Zapman

Het regende zondagmorgen flink, het bed was warm en het vlees was zwak. Toch waren er een paar gekomen, vatbaar voor het argument dat alles meevalt als je eenmaal begonnen bent. We begonnen met intrappen. Er zit van alles bij ons ploegje, er zitten bijvoorbeeld sportfotografen bij.

'Mooie wedstrijd, gisterenavond, vond je niet?', zei ik tegen een van hen. De fotograaf haalde zijn schouders op. Twee helften lang had hij achter het doel van Wales gezeten, de zeven doelpunten vielen voor zijn neus. Toch had hij het gevoel dat de wedstrijd hem was ontglipt. Dat kwam door het geluid. Door het geluid?

Van alle bronnen van ergernis staat bij mij geluidshinder bovenaan, een heel eind boven hondenpoep en meeroken. Als ik in een hondendrol stap, dan vloek ik een keer, ik peuter het met een houtje tussen de ribbels uit, even nog naspoelen in een regenplas en klaar is Kees. Als er te veel wordt gerookt, zet ik een raam open. Maar wordt er in mijn directe omgeving tot diep in de nacht een feestje gevierd, wat kan ik dan doen? Waarmee ik mijn oren ook afsluit, met Herriestoppers, Ohropax, een kussen op mijn hoofd, ik doe geen oog dicht. En overdag, als er ergens muziek vandaan komt, krijg ik geen letter op papier. Ik heb geen verweer tegen geluid, en toch ben ik geneigd de rol van geluid te onderschatten. Sportfotografen gebruiken alleen hun ogen, dacht ik. Nee, ze gebruiken net zo goed hun oren.

Turend door hun lange lenzen, zijn ze bijna blind. Hun blikveld is beperkt tot een paar vierkante centimeter. Het legioen is hun blindengeleidehond, het legioen moet ze waarschuwen als er iets staat te gebeuren. De tegenpartij dreigt een doelpunt te scoren: talloze kelen houden de adem in. Een gevaarlijke aanval van de thuisploeg: er trekt een zindering door het stadion.

Maar zaterdag bij Nederland-Wales had er een stoorzender op de tribunes gezeten. De KNVB had een vak vrijgemaakt voor kinderen. De betalende bezoekers van de toekomst mochten daar giechelen, gillen, elkaar aan de haren trekken, en niet op de wedstrijd letten. Door de constante stroom stuurloos lawaai, kon de fotograaf zijn blindengeleidehond niet meer horen. En zo ontglipte hem de wedstrijd.

Hoe vaak ben ik al niet in een stadion geweest? En nog steeds weet ik niet of ik kom voor de wedstrijd zelf of voor de geluiden van het legioen. Hoe de optelsom van duizenden geopende monden het eensgezinde OEOEOE voortbrengt wanneer de bal net naast gaat. Hoe al die individuele beslissingen om met de ene hand tegen de andere te slaan een geruis kunnen veroorzaken of er een stortbui neerplenst op een golfplaten dak.

    • Hans Aarsman