Nederland mist kansen in Latijns Amerika

In een kort berichtje meldde NRC HANDELSBLAD op 23 oktober dat een voorgenomen handelsmissie naar Brazilië op het laatste moment is afgeblazen. Zij ging niet door omdat te weinig Nederlandse bedrijven interesse hadden getoond. Dit zou verder onopgemerkt kunnen blijven, als het niet wees op een algemener Nederlands gebrek aan belangstelling voor Latijns Amerika. Dat is om meerdere redenen een ongelukkige tendens.

In economisch opzicht heeft Latijns Amerika de afgelopen jaren een aantal belangrijke verbeteringen te zien gegeven. De belangrijkste daarvan is ongetwijfeld de beteugeling van de inflatie. Brazilië is van die tendens een treffend voorbeeld. Waar in 1991 de inflatie nog rond de 50 procent bedroeg, is zij in 1996 tot praktisch nul gereduceerd. Dit is slechts één voorbeeld van een grotere economische stabiliteit op het continent. De meeste Latijns-Amerikaanse economieën vertonen een jaarlijkse groei van zo'n 5 procent. Die van Chili ligt nog hoger. Zelfs de economische crisis in Mexico, begin 1995, heeft het vertrouwen in die stabiliteit niet fundamenteel geschaad.

Natuurlijk is nog niet alles koek en ei. Veel kleinere landen en ook Venezuela hebben grote moeite hun economieën onder controle te houden. De Colombiaanse volkshuishouding blijft structureel zwak en is verziekt door drugsgeld. De voortdurende armoede van een groot deel van de Latijns-Amerikaanse bevolking blijft een dramatisch en voorlopig onopgelost sociaal probleem. Aan de andere kant vormt Latijns Amerika een gigantische en veelbelovende markt voor Nederlandse produkten en knowhow. Het continent heeft bovendien een snel groeiende middenklasse waarvan de consumptie spectaculair groeit.

De positieve ontwikkelingen van de Latijns-Amerikaanse economieën zijn deels het gevolg van verdergaande democratisering. Conflictgebieden zoals in Midden-Amerika lijken in rustiger vaarwater te zijn gekomen. Landen met een geschiedenis van overheidsrepressie, zoals Chili, Argentinië en Brazilië, lijken definitief de weg naar een open democratisch systeem te hebben ingeslagen. Het grootste deel van de radicaal-linkse beweging heeft een plaats gevonden in het democratische proces. Colombia, waar het linkse geweld recentelijk weer is opgelaaid, is hierbij wederom een uitzondering. Mexico blijft door de voortdurende crisis in Chiapas een onzekere factor.

Het potentiële belang van Latijns Amerika is het duidelijkst op internationaal politiek gebied. In hedendaagse politiek-economische analyses wordt Latijns Amerika doorgaans tot de politieke en economische invloedssfeer van de Verenigde Staten gerekend. Er is echter gegronde reden om aan de vanzelfsprekendheid van die visie te twijfelen. De relaties tussen de Verenigde Staten en Latijns Amerika - toch al nooit de meest harmonieuze - lijken op een nieuw dieptepunt aan te koersen. De belangrijkste oorzaak daarvan is de omstreden Helms-Burton wet, waarmee de Verenigde Staten ondernemingen willen straffen die zaken doen met Cuba. Deze wet, die ook in Europa slecht gevallen is, heeft in Latijns Amerika grote verontwaardiging gewekt. In het verdeelde Mexico is zojuist met unanieme steun een tegenwet aangenomen die Amerikaanse bedrijven die gebruik proberen te maken van de Helms-Burton wet met draconische boetes bedreigt. De woede in Latijns Amerika is vooral ingegeven door de zorg om de eigen economische belangen, maar er speelt ook een emotioneel element mee. De Helms-Burton wet is in Latijns-Amerikaanse ogen een nieuw bewijs van de arrogantie van de machtige noorderbuur, die meent de internationale gemeenschap haar wetten te kunnen opleggen.

Het drugsbeleid van de Verenigde Staten is al veel langer een doorn in het oog van veel Latijns-Amerikanen. De neiging van de regering-Clinton (en haar voorgangers) om het drugsprobleem vooral als een probleem van de producerende landen te beschouwen, wekt steeds meer irritatie op. De Verenigde Staten laten de Latijns-Amerikaanse landen boeten voor het probleem van de narcotráfico, terwijl de consumptie in eigen land stilzwijgend wordt getolereerd. Het harde optreden van de Amerikaanse DEA (Drug Enforcement Agency) tegen coca verbouwende boeren in de Andeslanden wordt door vele, ook conservatieve politici ronduit afgewezen.

In Latijns Amerika wordt daarom sterk de behoefte gevoeld de politieke en economische banden met Europa aan te halen. Dat is maar al te goed begrepen door de - in dit opzicht veel opportunistischer - regering-Chirac. Deze presteerde het onlangs om de door drugsgeld bezoedelde en ook in eigen land zwaar bekritiseerde Colombiaanse president Samper met alle egards te ontvangen. Nederland hoeft niet zover te gaan. Wel zou men in Nederland moeten beseffen hoeveel prijs men in Latijns Amerika stelt op intensievere contacten met Europa. Daarbij kan Nederland gebruik maken van de uitstekende contacten die het gevolg zijn van de Haagse ontwikkelingshulp. Een dergelijke politiek past perfect in de beoogde 'ontschotting' van het Nederlandse buitenlandse beleid, waarbij diplomatie, ontwikkelingshulp en economische politiek in één regionaal departement worden samengebracht. Latijns Amerika lijkt een ideale plek om dit beleid in de praktijk te brengen.

    • Michiel Baud