Kritiek op ontwerp nieuwe voorkenniswet

AMSTERDAM, 12 NOV. Bedrijfsleven, beleggers en advocaten reageren op verschillende punten afwijzend op het wetsontwerp Bestrijding effectenhandel met voorkennis, dat minister Zalm van Financiën vorige week vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

“Zalm heeft het hart eruit gesneden”, zegt mr. D. Doorenbos, die als advocaat verschillende voorkenniszaken heeft behandeld. De minister wil de in 1989 ingevoerde wet veranderen naar aanleiding van het arrest vorig jaar juni van de Hoge Raad in de voorkenniszaak tegen toenmalig Begemann-topman J. van den Nieuwenhuyzen, wiens straf werd vernietigd.

Advocaat Doorenbos heeft vooral kritiek op de passage dat bij handel met voorkennis geen relatie hoeft te worden gelegd met de richting waarin de koers van de effecten gaat: omhoog of omlaag. Volgens hem is het vermoeden vooraf van de koersrichting juist cruciaal voor handel met voorkennis.

Doorenbos: “Voorwetenschap impliceert dat je die duidelijke indicatie hebt, ook al is het geen honderd procent garantie. Als je alleen maar een vaag idee hebt over welke kant de koers opgaat, ben je met speculeren bezig in plaats van met handel met voorkennis.”

Aanvankelijk stond in het wetsontwerp dat openbaarmaking van de informatie van de voorwetenschap “enigerlei” invloed moet hebben op de koers, maar die toevoeging is geschrapt. Doorenbos: “In het buitenland en in de jurisprudentie kom ik niets tegen dat zo ruim geformuleerd is.”

De Vereniging van Effectenbezitters heeft geen problemen met dit aspect van het wetsontwerp. “Voorkennis is voorkennis”, zegt VEB-juriste mr. L. vervuurt. “Als die niet wordt waargemaakt, doet dat niets af aan het feit dat voordeel is beoogd. Als dat voordeel verkeerd is ingeschat, zeg ik: het zij zo.”

De VEB is niet te spreken over het gebrek aan openbaarheid dat geldt voor transacties in effecten van bedrijven door hun eigen bestuurders en commissarissen. De VEB wil dat deze effectenhandel, die bijvoorbeeld kan voortvloeien uit uitoefening van de aandelenoptieregelingen voor managers, openbaar wordt gemaakt.

De VEB verwacht dat van openbaarheid een duidelijke preventieve werking uitgaat, dat insiders als bestuurders geen misbruik maken van voorinformatie.

Het wetsontwerp gaat echter niet verder dan een meldingsplicht van deze transacties bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), de waakhond van de Nederlandse financiële markten. De STE houdt deze informatie vertrouwelijk.

De gegevens worden niet gepubliceerd, aldus het ministerie van Financiën.

Het bedrijfsleven zet eveneens vraagtekens bij het nieuwe wetsvoorstel. Daar bestaan zorgen over de toekomst van de aandelenoptieregelingen. “Wij hebben bezwaar tegen zoveel vage criteria in het wetsvoorstel”, aldus de werkgeversvereniging VNO-NCW. Als de verwachte invloed op de koers geen criterium meer is, wordt het moeilijk voor topmanagers bij uitoefening van aandelenopties te bewijzen dat zij geen informatievoorsprong hadden.

Dat zou betekenen dat uitoefening van deze opties aan strenge regels (bijvoorbeeld alleen de eerste vijf dagen na publicatie van de financiële resultaten) wordt geboden en daarmee veel minder flexibel en aantrekkelijk wordt.