Toneelstuk van Geerlings over Wagner, Cosima en Nietzsche; Een bizarre driehoeksverhouding

Voorstelling: Heden toekomstmuziek van Erik-Ward Geerlings door Onafhankelijk Toneel. Regie: Mirjam Koen; decor: Gerrit Timmers; zang: Bernard Loonen; piano: Maarten Hillenius; spel: Bert Luppes, Joke Tjalsma, Ferdi Janssen, José Kuijpers, Antoinette Jelgersma, Ton Lutgerink. Gezien: 11/11 Theater a/d Müllerpier Rotterdam. Aldaar t/m 16/12. Res: 010-4769029.

Friedrich Nietzsche was nog jong toen hij begin jaren zeventig van de vorige eeuw Richard Wagner en zijn vrouw Cosima ontmoette. Hij had kort daarvoor een professoraat in de klassieke filologie in Bazel aanvaard en moest zijn grote werken nog schrijven. De 31 jaar oudere Wagner daarentegen had reeds naam gemaakt en de muzikaal begaafde Nietzsche zag hoog op tegen de componist. In de jaren na hun eerste kennismaking toonde Nietzsche zich een geestdriftig pleitbezorger van Wagners werk, zijn eigen geschriften raakten door het contact met de klankkunstenaar beïnvloed en er groeide een vriendschap die al gauw een pikant karakter kreeg toen Nietzsche verliefd werd op Cosima. Ze wees hem echter af en maakte daarmee een eind aan een bizarre ménage à trois.

Over dit beroemde drietal en hun onderlinge, gecompliceerde verhoudingen gaat Heden toekomstmuziek, een stuk dat Erik-Ward Geerlings op verzoek van regisseuse Mirjam Koen schreef voor het Onafhankelijk Toneel. Het resultaat is fascinerend. Geerlings is een opmerkelijk toneelschrijverstalent dat het op zichzelf al prachtige gegeven uitwerkte in een drie uur durend toneelfestijn. Zijn 'ontmythologiserende vertelling' is onderhoudend, speels en geestig, niet in de laatste plaats dank zij het soms wonderlijke, archaïsche Nederlands en de typische zinsconstructies die de acteurs schijnbaar moeiteloos uit hun mond laten rollen.

Het is een stuk dat heel barok gespeeld kan worden, met veel pathos of juist kluchtig, om op die manier het grootse en de waanzin van de figuren te benadrukken, maar Mirjam Koen koos voor een andere aanpak. Haar benadering is tamelijk ingetogen en afstandelijk, licht ironiserend ook. Ze heeft de neiging met een relativerende toon grote emoties onder het kleed te vegen. Het zal een bewuste keuze zijn, passend in de traditie van het Onafhankelijk Toneel waar ironische afstandelijkheid een stijlkenmerk is, maar in dit geval waren meer passie en theatraliteit op hun plaats geweest. Het effect van de lichte toon is dat de voorstelling naar mijn smaak af en toe te vlak is.

Dat gemis aan dramatiek in de enscenering wordt gecompenseerd door lyrische muziek: liederen en fragmenten uit Wagner, Liszt, Brahms en Nietzsche, schitterend vertolkt door Bernard Loonen (zang) en Maarten Hillenius (vleugel). De muziek komt goed tot haar recht in de enorme ruimte: bijna de hele zaal doet dienst als speelvloer zodat er nog slechts plaats is voor vier rijen tribune.

Voor de pauze verbeeldt de locatie huize Wagner, stijlvol negentiende-eeuws gemeubileerd en gestoffeerd. Men gaat gekleed in beeldschone historische gewaden - in lange jurken met sleep, wijde mantels afgezet met bont en de heren in strak zwart kostuum. Er wordt op grote voet geleefd met exquise diners, verzorgd door een oude, narrig zwijgende butler met een scherp oog voor ieder ongewenst pluisje en vuiltje. Na de pauze is de opstelling gewijzigd en kijkt het publiek vanaf de andere kant van de zaal naar een veel soberder uitgevoerd decor. Plaats van handeling is dan het theater van Bayreuth waar Wagner de verwezenlijking van zijn grootste droom gerealiseerd ziet: een jaarlijks aan hem gewijd 'geniaaltheaterfestival'. De oeropvoering van zijn 'geniaaltotaalkunstwerk' repeteert hij zelf. Het is een hilarische scène waarin de zijns inziens incompetente zanger hem tot woedende wanhoop drijft.

Bert Luppes, met zijn kleine, gedrongen gestalte en achterovergekamde haar, heeft wel iets weg van Richard Wagner. Hij speelt de Meister met de juiste dosis megalomanie en autoritaire arrogantie die de geniale kunstenaar kenmerken. Deze kleurrijke figuur is in alles het tegendeel van Nietzsche, met wie hij een soort leraar-leerlingrelatie heeft. Ferdi Janssen als de als Fritzsche aangesproken filosoof is jong, onervaren, bedeesd, ernstig en mislukt in de liefde. Terwijl Wagner ongehinderd minnaressen uitzoekt die hem als muzen dienen, faalt Nietzsche op vernederende wijze als hij Cosima (Joke Tjalsma) het hof probeert te maken. Alleen met de schrijfster Lou Andreas-Salomé (José Kuijpers) heeft hij later zoiets als een verhouding, al speelt die zich meer af op het geestelijke dan op het amoureuze vlak.

Pas na de dood van Wagner treedt hij uit diens schaduw en 'ontbloot' hij voor Lou zijn geest. Maar dat geluk is van korte duur: als zij hem op een dag verlaat valt hij aan waanzin ten prooi en wordt hij tot zijn dood bemoederd door zijn bedillerige zuster (een mooie rol van Antoinette Jelgersma). Het is het tragische, serieus getoonzette, slotakkoord van een voorstelling die de ouverture zo onbekommerd inzette.

    • Noor Hellmann