Italië stelt privatisering van telecomsector uit

ROME, 12 NOV. De privatisering van de Italiaanse telecommunicatieholding Stet, een sleutel in de poging van Rome om het vertrouwen van de financiële markten te herwinnen, is tot irritatie van de Europese Commissie met een half jaar uitgesteld tot volgend najaar. Haar eigenaar, de staatsholding IRI, zal worden opgedoekt.

Verkoop van de Stet moest laten zien dat het de Italiaanse politici ernst is met hun belofte de politieke greep op de economie te verslappen. Deze privatisering, die wel 'de moeder van alle privatiseringen' is genoemd, moest ook helpen de enorme schuldenlast te verlichten van de IRI, die 61 procent van de gewone aandelen heeft.

Een maand geleden is duidelijk geworden dat Italië zijn belofte aan Brussel niet kan nakomen dat de schuldenlast van de IRI eind dit jaar aanzienlijk zou zijn gedaald. De IRI staat nu voor 23,5 biljoen lire, ongeveer 27 miljard gulden, in het rood. De Eurocommissaris voor mededinging, Karel van Miert, had Italië een half jaar uitstel gegeven. Privatisering van de Stet in februari of maart blijkt niet haalbaar, omdat het wettelijke kader voor de telecommunicatiesector nog ontbreekt.

De Italiaanse minister van schatkist, Carlo Azeglio Ciampi, heeft gisteren over IRI en Stet gesproken met Van Miert. Om de schuldenlast van de IRI te verminderen zal Stet worden samengevoegd met haar dochter Telecom en van de IRI overgaan naar het ministerie van Schatkist. Een andere dochter van Stet, Seat, die onder andere de gouden gidsen uitgeeft, zal begin volgend jaar worden verkocht. Ciampi heeft verder beloofd dat de IRI vóór juni 1997 haar dochter Società Autostrade, die de tolwegen beheert, zal privatiseren. Ook zal een belang van 11 procent van de staatsbank Banca di Roma op de markt worden gebracht. Van Miert heeft Ciampi gevraagd een en ander op schrift te zetten.

In een gezamenlijk communiqué van Ciampi en Van Miert staat dat de IRI geen toekomst meer heeft. “De lijn in het economische beleid van de Italiaanse regering beschouwt de missie van de IRI als een publieke houdstermaatschappij als beëindigd.” Dat is een historisch besluit. De IRI, de tweede onderneming van het land, heeft decennia lang een sleutelrol gespeeld in de Italiaanse economie.

De problemen rondom Stet en IRI betekenen gezichtsverlies voor het centrum-linkse kabinet van premier Romano Prodi. Prodi staat ook in de binnenlandse politiek zwaar onder druk. Zowel de rechtse oppositie als de separatistische partij Lega Nord hebben gezegd dat ze niet zullen deelnemen aan de stemmingen over de begroting. Deze partijen verwijten Prodi dat hij een min of meer blanco cheque vraagt om te besluiten hoe en hoeveel extra belasting er moet worden geheven om aansluiting bij Europa veilig te stellen.

Prodi wil zo voorkomen dat de meningsverschillen tussen de partijen die het kabinet steunen, naar buiten komen in Kamerdebatten. De boycot brengt het vereiste quorum in gevaar en kan de politieke besluitvorming verlammen.