro's ten beste te geven. Soeverein schakelt het viertal uit San Francisco (af en toe bijgestaan door een paar Amsterdammers) van scène naar scène en rol naar rol. We zien een landkapitein, een zwangere heer, een zuigeling van tachtig kilo en een naakte acteur die toch gekleed is. Something that makes you happy, roepen de Amerikanen naar het publiek, dat prompt chocolates! terugbrult. Waarop de podiumkunstenaars in een lied uitbarsten met het hitgevoelige refrein Eat me, I'm made of chocolate.

We verlaten de zaal energieker dan we erin zijn gekomen, vast van plan om de volgende keer zelf het toneel op te springen.

    • Anneriek de Jong