Terug in Rwanda, ondanks de Interahamwe

MUTOVU, 11 NOV. Drie dagen geleden had de Rwandese Hutu Placide Sibomana weinig keus behalve opnieuw te vluchten. Toen de gevechten tussen Zaïrese troepen en door Tutsi's geleide rebellen zijn vluchtelingenkamp in het noordoosten van Zaïre naderden, zochtten Sibomana en duizenden andere Rwandese Hutu's hun toevlucht in de naburige wouden.

In de verwarring werd hij gescheiden van zijn vrouw en twee kinderen. Wanhopig zwierf hij over paden in de bossen, tot hij gisteren, twee jaar na zijn vertrek, weer in Rwanda terecht kwam.

Sibomana arriveerde in een geïmproviseerd vluchtelingenkamp bij het grensdorp Mutovu samen met ongeveer 300 Rwandese Hutu's, die de afgelopen dagen op hun terugtocht overleefden op een dieet van wortels en regenwater. Zij lieten de dodelijke gevechten tussen Zaïrese troepen en rebellen achter zich, en eveneens de terreur van de Rwandese Hutu-milities, de Interahamwe, die de afgelopen twee jaar vluchtelingen die spraken over terugkeer naar huis bedreigden, verminkten of zelfs vermoordden. “Ze schoten op mensen”, zei Sibomana over de milities. “Ze logen tegen ons. Ze misleidden ons. Ze vertelden ons dat we zouden worden gedood als we naar Rwanda terugkeerden.”

De Interahamwe speelden een hoofdrol in de genocide onder Rwandese Tutsi's in 1994. Ze werden uiteindelijk Rwanda uitgejaagd door het hoofdzakelijk uit Tutsi's bestaande Rwandees Patriottisch Front (RPF), dat nu de macht heeft in Kigali. De afgelopen twee jaar hielden ze ruim een miljoen Hutu-vluchtelingen vast in kampen in het Zaïrese grensgebied met Rwanda, ondanks inspanningen van hulporganisaties hen naar hun woonplaatsen in Rwanda terug te bewegen, door middel van een campagne van terreur en propaganda.

Vorige week, toen het Zaïrese leger uit het gebied werd verjaagd door rebellen die worden aangevoerd door in Zaïre levende Tutsi's, leidden de Interahamwe honderdduizenden Hutu-vluchtelingen naar het westen, weg van de Rwandese grens, waardoor ze de grootscheepse repatriëring die de Rwandese regering wenst, verder bemoeilijkten. Volgens Ray Wilkinson, woordvoerder van de VN-hulporganisatie voor vluchtelingen UNHCR, hebben sommige vluchtelingen gemeld dat de Interahamwe op hen hadden geschoten toen ze naar de grens vluchtten. “De propaganda en terreur van twee jaar geleden duren voort”, aldus Wilkinson. “Het is een omineus teken dat de Interahamwe nog steeds greep hebben op de mensen, en dat maakt onze taak veel moeilijker.”

Sibomana, een 48-jarige elektricien, zei dat hij persoonlijk niet onder vuur was genomen door de strijders van de Interahamwe, maar hij kende veel mensen die dat wel was overkomen. Hij weigerde de namen te geven van zijn vermiste vrouwe, 15-jarige dochter en 6-jarig zoontje, voor het geval dat zij in handen van de Interahamwe terechtkomen.

“Ik wist dat het in orde was om naar huis terug te gaan, omdat mijn neven ons in het kamp hadden geschreven”, zei hij. “Maar we konden daarover niet openlijk praten.” Hij zei dat de Interahamwe iedereen die over terugkeer praatte, ervan beschuldigde Tutsi-spion of collaborateur te zijn.

Internationale hulpwerkers zeiden dat de teruggekeerde Hutu's in redelijke gezondheid verkeren, ondanks hun moeizame zwerftocht. Maar voor een Canadese arts van Artsen zonder Grenzen was dat geen verrassing: “Het is precies zoals in 1994, toen ze vluchtten. De sterken bereikten de kampen het eerste. Maar achter hen stierven er duizenden op de wegen.” (AP)

    • Tony Smith