H. THOMAS 1936 - 1996; Eeuwig heimwee

Haye Thomas, die gisteren onderweg naar Hilversum door een hartaanval is gestorven, was een klassiek correspondent, een weemoedig heer die voor het Nederlandse publiek de intriges uit verre hoofdsteden verklaarde.

Hij deed dat uit Londen, Washington en Brussel met bloemrijke, oer-Hollandse beeldspraak, als achterkleinkind van De Tachtigers. Voor de microfoon bewoog zijn hoofd ritmisch op en neer als hij sprak over de “bruikbare thermiek” in de topconferentie voor een “pas de deux” tussen twee wereldleiders. Hij noemde het altijd “slopende jaren” omdat hij een “wijde spagaat” moest maken tussen het avondblad De Haagsche Courant en het NOS-journaal.

In Brussel begon hij 's morgens om zes uur voor zijn krant en gedurende de rest van de dag bediende hij het avondnieuws. In Washington werkte hij door het tijdverschil tot diep in de nacht voor de krant om 's morgens rond zessen voor de televisie te beginnen. Het viel hem soms zwaar om met zijn “oranje shirt” toegang te krijgen tot hoge Amerikaanse functionarissen.

Meestal waren de Brusselse ministersconferenties nog niet afgelopen rond acht uur zodat hij met veel kunst- en vliegwerk een minister uit de vergadering moest trekken om die dan te interviewen. Met wapperende regenjasslippen stond hij dan later voor een standbeeld met voetbalmetaforen de vergaderperikelen uit te leggen. Na gedane arbeid mocht hij dan graag onder het genot van een stevig glas zijn collega's onderhouden met spitsvondigheden. Zijn humor getuigde van mensenkennis. In Washington observeerde hij de veiligheidsagenten, “vol in de spanten, breed in de borst”.

Thomas had zijn koffer nooit helemaal uitgepakt. Uit hem sprak een droefgeestig verlangen naar de oorden die hij achter zich liet. In Londen droomde hij van Amsterdam, in Washington van Londen, in Londen van Washington en in Brussel van Londen en Washington. Zoals wel meer Nederlandse “expats” had hij liever heimwee dan Holland. Zijn Holland was verbeeld. Als enthousiast platbodemzeiler en oud marineman was hij gesteld op Nederlandse scheepvaarthistorie, Friesland, Volendam en de “dampende kim” van de oude Zuiderzee. Zijn eerste boek Van Linieschip tot Vliegkampschip (1964) schreef hij met L.D. de Kroon. Zijn tweede boek Het Dagelijkse Leven in de 17e Eeuw, verscheen in 1981.

Thomas werd in 1936 in Amsterdam geboren als zoon van Fred Thomas, de sterverslaggever van het katholieke dagblad De Tijd. Na zelf als verslaggever Nederland “van Vaals tot Roodeschool” te hebben doorkruist, vertrok hij in 1967 met zijn vrouw en twee dochtertjes naar Londen om Daan van der Vat (de dichter Daan Zonderland) als correspondent voor De Tijd op te volgen. De ondergang van De Tijd bracht hem bij de NCRV. In 1979 vertrok hij voor de NOS en de Haagsche Courant naar Washington. Londen volgde voor de tweede maal en daarna Brussel, vanwaar hij ondanks het zware bestaan niet wilde terugkeren naar Nederland.