Timman brengt zichzelf om zeep

AMSTERDAM, 12 NOV. Het was geen mooi begin, de eerste partij van de beslissingsmatch tussen Jan Timman en Ivan Sokolov om het schaakkampioenschap van Nederland. Sokolov won. Hij speelde bekwaam, maar grote daden hoefde hij niet te verrichten. Timman bracht zichzelf om zeep.

Toen ze in juni gelijk eindigden in het kampioenschap - na een dramatische laatste ronde waarin Timman verloor van zijn vroegere secondant Piket - stond Sokolov veel hoger op de wereldranglijst dan Timman. Intussen zijn ze naar elkaar toegegroeid. Sokolov speelde een paar matige toernooien, staat 26ste en is niet meer de hoogstgeplaatste schaker die op Nederlands grondgebied woont. Dat is nu Nikolic, net als Sokolov een Bosniër. Timman steeg op de lijst door een goed resultaat op de olympiade in Jerevan en staat 41ste.

Zijn goede en solide vorm van Jerevan bleek gisteren verdwenen. Het was werkelijk kras hoe snel het na de opening bergafwaarts met hem ging, van licht voordeel via kleine moeilijkheden naar een verloren stelling. En ook nadat het mis was gegaan had hij nog veel hardnekkiger verweer kunnen bieden dan hij deed.

Een nederlaag met wit telt zwaar, want de tweekamp bestaat uit slechts vier partijen. Bij 2-2 wordt het kampioenschap gedeeld. Overal elders in de wereld worden tegenwoordig in zo'n geval snelschaakpartijen gespeeld om een beslissing te brengen, maar het reglement hier stamt uit oude tijden. Sinds Ree-Bouwmeester, Den Haag 1967, is dit de eerste beslissingsmatch om het kampioenschap van Nederland. Vandaag wordt in De Balie in Amsterdam de tweede partij gespeeld, morgen is een vrije dag.

Wit Timman-zwart Sokolov, eerste partij 1. d2-d4 d7-d5 2. c2-c4 c7-c6 3. Pg1-f3 Pg8-f6 4. Pb1-c3 a7-a6 5. g2-g3 d5xc4 6. a2-a4 g7-g6 7. Lf1-g2 Lf8-g7 8. 0-0 0-0 9. e2-e3 Bescheiden. 9. Pe5 was nog niet goed wegens 9...Pg4, maar 9. a5 kwam in aanmerking. 9...a6-a5 10. Pf3-e5 Pb8-a6 11. Pe5xc4 Pa6-b4 12. Dd1-e2 Dit vond Sokolov heel slecht, hij beval 12. h3 aan. 12...Lc8-g4 13. f2-f3 En hier was 13. Dd2 beter, om met 14. b3 en 15. Lb2 de ontwikkeling te voltooien. 13...Lg4-e6 14. Tf1-d1 Ligt voor de hand, maar doet niet veel. 14...c6-c5 Nu staat zwart beter. 15. d4xc5 Dd8-c7 16. Pc4-b6 Ta8-d8 17. Td1xd8 Tf8xd8 18. e3-e4 Td8-d3 Met de laatste paar zetten is het van kwaad tot erger gegaan met wit. Het zeer gewenste 19. Le3 gaat niet wegens 19...Txe3 20. Dxe3 Pc2 en zwart wint materiaal. 19. Lg2-f1

19...Pf6-g4 Een harde klap. Na 20. fxg4 Dxc5+ heeft zwart beslissend voordeel, omdat 21. Df2 dan niet gaat wegens 21...Ld4. Wit moet een pion geven. 20. Pb6-d5 Dc7xc5+ 21. Kg1-g2 Le6xd5 22. Pc3xd5 Pb4xd5 23. e4xd5 Pg4-e5 24. Lc1-f4 Na 24. f4 is zowel 24...Dxd5+ 25. Kh3 Pf3 als meteen 24...Pf3 zeer sterk. 24...Dc5xd5 25. Ta1-a3 Niet 25. Lxe5 wegens 25...Td2 25...Td3xa3 26. b2xa3 Pe5-c6 De stelling zal wel gewonnen zijn voor zwart, maar met zijn loperpaar zou wit nog tegenstand kunnen bieden. 27. De2-b5 Dit echter verliest een tweede pion. 27...Dd5-a2+ 28. Kg2-h3 Da2xa3 29. Lf1-d3 h7-h6 30. Ld3-e4 Da3-a1 31. Kh3-g2 Da1-a2+ 32. Kg2-h1 Da2-f2 33. Db5-b1 En dit een stuk. 33...e7-e5 Wit gaf op.

    • Hans Ree