Stabiliteitspact EMU vertraagd door Duits verzet

BRUSSEL, 12 NOV. Het sluiten van het stabiliteitspact, dat de toekomstige financiële stabiliteit in de Economische en Monetaire Unie (EMU) moet garanderen, dreigt vertraging op te lopen.

Oorzaak is een diepgaand verschil van mening tussen met name Duitsland en een meerderheid van de andere EU-lidstaten over uitzonderlijke omstandigheden waaronder lidstaten straks hoge begrotingstekorten mogen voeren. Als op de Europese top in Dublin, half december, nog geen overeenstemming kan worden bereikt, dreigt de kwestie te worden doorgeschoven naar de eerste helft van volgend jaar, als Nederland voorzitter is van de Europese Unie.

Dit bleek gisteren tijdens een ontmoeting van de ministers van financiën van de Europese Unie. In het voorgenomen stabiliteitspact zullen EMU-deelnemers zich vastleggen om hun begroting vrijwel in balans te houden.

Als zij dat niet doen, en het tekort de drie procent van het bruto binnenlands produkt overstijgt, volgt een systeem van sancties, dat uiteindelijk kan leiden tot een boete van ten hoogste 0,5 procent van het bbp.

Inzet van het meningsverschil is de definitie van de “uitzonderlijke en tijdelijke” omstandigheden waaronder het lidstaten, die deelnemen aan de EMU, toch zal zijn toegestaan om een begrotingstekort van meer dan 3 procent van het bruto binnenlands produkt te hebben. Dat kunnen onvoorziene omstandigheden zijn, zoals natuurrampen, of een diepe economische recessie.

De Duitse staatssecretaris van financiën Jürgen Stark drong gisteren aan op een cijfermatige definitie van zo'n recessie, en hield vast aan een formulering van vier kwartalen van negatieve economische groei, van in totaal 2 procent. Stark wil daarmee voorkomen dat straks het afdwingen van begrotingsdiscipline onderhevig wordt aan politieke interpretaties.

De Europese Commissie, daarin gesteund door onder meer Groot-Brittannië, stelt zich op het standpunt dat de verschillen tussen de lidstaten te groot zijn om te vangen onder één hard cijfer.

Europees Commissaris Yves Thibauld de Silguy zei na afloop dat alle lidstaten de wil toonden om in december in Dublin het sluiten van een stabiliteitspact te bereiken, maar voegde eraan toe dat de “vormgeving” daarna nog enkele maanden kan kosten. “De tijdsdruk moet ons helpen tot een resultaat te komen”, zei hij.

Pag.12: Nederland laveert in EMU-ruzie

De Britse minister Kenneth Clarke hekelde na afloop van de vergadering de “Duits/Nederlandse opstelling, waarbij een voetnoot wordt verheven tot een principekwestie. De commissie heeft de uitzonderlijke omstandigheden met woorden gedefinieerd. De Duitsers en de Nederlanders willen cijfers”. Hoewel vorige week nog leek dat Nederland volledig achter Duitsland stond, nam minister Zalm van financiën gisteren na afloop van de vergadering een voorzichtiger positie in. Hij zei zich te kunnen vinden in een definitie “die wel kwantitatief is, maar zonder cijfers.” Vier kwartalen van negatieve economische groei achtereen, dan wel een jaar van negatieve economische groei, is volgens hem een formulering waar Nederland mee kan leven.

De Franse minister van financiën Arthuis zei na afloop “niet overtuigd te zijn van het belang van een kwantificering.” De Duitse staatssecretaris Jürgen Stark heeft gezegd absoluut vast te willen houden aan de eis dat met cijfers in het stabiliteitspact wordt vastgelegd wat “uitzonderlijke en tijdelijke” omstandigheden zijn. Stark zei ook dat het mogelijk is dat de discussie over de definitie van de uitzonderlijke omstandigheden na de top in Dublin in december doorgaat onder het Nederlands voorzitterschap. Zalm zei de hoop te koesteren dat er een akkoord komt op de top van Dublin, maar Nederland houdt zelf ook rekening met het doorschuiven van de kwestie naar volgend jaar.

Duitsland heeft gedreigd in het uiterste geval het idee voor een algemeen stabiliteitspact te verlaten, en terug te vallen op het oorspronkelijke Duitse plan, waarin alleen de deelnemers aan de EMU onderling een pact overeenkomen. Dat zou dan pas in 1998, wanneer de eerste groep van EMU-deelnemers bekend is, kunnen plaatsvinden.

Volgens Ruairi Quinn, de minister van financiën van Ierland, dat dit halfjaar voorzitter is van de EU, bleek over de uitzonderlijke en tijdelijke omstandigheden “geen overeenstemming en geen groot meningsverschil”. Hij zei dat deze uitzonderlijke omstandigheden uitgedrukt moeten worden “in kwantificeerbare termen”. Een uiteindelijke definitie mag volgens hem geen ruimte laten voor politieke interpretatie”. Quinn zei in Dublin vooruitgang over de kwestie te verwachten. “Iedereen wil maximale duidelijkheid”. Volgens hem vond een meerderheid van de ministers cijfers “te restrictief”. De meerderheid was van mening dat “een zekere flexibiliteit voor onvoorziene omstandigheden nodig is”.