'Voedsel vooral probleem nationale overheden'

DEN HAAG, 12 NOV. Premier Kok en bisschop Muskens van Breda namen gisteren plaats aan een 'wereldtafel' op het Binnenhof. Ongeveer 1200 kinderen boden daar servetten aan die moeten symboliseren dat er voor elke wereldburger een plaats aan de eettafel moet zijn. Kok zal er één meenemen naar de voedseltop deze week in Rome. Daar zullen de leiders van de wereld het 'voedselprobleem' weer op de politieke agenda proberen te zetten.

De wereld heeft in principe geen tekort aan voedsel, maar de verdeling is dusdanig scheef dat ruim 800 miljoen mensen lijden aan voedselgebrek. De voornaamste oorzaken van het voedselgebrek ontstaan door een gebrek aan middelen om voedsel te kopen of te verbouwen.

De Nederlandse regering vindt de voedselzekerheid van de burgers in de eerste plaats de zorg van de nationale overheden, zo blijkt uit de 'Voedselnotitie' die minister Van Aartsen (landbouw, natuurbeheer en visserij) vorige maand naar de Tweede Kamer stuurde. Dat vereist voor ontwikkelingslanden een stabiel economisch beleid, dat gericht moet zijn op een economische groei. De wereldbevolking zal dusdanig groeien dat een verdubbeling van de voedselproduktie de komende dertig jaar nodig is. Daarbij gaat het volgens Nederland om drie sleutelbegrippen: duurzaamheid, produktietoename en gelijkwaardige toegang.

Premier Kok, minister Van Aartsen en minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) zullen deze week in Rome de Wereldvoedseltop bijwonen. Kok noemde een paar weken geleden op de Landbouwuniversiteit in Wageningen de bevolkingsgroei “de moeder van alle problemen”.

Volgens H. van der Meulen, secretaris van de Stichting Landbouw en Eetcultuur Nederland (LACUNE), gaf Kok een tweeledige boodschap. “Aan de ene kant is dat een uiting van bezorgdheid, maar aan de andere kant betekent dat kassa voor Nederland, dat zijn overschotproduktie gemakkelijker kwijt kan. De bulk van het voedsel zal voor de arme mensen zijn, terwijl het goede spul in Europa blijft”, meent Van der Meulen.

De ontwikkelingslanden leggen de nadruk bij het oplossen van het voedseltekort op produktieverhoging en op het verbeteren van de technologie. Daarbij moeten ze hulp krijgen van het Westen. De Nederlandse regering vindt voedselzekerheid in de eerste plaats de zorg van de nationale overheden. “De verantwoordelijkheid voor zekerheid van voedsel mag en kan niet worden overgenomen door de internationale gemeenschap. Rijke landen dienen bij hun consumptie rekening te houden met de belangen van minder ontwikkelde landen. In ieder geval is een verdere liberalisering van de wereldhandel nodig die de produktie en handel stimuleert”, aldus minister Van Aartsen. Volgens Van Aartsen zal overigens een algehele herstructurering van de Verenigde Naties er toe moeten bijdragen dat één organisatie binnen de VN zich met voedselproblematiek bezig zal houden.

N. Koning, universitair docent agrarische economie aan de universiteit in Wageningen, zet zijn vraagtekens bij een verdere liberalisering van de wereldhandel. “Wat we zien is dat de prijzen van voedsel weliswaar wat stabieler worden, maar een probleem is bijvoorbeeld dat het gebruik van kunstmest in Afrikaanse landen terugloopt. Dat zal een bodemuitputting tot gevolg hebben. Je zal dan ook de prijs van kunstmest economisch aantrekkelijk moeten maken.”

Volgens Van der Meulen wordt er nog teveel gedacht volgens het handelsbelang en is liberalisering gebruikt als een “gespeeld argument”. “De landen weten heel goed wat ze onderling afspreken, de zogenaamde liberalisering valt in de praktijk vaak enorm tegen”, meent de secretaris van LACUNE.

Er moet volgens Van der Meulen een duidelijk systeem worden ontwikkeld waarbij traceerbaar is waar hetgene dat je eet vandaan komt. “Op termijn is eerlijkheid en gedegenheid het belangrijkste. Als je ontdekt dat er iets mis met voedsel, dan ben je al te laat. Dat hebben we met de gekke-koeienziekte kunnen zien.”

Op de komende Wereldvoedseltop zal verdubbeling van de wereldvoedelproduktie in de komende dertig jaar centraal staan. Nederland staat achter dit streven, maar stelt als voorwaarde dat die verdubbeling duurzaam gebeurt. Volgens de voorzitter van de overkoepelende Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO), G. Doornbos, is vooral de toegankelijkheid van voedsel van belang. Volgens hem moet er naast allerlei vage goede bedoelingen ook werkelijk getracht worden iets te bereiken. “Wij zijn met minister Pronk bezig om te zien of hij bereid is organisaties hier te steunen hun ervaring te laten overdragen in de ontwikkelingslanden. Het ambitieniveau op zo'n top is vrij hoog, maar je moet eigenlijk daadwerkelijk iets proberen te bereiken. Wij hebben als Europa ook de verplichting om anderen een kans te geven”, aldus Doornbos.