Vos ook bij afscheid De Appel weer geëngageerd

Voorstelling: Koning Oidipous/Oidipous in Kolonos van Sophokles door De Appel. Regie: Erik Vos. Decor/kostuums: Tom Schenk. Spel: Carol Linssen, Aus Greidanus, Eric Schneider, Robert Prager e.v.a. Gezien: 9/11, Appeltheater, Den Haag. Herh. t/m 31/2. Inl. 070-3502200.

Van Erik Vos' enscenering van De Perzen van Aischylos in 1963 loopt een directe lijn naar zijn afscheidsvoorstelling van de twee Oidipous-tragedies van Sophokles die nu in het Appeltheater te zien zijn. Wat toen de piste van Carré was is nu het amfitheater van het eigen huis in Scheveningen. Wat toen een nouveauté was - de vlakke speelvloer, het er rondom gezeten publiek, de aardse stijl, de mengeling van uiterste soberheid met een vleugje exuberante commedia dell'arte - is nu zoniet vieux jeu dan toch de oude, vertrouwde Vos. Hij is nu 67 jaar en hij verlaat zijn groep. Zijn verdienste wordt onderstreept door een negatief oordeel van de Raad voor Cultuur, die zonder hem geen toekomst ziet voor De Appel.

Staatssecretaris Aad Nuis zal de Tweede Kamer er vandaag ongetwijfeld van weten te overtuigen, dat De Appel moet blijven bestaan. Geen toneelgezelschap in Nederland heeft een zo trouwe groep aanhangers, waaronder opvallend veel politici en bestuurders. Op zichzelf is de vraag wat De Appel zonder Vos waard zal blijken te zijn inderdaad spannend genoeg.

Eindelijk zal er iets veranderen: je bent al snel een spelbreker als je dat nodig vindt, maar Koning Oidipous en Oidipous in Kolonos zijn wederom een pas op de plaats en ik ben er niet rouwig om dat het Vos' laatste is.

Zo wars van opsmuk als het theater van Vos uiterlijk is, het barst van de pretenties, van eerlijkheid en betrokkenheid, van doorleefd inzicht in het menselijk denken en handelen, van eenvoud en daardoor des te trefzekerder stilering. In een vraaggesprek vergeleek Vos bijvoorbeeld de pest van Thebe die Oidipous doet ontdekken dat hijzelf de moordenaar is van zijn vader en dat hij met zijn eigen moeder slaapt, met de ziekte Aids. Het slaat nergens op - tenzij, misschien, men Aids als een straf van de goden ziet - maar Vos heeft weer engagement getoond, vrijblijvend en dus irritant.

Hij moet maar tonen wat hem beweegt maar dat doet hij niet. In het weidse decor van Tom Schenk - een mooie oud-Testamentische muur op de achtergrond, een glimmende speelvloer in het eerste deel en een gebarsten woestijnbodem in het tweede - onthoudt hij zich van iedere vorm van interpretatie. Zeker, koning Oidipous (Aus Greidanus) is, naarmate de aanwijzingen van zijn schuld zich opstapelen, een steeds vertwijfelder mens en de ziener Teiresias (Eric Schneider) is opmerkelijk demonisch, te demonisch naar mijn smaak, maar voor het overige lijkt het doel vooral weer de stijl en de vorm zelf.

Daar zijn ze weer, de Appel-acteurs: geblankette koppen, gekoolde oogranden, expressionistische schrik op het gezicht gebeiteld, gedragen stemverheffingen, de hand op de borst, de bijbelse mantels fier over de schouders of als lappen achter zich aan slepend als teken van verslagenheid. Zo af en toe weerklinkt er een riedeltje of zelfs een heuse drumsessie, van vier muzikanten, waarvan de bedoeling duidelijk is maar niet uit de verf komt. De enscenering wordt geen moment een symfonie, een meeslepend muziekstuk van stemmen, emoties en onheilspellend geroffel. Integendeel, de muzikale intermezzi doen geforceerd aan, de wisselingen van het al te morsige licht zijn grof en zonder betekenis, de diagonalen die het koor trekt en Vos' beroemde gevoel voor ruimte onderstrepen, zien er stijf en bestudeerd uit.

Er zijn ook een paar regelrecht ongelukkige ingrepen. Waarom wordt Iokaste, Oidipous' moeder en vrouw, vertolkt door Carol Linssen? Oei, oei, gewaagde travestie in Den Haag, dat wel, maar waarom? Waarom ook loopt Robert Prager als Kreoon in het tweede deel ineens op kothurnen, die hij ook nog eens uittrekt, zodat we ze goed kunnen zien? Geen idee - als bewijs dat Vos zijn klassieken kent, misschien? En waarom speelt Eric Schneider de oude, blinde Oidipous in het tweede deel? Juist Aus Greidanus is een lichtpunt in het eerste deel van de voorstelling. Hij beschikt over een kinderlijke soort koppigheid, die ook de King Lear die Oidipous als grijsaard wordt, niet misstaan had. Maar nee, ineens is de gearticuleerde drama-toon van Schneider kennelijk te prefereren.

Het afscheid van Vos is geen paukenslag. Ik kijk naar theater voor de middenklasse, kunstzinnerig op de nijverheid af, eerder kitsch dan kunst, braaf, geen mens kan er aanstoot aan nemen. Toch doe ik dat, want ik zie gladgestreken veiligheid in plaats van de met de mond beleden kwetsbaarheid.

    • Pieter Kottman