Zaïrese luipaarden laten zich niet villen

JOHANNESBURG, 11 NOV. De Zaïrese 'luipaarden' waren bijna niet komen opdagen. Door de chaotische politieke situatie in eigen land arriveerde het nationale voetbalelftal van Zaïre zaterdag pas drie uur voor het begin van de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Zuid-Afrika in Johannesburg.

Na een wilde tocht van vliegveld naar stadion hadden de spelers nog net tijd om hun kicksen en rood-gele tenue aan te trekken. En het ergst van alles: ze verloren uiteindelijk met een miezerige 1-0.

In het oosten van Zaïre woedt een oorlog tussen resten regeringsleger en rebellen gesteund door het Rwandese Tutsi-leger; honderdduizenden Hutu-vluchtelingen lopen het gevaar te verhongeren. In de westelijk gelegen hoofdstad Kinshasa geldt bij afwezigheid van het staatshoofd Mobutu Sese Seko (verblijft voor kankerbehandeling in Frankrijk) het 'ieder voor zich en God voor ons allen'. Maar voetbal is voetbal, sport is sport. Enige weken geleden zou een Zaïrese wielerploeg deelnemen aan de Boland Tour, een meerdaagse etappewedstrijd in Zuid-Afrika. Toen de andere renners al verscheidene dagtochten in de benen hadden, arriveerden de Zaïrezen alsnog. Hun vliegtuig was verdwaald in Afrika, maar ze dachten nog wel van start te mogen gaan.

Zo erg verging het de voetballers zaterdag niet, maar ze moesten wel via Istanbul naar Zuid-Afrika reizen, een omweg van meer dan 10.000 kilometer.

Het FNB-stadion in Johannesburg, ingeklemd tussen de goudmijnen, met Soweto als rugdekking en de skyline van de stad in de verte, is op 1.600 meter hoogte het domein van het nationale voetbalteam van Zuid-Afrika. Hier werd Bafana Bafana (Onze Jongens) in februari kampioen van Afrika. Voetbal is de sport van het (zwarte) volk. Kaartjes zijn er vrij goedkoop, maar nog altijd te duur voor de inwoners van de townships die van heinde en ver zijn komen lopen, in de hoop iemand in een gulle bui aan te treffen. “Geef me vijf rand (2 gulden) voor een kaartje”, zegt een jongetje brutaalweg. De portier vraagt twee rand voor zijn cold drink en dat doet ook de terreinknecht en zo loopt een middagje voetbal in Zuid-Afrika al met al toch in de papieren.

De chauvinistische sportpers verkeerde vooraf in jubelstemming over de eerste wedstrijd in de zware Groep 3 (Zuid-Afrika, Zaïre, Zambia en Congo) van de Afrikaanse zone. 'Vil de luipaarden' kopte het dagblad Sowetan voorafgaande aan de partij. Pff, Zaïre, een eitje.

Dat viel tegen. Ondanks hun ontberingen speelde het Zaïrese elftal ijzersterk. Met fraaie combinaties brachten ze Bafana Bafana keer op keer in de problemen en met iets meer geluk en doeltreffendheid hadden ze op voorsprong kunnen komen. De stormachtige aanmoedigingen van het thuispubliek ten spijt slaagde Bafana Bafana er geen moment in de zichzelf toegedichte favorietenrol waar te maken. Shoes-shoes-shoes riepen de fans sterspeler John 'Shoes' Mohkine toe bij elke balbehandeling, 'Fish-fish-fish' voor Mark Fish. Het mocht niet baten, evenmin als de talloze rotjes die als kanonslagen in het betonnen stadion weergalmden. Gaandeweg werden de supporters steeds ongeruster. Linda, fan uit Soweto, durfde bij aanvallen van Zaïre niet meer te kijken. “Fuck you, Fuck you”, riep hij bij elke mislukte doelpoging van Zuid-Afrika.

Pas nadat Phil Masinga halverwege de tweede helft Zuid-Afrika op een 1-0 voorsprong had gezet kwam er weer wat moed onder de 50.000 toeschouwers. Sozholoza-sozholoza (Rustig maar, alles zal goed komen) zongen ze, een lied dat zwarte arbeiders van oudsher zingen als ze ver van huis moeten werken. zongen.

En het kwam goed.

    • Lolke van der Heide