Omroep

Staatssecretaris Nuis heeft de eerste wetgevende stappen gezet naar de verandering van het omroepbestel. Het ziet er naar uit, dat wij hier het begin meemaken van het slot van een ouderwets drama. Om de deur te openen naar een nieuwe toekomst, wordt een van de oude hoofdrolspelers vermoord. Helaas ontdekt de dader te laat, dat hij dat niet had moeten doen, omdat het leven slechter is geworden dan het was.

Alom wordt beleden dat er een goede publieke omroep moet zijn. En in Nederland betekent dat, dat er een omroep moet zijn waarin het verschil in opvatting op tal van punten ook duidelijk naar voren komt. Een pluriforme omroep. Hebben we die nu dan niet?

Het antwoord is: jawel, maar eigenlijk niet. De huidige omroepen mogen blijven, maar zij mogen hun programma's inleveren bij de manager van het net, waarop ze uitzenden. Die beslist wat er met het produkt gaat gebeuren. En aan wie is hij verantwoording schuldig? Aan het bestuur. En wie benoemt het bestuur? De overheid. De omroepen komen ergens ook nog wel voor, maar in een college, dat eigenlijk op de essentiële punten van het uitzenden weinig te vertellen heeft.

Er valt niet te ontkomen aan de indruk, dat dit merkwaardige gemanoeuvreer voortkomt uit een diepe afkeer van de huidige omroepen. Waarom pleit je voor een pluriforme omroep en probeer je de pluriforme omroepen, die er zijn weg te poetsen?

Gauw valt dan het woord overleefd. Die oude omroepen zijn verzuild, zegt men en dat is voorbij. Natuurlijk is dit een woordenspel. Want dat ouderwetse verzuilde bestel bestaat allang niet meer. En waar die organisaties van toen er nog zijn, proberen ze de huidige opvattingen weer te geven van de groep waarvoor ze staan.

Zou dat in een nieuw bestel anders zijn? Natuurlijk niet. Zie de stromingen in de politiek.

    • B.M. Brans