Welvaren Russische charitas leidt tot grof geweld

MOSKOU, 12 NOV. Voordat hij zondag op een Moskouse begraafplaats werd opgeblazen, gold de dertigjarige Afghanistan-veteraan Sergej Trachirov als een 'Nieuw-Russisch' succesverhaal. Van oorlogsinvalide had hij zich opgewerkt tot zakenman. Zijn dood, zondag, bij een bomaanslag die twaalf of dertien levens eiste, heeft de aandacht gevestigd op een typisch aspect van het huidige Rusland: liefdadigheidsinstellingen die zijn veranderd in miljoenenondernemingen.

Trachirov begon bescheiden, zo vertelde hij een maand geleden The Moscow Times. Hij was in 1986 met een beschadigde rug uit Afghanistan teruggekomen. Het was al een wonder dat hij met behulp van krukken weer enigszins kon lopen. In zijn geboortestad Samara, zeshonderd kilometer ten zuidoosten van Moskou, begon hij jachttrofeeën te verkopen: de opgezette kop van een wild zwijn of een beer.

Hij deed dat samen met enkele strijdmakkers uit Afghanistan, mannen die na hun gezamenlijke oorlogservaringen een blind vertrouwen in elkaar hadden. De groep breidde zich uit en de activiteiten eveneens: met behulp van onderdelen uit tv-toestellen werden neon-reclames geproduceerd. Daarna kochten de veteranen met korting legertrucks en gingen ze in transport.

Het doel was elkaar te helpen, vooral die veteranen die aan de oorlog trauma's of verwondingen hadden overgehouden, vertelde Trachirov. In 1991 gaf hij zijn groep een officiële vorm: het Russische Fonds voor Invaliden uit de Oorlog in Afghanistan. Het fonds kreeg vanwege de ideeële doelstelling vrijstelling van belasting. De zaken ontwikkelden zich vervolgens voorspoedig. Verzorgden de veteranen aanvankelijk het transport voor twee bouwondernemingen, een jaar later namen ze die al over. In Samara staan nu gloednieuwe flats, speciaal gebouwd voor de gezinnen van oudstrijders.

De activiteiten breidden zich ook in geografische zin uit. Veteranen elders namen het idee over en inmiddels telt het fonds zestig afdelingen. De regels zijn eenvoudig. Elke afdelingsbestuur heeft recht op tien procent van de winst die bedrijven van veteranen onder de paraplu van het fonds maken. Het geld is bestemd voor gezondheidszorg, aanvulling op pensioenen en andere voorzieningen voor oudstrijders.

De doorbraak kwam in december 1993, toen president Boris Jeltsin besloot liefdadigheidsinstellingen ook vrij te stellen van importheffingen. Met opbrengst uit de invoer van bijvoorbeeld alcohol en sigaretten, zo was het idee, zouden kwetsbare groepen voorzieningen voor hun leden kunnen treffen die de overheid niet meer kon betalen. Het bekendst was de Nationale Sportstichting, die het op zich nam noodlijdende sportclubs te steunen. De Russisch-orthodoxe kerk stond op de lijst, en ook het Russische Fonds voor Invaliden uit de Oorlog in Afghanistan.

Wat er daarna is gebeurd weet niemand precies. Zichtbaar was dat de prijs van een pakje Marlboro in de Moskouse kiosken daalde tot anderhalve gulden. Geïmporteerde wodka werd zo goedkoop, dat anti-vries voor de auto niet langer werd gedronken als surrogaat-alcohol, maar dat omgekeerd wodka werd gebruikt als anti-vries. Hoorbaar waren geruchten dat zelfs bekende buitenlandse fabrikanten contracten sloten met liefdadigheidsorganisaties om hun produkten belastingvrij in de winkels te krijgen. Controleerbaar was er weinig: de betrokkenen deden geheimzinnig over hun activiteiten die, zou men kunnen zeggen, op de grens waren van legaal en illegaal.

In maart 1995 besloot Jeltsin op aandringen van de toenmalige vice-premier voor economische hervormingen, Anatoli Tsjoebais - nu Jeltsins stafchef - de voorrechten weer af te schaffen. Volgens Tsjoebais scheelden ze de staatskas te veel belastinginkomsten. Alleen al de Nationale Sportstichting zou een omzet maken van vijf miljard dollar per jaar.

Maar de sportstichting werd geleid door een vriend en tennisleraar van Jeltsin, later minister van Sportzaken, Sjamil Tarpistsjev. Ook de chef van Jeltsins lijfwacht Aleksandr Korzjakov speelde er een rol. Trachirov was inmiddels opgeklommen tot adviseur van de president over alles wat met oorlogsveteranen van doen had. Geen mannen die zich hun privileges zomaar laten afpakken. Eerst verlengde Jeltsin ze derhalve tot juli 1995, daarna kregen de fondsen uitstel van belastingbetaling en ook nu, een jaar later, is niet precies bekend welke vrijstellingen zijn afgeschaft en welke nog bestaan.

De stichtingen zelf zijn in elk geval niet afgeschaft. Het fonds van Afghanistan-veteranen heeft 120 miljoen dollar in kas, zo meldden bronnen in het ministerie van Binnenlandse Zaken gisteren. “Deze organisaties besteden twee tot vijf procent van hun inkomsten aan hun officiële activiteiten, de rest gaat naar bandieten”, zei de miljonair-politicus Konstantin Borovoj. Het parlement heeft inmiddels een onderzoek gelast.

Of er bandieten bij zijn betrokken of niet, binnen de organisaties blijken meningsverschillen regelmatig uit te lopen op geweld. In juni van dit jaar werd de directeur van de Nationale Sportstichting neergestoken. De voorzitter van het Afghanistan fonds, een vriend van Sergej Trachirov, was al op 10 november 1994 met een bom vermoord. Trachirov nam toen zelf het voorzitterschap op zich.

Afgelopen zondag kwamen Trachirov, familie en vrienden bijeen bij het graf van de twee jaar geleden vermoorde voorzitter om hem te gedenken. Toen waren ze zelf aan de beurt. Een krachtige explosie wierp sommige aanwezigen vijftig meter weg. Trachirov was op slag dood.