Twijfel Melkert over AOW-spaarplan

DEN HAAG, 12 NOV. Minister Melkert (Sociale Zaken) gaat bestuderen of een speciale spaarrekening voor de toekomstige financiering van de AOW mogelijk is zonder afbreuk te doen aan de werkgelegenheidssituatie. Dit zei Melkert gisteren tijdens een overleg met de Tweede Kamer.

Melkert heeft twijfels over de door de coalitiepartijen PvdA, VVD en D66 voorgestelde spaarrekening. Door geldmiddelen af te zonderen voor een speciaal doel - financiering van de AOW-lasten in de toekomst - nemen de mogelijkheden om dit geld voor andere doelen, bijvoorbeeld werkgelegenheidsbeleid, in te zetten af, aldus Melkert.

“Op dit moment zitten we in een fase waarin het met de werkgelegenheid redelijk staccato gaat”, aldus de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, “maar ik vind dat toch fragiel.” Door de arbeidskosten te verlagen en te investeren in werkgelegenheid bevorderende maatregelen wordt volgens Melkert het toekomstige draagvlak voor de oudedagsvoorziening verstevigd.

De minister vindt het moeilijk om te zeggen wanneer het met de werkgelegenheid zo goed gaat, dat er ruimte is om te investeren in een AOW-spaarfonds of -spaarrekening.

Melkert waarschuwt ervoor “alles wettelijk te willen vastleggen”. Melkert: “Dat kan een enorme rigiditeit meebrengen als je niet uitkijkt”. Staatssecretaris F. de Grave (Sociale Zaken) sprak tijdens hetzelfde overleg over de ouderdomsvoorzieningen tegen dat het kabinet op het punt van de aanvullende pensioenen zou streven naar versobering. “Het hoeft allemaal niet veel goedkoper”, aldus De Grave. Volgens De Grave blijven de aanvullende pensioenen “een zaak van sociale partners”.

De staatssecretaris weersprak hiermee de kritiek van onder meer het CDA dat het kabinet zich te veel zou bemoeien met het CAO-overleg door te kiezen voor een zogeheten middelloon-pensioen. Dat is een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld over de dienstbetrekking verdiende inkomen. Dit middelloon-pensioen is nu nog in de minderheid, zo liet De Grave weten. Van de deelnemers aan pensioenfondsen heeft 63,8 procent een pensioen dat is gebaseerd op het laatst verdiende salaris voorafgaande aan de pensioendatum.

De Grave ziet het systeeem van middelloon “niet als een nieuw dogma”, zo liet hij weten. Maar er zijn volgens hem wel “belangrijke argumenten om dat systeem te beschouwen als superieur aan het bestaande”. Op het moment dat sociale partners kiezen voor goedkopere vormen van middelloon pensioen houden zij volgens De Grave loonruimte over om naar eigen keuze ergens anders aan te besteden. Het kan daarbij gaan om direct loon, maar ook om verlaging van de AOW-inbouw in het pensioen, de zogeheten franchise.

Op deze verlaging van de franchise was onder meer aangedrongen door PvdA-Kamerlid J. van Zijl en D66-Kamerlid A. Schimmel. Een lagere franchise heeft tot gevolg dat eerder wordt begonnen met het opbouwen van een aanvullend pensioen. Daarvan profiteren onder meer werkende partners en alleenstaanden. Door de huidige systematiek worden deze groepen benadeeld, zo menen PvdA en D66.

De sociale partners krijgen de ruimte om andere oplossingen aan te dragen voor de door het kabinet geschetste pensioenproblematiek. Die houdt in dat de premies voor aanvullende pensioenen bij ongewijzigd beleid in de toekomst sterk oplopen.

Het gevaar bestaat dat werknemers deze hogere loonkosten afwentelen op de werkgever door het stellen van hogere looneisen. Ook over de fiscale tegemoetkoming van pensioenregelingen valt met het kabinet nog te praten.