Kamerleden: visvangst sneller beperken

DEN HAAG, 12 NOV. De Tweede-Kamerfracties van de PvdA, D66 en GroenLinks vinden dat er sneller tot een visverbod in de Noordzee moet worden overgegaan.

Deze fracties willen dat minister Van Aartsen (Visserij) onderzoekt of het mogelijk is een dergelijk verbod in te stellen als het biologisch minimum van een vissoort binnen bereik komt. Dit bleek gisteren tijdens het Kamerdebat over de visserijbegroting voor 1997.

Het visserijbeleid wordt grotendeels bepaald door de Europese Unie.

De regel is nu dat de visvangst moet worden gestaakt wanneer een vissoort onder het bilologisch minimum terecht is gekomen. Afgelopen zomer werd bijvoorbeeld bepaald dat de haringquota fors naar beneden moesten toen bleek dat het aantal vissen tot onder het minimum was gedaald.

Het zogeheten biologisch minimum wordt bereikt wanneer de visstand zo sterk is uitgedund dat de voortplanting in gevaar komt en daardoor het voortbestaan van de vissoort. Het biologisch evenwicht in de visstand ligt daarboven, want dat gaat uit van een vispopulatie waarbij niet meer mag worden gevangen dan er via natuurlijke aanwas bijkomt.

De Kamerleden Huys (PvdA), Van Waning (D66) en Vos (GroenLinks) willen dat minister Van Aartsen (Visserij) onderzoekt of de visvangst niet eerder kan worden gestopt. De minister zegt de Kamer toe een nota over de visserijpolitiek toe te zullen sturen. Van Aartsen zei echter geen reden te zien om om af te stappen van het biologisch minimum als basis voor de visserijpolitiek, omdat de Europese ministers in principe ook nu al strengere vangstbeperkingen kunnen afspreken. Ovrigens hebben ze dat, inclusief Van Aartsen zelf, de afgelopen jaren niet gedaan.

Kamerlid Van Waning sprak van “een cruciale fout” in het Europese beleid. Huys wees op het nadeel voor de vissers zelf, omdat ze ieder jaar wisselende quota krijgen van de Europese Unie. Volgens mevrouw Vos betekent het vissen tot het biologisch minimum een voortdurend balanceren op de rand van de afgrond. Iedere keer als door bijvoorbeeld een slecht paaiseizoen maar vooral door overbevissing, de visstand zakt onder dat biologisch minimum, komt de soort in gevaar.

De VVD wil vasthouden aan het huidige beleid. Ook de oppositiepartij het CDA ziet geen aanleiding voor het bijstellen van het beleid.