Crisis in Zaïre lijkt laatste fase van genocide in Rwanda

KIGALI, 12 NOV. Het laatste hoofdstuk van de Rwandese genocide in 1994 wordt geschreven in Oost-Zaïre. Na de massamoord in 1994 op 750.000 Tutsi's en 50.000 gematigde Hutu's in Rwanda en de 50.000 slachtoffers door cholera enkele weken later in Goma, zullen nu tienduizenden sterven als gevolg van de rebellie in Oost-Zaïre.

“Het klinkt misschien verschrikkelijk, maar we kunnen ons niet druk maken als sommige mensen sterven. Het (Rwandese) probleem móet nu worden opgelost”, stelt een Westerse diplomaat in Kigali zonder er doekjes om te winden. “Degenen die geloven dat deze crisis kan worden opgelost zonder dat er mensen zullen sterven, zijn naïef.”

Redding voor de zwaksten onder de ruim één miljoen vluchtelingen is onmogelijk geworden. Een geschatte honderd- tot honderdvijftigduizend extremisten onder hen - leden van de Hutu-militie Interahamwe en voormalige Rwandese regeringssoldaten (ex-Far) - zijn bereid de vluchtelingen als menselijk schild te gebruiken tegen oprukkende Zaïrese rebellen, die op hulp kunnen rekenen van het nieuwe Rwandese regeringsleger. Op korte termijn bestaan er drie opties voor de vluchtelingen in het kamp Mugunga bij Goma:

ze trekken westwaarts de heuvels in en raken slaags met autochtone Zaïrezen

ze blijven waar ze zijn en worden uitgehongerd

of ze wachten op de zogenaamde 'Kibeho-optie'.

“Mugunga wordt de laatste veldslag met de extremisten die de genocide uitvoerden”, voorspelt Seth Kamanzi, politiek adviseur van de Rwandese president Bizimungu. Volgens de analyse van de Rwandese machthebbers wilden de extremistische Hutu's in de komende maanden een frontale aanval openen op Rwanda vanuit de vluchtelingenkampen in Zaïre en Tanzania. “Eerst voerden ze de genocide in 1994 uit, toen vermoordden ze eerder dit jaar duizenden Tutsi's in de Zaïrese provincie Noord-Kivu en vervolgens wilden ze de Banyamulenge-Tutsi's uitroeien in Zuid-Kivu”, aldus Kamanzi. “Er bestonden vergevorderde plannen om daarna Rwanda aan te vallen.”

Wat begon als een opstand van de Banyamulenge, breidde zich uit, na de oprichting op 12 oktober van de Alliantie van Democratische Krachten voor de Bevrijding van Congo-Zaïre (ADFL), tot een algehele opstand in Noord- en Zuid-Kivu. De invloed van het Rwandese regeringsleger op de Zaïrese rebellen is overduidelijk en als het om de Hutu-vluchtelingen gaat, mag worden aangenomen dat de rebellen gehoor geven aan hun 'master's voice'. Over de wens van Rwanda bestaat weinig onzekerheid: de Interahamwe en ex-Far dienen te worden gescheiden van de anderen, waarna allen moeten terugkeren naar hun vaderland. De gewapende extremisten gaan vervolgens bij de grens de cel in, de anderen vertrekken naar hun dorpen.

Bij afwezigheid van een internationale interventiemacht kan geen hulp over de frontlinie heen de vluchtelingen bereiken. Verstoken van beelden op televisieschermen kunnen de vluchtelingen zonder al te veel internationale protesten worden uitgehongerd. Tot de greep van de extremisten op hen zodanig zal zijn verzwakt dat het merendeel naar Rwanda terugkeert. Gebeurt dit niet, dan kan een volgend scenario de 'Kibeho-optie' zijn. In april 1995 omsingelden Rwandese regeringssoldaten het ontheemdenkamp Kibeho in de voormalige Franse veiligheidszone in Zuidwest-Rwanda. In Kibeho bevonden zich duizenden leden van de Interahamwe tussen de ontheemden. Het regeringsleger daagde de Interahamwe uit en er braken hevige vuurgevechten uit in het kamp. Enkele duizenden, onder wie vrouwen en kinderen, verloren het leven. Maar het doel was bereikt: enkele dagen later was Kibeho verlaten, het merendeel van de kampbewoners keerde terug naar zijn dorpen.

Als buitenlandse interventietroepen het laten afweten, is een gelijksoortige veldslag als om Kibeho waarschijnlijk in Mugunga. De Zaïrese rebellen hebben vermoedelijk versterking van het Rwandese leger nodig voor een aanval op Mugunga. De ex-Far en Interahamwe ontvingen grootschalige wapenleveranties in de afgelopen twee jaar. Bovendien staan de Hutu-extremisten nu met de rug tegen de muur, hebben weinig meer te verliezen en zullen dus tot de laatste man terugvechten.

De Amerikanen leken vorige week hun zegen te geven aan zo'n mogelijk scenario. De Amerikaanse ambassadeur Robert Gribbin in Kigali verklaarde zich een uitgesproken tegenstander van een buitenlandse interventie. “Je moet werken met de autoriteiten die Oost-Zaïre controleren”, zei hij. Kortom: de Zaïrese rebellen - met impliciete steun van de Rwandese regeringssoldaten - moeten eigenhandig de problemen met hun vijanden oplossen.

Rwandese en Amerikaanse functionarissen spreken tijdens deze crisis met opvallend vriendelijke woorden over elkaar. Rwanda hoort bij een nieuwe groep Afrikaanse landen waarmee de Verenigde Staten het goed kunnen vinden: Eritrea, Ethiopië en Oeganda. “Ik ben een vrijheidsstrijder”, antwoordde Rwanda's sterke man en vice-president Paul Kagame eerder deze maand op een vraag waarom hij de Banyamulenge steunt. De regimes van Eritrea, Ethiopië en Oeganda kwamen evenals dat van Rwanda na een guerrillastrijd aan de macht. “Kagame wordt één van ons”, zei een naaste medewerker van de Eritrese president Aferworki begin vorige maand tijdens een bezoek aan Kigali, “door de strijd rijp geworden, kunnen wij vrijheidsstrijders Afrika een nieuwe richting geven.” Eritrea, Oeganda en Ethiopië zijn actief betrokken bij de gewapende opstand in en aan de grenzen van Soedan tegen het islamitisch-fundamentalistische regime, een rebellie die op steun kan rekenen van Washington.

    • Koert Lindijer