Bij de dood van een correspondent

Zo adequaat als de NOS kan reageren op calamiteiten, zo onhandig sprong men gisteravond om met de onverwachte dood van een van zijn bekendste medewerkers: correspondent Haye Thomas. De schok zal te groot zijn geweest, laten we het daar maar op houden.

Ik had het begin van het NOS-Journaal om acht uur gemist - Philip Freriks opende met een korte mededeling vooraf, begreep ik later - maar nog tijdens het journaal hoorde ik van bekenden het nieuws. Vanaf dat moment bleef ik de netten en teletekst afzoeken naar nadere berichten en aankondigingen van in memoriams, zonder iets te vinden. In het Journaal van tien uur zag ik wat archiefbeelden en commentaren, maar er was geen verwijzing opgenomen naar een later programma.

Dat kwam er echter wel: op Nederland 3, nota bene in een gaatje na Den Haag Vandaag, liet Rob Trip omstreeks half twaalf nog wat uit een archieffilm zien, welk slordig item hij afsloot met de mededeling dat er op hetzelfde moment ook op Nederland 2 in Studio NOS - toch in de eerste plaats een sportprogramma - aandacht aan de dood van Thomas werd geschonken. Daarnaar overgeschakeld kon de kijker nog net een halve minuut archieffilm zien, waarin Thomas vertelde over zijn Friese wortels. Hoogst ongelukkig allemaal.

Omwille van de coördinatie was het beter geweest als Nova een onderwerp had laten vallen en een paar journalisten had uitgenodigd even stil te staan bij de dood van Thomas. Dat was deze markante journalist zeker waard geweest.

De omstandigheden waaronder hij overleed, moesten we vernemen uit de mond van Andries Knevel, in wiens interviewprogramma Het elfde uur Thomas 's avonds als hoofdgast zou optreden. Ze hadden 's middags tevergeefs op hem zitten wachten en waren ongerust geworden toen hij er na de opnamen nog steeds niet was. Knevel: “Hij is gevonden op een parkeerplaats even buiten Hilversum. Een hartstilstand.”

Woorden die me deden huiveren: een veel te eenzame dood voor een man die zó op gezelschap was gesteld. Ik heb Haye Thomas kort van nabij meegemaakt: aan het einde van de jaren zestig toen ik als journalist het jaarlijkse Wimbledon-toernooi versloeg. Ik was een groentje in het vak en ik werkte bovendien voor een combinatie van provinciale kranten, wat automatisch betekende dat de grote jongens van de landelijke kranten weinig notitie van je namen.

Zo niet Haye Thomas, toen correspondent in Londen, die zich als een pater familias over je ontfermde. Hij liet je Londen zien, zijn Londen, nam je mee naar zijn favoriete restaurant (waarvan de eigenaar hem bejegende als een lievelingszoon) en stond spontaan zijn finalekaartje af - een zeer kostbaar en gewild entreebewijs - toen hij hoorde dat mijn vrouw zou overkomen.

Wat je noemt: een hartelijke man. Ik raakte ook onder de indruk van zijn andere kwaliteiten, want hij bleek niet alleen een verbluffend goede causeur te zijn met een groot gevoel voor humor, maar ook iemand met veel historische kennis. Over zijn vak kon hij met de nodige relativering praten - hij was zeker niet blind voor de oppervlakkige kanten ervan - maar vóór alles was hij een gedreven journalist, die als een van de weinigen van zijn generatie in de frontlijn van de actualiteit is blijven werken. Daarvoor zijn grote vitaliteit en tomeloze energie vereist.

Thomas was geen onthullingsjournalist, en evenmin een journalistieke exegeet of een harde interviewer, hij was de man die 'the mood of the nation' in enkele pakkende, soms iets te lange, maar nooit saaie volzinnen kon samenvatten. Wat betreft welsprekendheid en kleurrijkheid behoorde hij tot een uitstervend soort correspondenten. Zakelijkheid is ook in de journalistiek troef geworden, flamboyantie mag niet meer, voor zover het in het calvinistische Nederland ooit heeft gemogen. Misschien heeft Haye Thomas, onbewust, daarom wel meer dan de helft van zijn leven in het buitenland doorgebracht.

    • Frits Abrahams