Frans jachtterrein in Afrika wekt wantrouwen

PARIJS, 12 NOV. De oproep is overtuigend en humanitair, de reactie oorverdovend stil. Frankrijk loopt zich al anderhalve week het vuur uit de sloffen om een internationale politiemacht naar Zäire te laten gaan opdat hulpverleners de 1,2 miljoen vluchtelingen in het grensgebied met Rwanda van de dood kunnen redden. Maar de wereld reageert lauw, en ook daar heeft Frankrijk iets mee te maken. Als Canada redding brengt, dan is dat niet toevallig het enige francofone land van Amerika.

Het contrast tussen 1994 en 1996 kon niet groter zijn. Twee jaar geleden kondigde Frankrijk soeverein de Opération Turquoise aan, toen de door Parijs gesteunde president Habyarimana van Rwanda bij een verdacht vliegtuigongeluk om het leven was gekomen en de chaos uitbrak. De wereld keek sceptisch toe. Frankrijk had wel vaker van die acties uitgevoerd ten bate van de democratie en/of een bevriende machthebber: 1962 Senegal, 1964 Gabon, 1968-72 Tsjaad, 1977 Mauretanië, 1978 Zaïre en Tsjaad, 1979 Centraal-Afrika, 1983 Tsjaad, 1986 Tsjaad en Togo, 1989 Comoren, 1990-93 Rwanda, 1991 Djibouti en Zaïre, 1994 Rwanda, 1995 Comoren.

In november 1996 zijn de verhoudingen radicaal veranderd. Frankrijk heeft de genocide in Rwanda kunnen voorkomen noch doen berechten - volgens stellige berichten van de niet-Franse pers zou Frankrijk impliciet medeplichtig zijn geweest.

Hoewel in Frankrijk enige twijfel is blijven hangen over de effectiviteit van Operatie Turquoise, heerst nu hetzelfde instinct als in '94: de politieke instabiliteit èn het schrijnend leed van vele honderdduizenden onschuldige Afrikanen schreeuwen om actie. In de publieke opinie klinken bijna letterlijk dezelfde zinnen als twee jaar geleden, over Frankrijks morele plicht en de verloren eer van de walgelijke Westerse wereld. Chirac en zijn ministers geven slechts vorm aan wat het land uitroept.

Minder wordt er in Frankrijk geschreven en gesproken over de verwarring waarin diezelfde Westerse wereld verkeert, juist omdat Frankrijk zich zo zichtbaar tot impresario van een nieuw optreden in het gebied rond de Grote Meren maakt. Het eenstemmig en besmuikt afhaken van de anders zo genereuze Scandinavische landen is een teken aan de wand. De wereld is actie-moe, zeker; goed bedoelde inspanningen in Bosnië en Somalië hebben veel aanzien, geld en geallieerde levens gekost. Afrika is altijd onoverzichtelijk geweest, ook waar. Maar de huidige weerstand tegen een snelle hulpactie in Zaïre kan waarschijnlijk alleen worden verklaard door twee factoren: wantrouwen tegen Frankrijks ware intenties en de diplomatiek-strategische Battle of Africa tussen Parijs en Washington. 'Le précarré français' is in de Franse terminologie een vaste aanduiding voor Frankrijks 'eigen politieke jachtdomein in Afrika': het voorplein van de francofone landen.

Pag.4: Francofoon Afrika is de achtertuin van Parijs

Het voorplein van de francofone landen in Afrika, 'le précarré français', is voor Parijs in wezen een achtertuin voor een charmant gebracht mengsel van modern kolonialisme, geld verdienen en puur altruïsme. Gisteren roemde president Chirac Frankrijks “beschavende werken” in Noord-Afrika; op zijn eerste rondreis door bevriende zwarte staten vermaande hij mild dat ze eens met democratie moesten beginnen.

President De Gaulle heeft de Franse Afrika-politiek in de jaren zestig vormgegeven; zijn opvolgers, zonder één uitzondering, trachten in zijn voetsporen te treden. Op het Afrikaanse continent heeft Frankrijk vooralsnog 8100 man troepen plus vliegtuigen, helicopters en ander materieel gestationeerd; de reflex is ingebouwd die aantallen in geval van een crisis snel uit te breiden. Als Frankrijk politiewerk doet, vindt de rest van de wereld dat wel handig, als ondemocratische regimes gesteund worden is dat minder bespreekbaar en als het vermoeden rijst dat Parijs vooral zijn banken, handels- en oliebelangen verdedigt dan wordt iedereen erg principieel.

Die verkapte handelsoorlog heeft een nieuwe actualiteit gekregen sinds de Verenigde Staten, na het wegvallen van de Sovjet-zuigkracht en ondanks of dankzij hun Somalië-echec, zich actiever bemoeien met elementen van het machtsvacuüm in Afrika. Voor Frankrijk hebben de VS de rol van de perfide Angelsaksen overgenomen die vroeger uit Groot-Brittannië kwamen om Franse plannen te dwarsbomen. In Rwanda koesteren de Amerikanen de regerende tutsi's, terwijl de Fransen de hutu's (met hun besmeurd verleden) en de in Zaïre weer nuttig geachte Moboetoe steunen.

Terwijl de Europese troika en de Canadese VN-afgezant moeizaam de Afrikaanse kronkelpaden bewandelen, ziet Frankrijk zich dit keer genoodzaakt Washington te vragen de leiding te nemen van een internationale ordedienst. Nieuwe nederigheid? Of een handige manier om Washington een lesje te lezen: òf je handen vuil maken òf Afrika aan de specialisten overlaten. In ieder geval bedankt Frankrijk, dat sinds '92 al 8 miljard gulden aan vredesoperaties heeft uitgegeven, ervoor alleen in aanmerking te komen voor de cynische titel die oud-minister van Humanitaire Actie, Bernard Kouchner de trage internationale gemeenschap heeft toebedeeld: 'Fossoyeurs sans frontières', doodgravers zonder grenzen.