Soja schaadt acceptatie genetische modificatie

De eerste schepen met genetisch gemodificeerde sojabonen zijn in Rotterdam aangekomen. De marktintroductie van een genetisch gemodificeerd landbouwprodukt, al jarenlang onderwerp van discussie, is daarmee een feit. Het is echter de vraag of juist deze introductie zal bijdragen aan duidelijkheid over de toepassing van genetische modificatie in de produktie van voedsel.

De ingevoerde soja is een voorbeeld van een gewas dat bestand is gemaakt tegen het algemeen gebruikte onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat. Dit maakt de toepassing van dit middel tijdens de groei van gewassen mogelijk, waar anders specifieke, vaak meer schadelijke middelen toegepast werden om onkruiden te bestrijden.

Volgens voorstanders van herbicide-tolerante gewassen is dit positief uit het oogpunt van milieubelasting, terwijl tegenstanders aanvoeren dat dergelijke gewassen milieuschade door herbicidegebruik alleen maar zullen verhogen. Hierdoor lijkt het milieu-effect van dit produkt juist hèt centrale thema te worden in de discussie over genetische modificatie.

Ondertussen hebben er belangrijke ontwikkelingen in het denken over consumptie en produktie van voedsel plaats. Milieu bewust EKO-voedsel wordt in rap tempo populairder. Daarbij heeft niet alleen Albert Heijn als eerste 'conventionele' supermarkt op grote schaal dergelijke produkten in zijn assortiment opgenomen, maar ook in het overheidsbeleid wordt er op steeds grotere schaal ruimte gemaakt voor biologische landbouw.

Zelfs als het daadwerkelijk milieu-effect van herbicide-tolerante gewassen positief mocht zijn, staat de inherente verbondenheid tussen teelt en herbicidegebruik - in ieder geval voor de algemene beeldvorming - haaks op dergelijke ontwikkelingen. En daarmee dreigen herbicide-tolerante gewassen aan genetische modificatie in het algemeen een negatief imago voor'milieuvriendelijke landbouw' mee te geven. Dit wordt nog versterkt door het feit dat deze producten voor de consument geen direct herkenbaar voordeel opleveren.

Een dergelijke algemene stigmatisering zou terecht noch constructief zijn. Integendeel, genetische modificatie mag juist in staat worden geacht bij te dragen aan de zo sterk nagestreefde 'verduurzaming' van landbouw en voedselproduktie. Het verminderen van vatbaarheid voor ziekten en het verbeteren van de efficiëntie waarmee gewassen natuurlijke voedingsstoffen binden, en ook het verhogen van de concurrentiekracht van gewassen ten opzichte van onkruiden zijn toepassingen die op termijn te realiseren moeten zijn. Hoewel dat nu nog een brug te ver is, zouden produkten van genetische modificatie straks ook een rol kunnen spelen in biologische produktiewijzen.

Vooralsnog vormen herbicide-tolerante gewassen de voornaamste toepassing van recombinant-DNA-technologie. Hiervoor bestaat een zuiver technische oorzaak. De ermee verbonden controverses geven echter aan dat, maatschappelijk gezien, juist deze toepassingen geen gelukkige eerste vertegenwoordiger van genetische modificatietechnieken zijn.

Wetenschap en industrie moeten produkten ontwikkelen die nauwer aansluiten bij het zich ontwikkelende maatschappelijke denken. Publieke acceptatie is immers de eerste voorwaarde voor genetische modificatie om haar beloftes waar te kunnen laten maken.