Rijke Chinezen 'runnen' zelf peperdure kostschool

PEKING, 11 NOV. Op vrijdagmiddag lijkt het voor de hoofdingang van de Yayuncun-school in het noorden van Peking op een bijeenkomst van een executive-club. Dan rijden Mercedessen, BMW's en Audi's af en aan en draaien goed geklede bestuurders, in afwachting van hun kind, de geblindeerde ramen van hun voertuigen naar beneden.

Van verkeersopstoppingen, grootouders of moeders op fietsen - het beeld dat elders in Peking zo gebruikelijk is - is geen sprake, want het betreft hier een bijzondere school. “Mijn kind verdient het beste”, zegt ondernemer Qian, “dat mag gerust wat kosten.”

De tienjarige zoon van Qian zit op een kostschool die geheel wordt gefinancierd door de ouders van de vierhonderd leerlingen. Bij aanvang hebben zij per kind 60.000 gulden inschrijfgeld betaald en jaarlijks komt daar nog eens 3.400 gulden schoolgeld bovenop. De leerlingen wonen in ruime twee-persoonskamers, krijgen driemaal daags een maaltijd voorgeschoteld en kunnen gebruik maken van tal van faciliteiten. Qian spreekt van een “nette” omgeving en benadrukt de voordelen van de school.

“Het reguliere onderwijs in China biedt in geen enkel opzicht datgene wat mijn zoon leert”, zegt Qian. “Op staatsscholen is geen ruimte voor initiatief, niets wordt aan de verantwoordelijkheid van de leerlingen overgelaten. Het onderwijs in China staat gelijk aan het bereiden van Peking Eend: het is niets anders dan gedwongen happen en slikken.”

Veel ouders zullen het daar stilzwijgend mee eens zijn, maar berusten doorgaans bij de gedachte dat 'slikken' de beste methode is om zonder kleerscheuren de eindstreep te halen. Staatsscholen in China staan onder streng toezicht van de overheid en eigengereid gedrag - waaronder een gezonde belangstelling - wordt niet getolereerd. Qian gelooft daarom dat, wanneer zijn zoon eindexamen heeft gedaan op de Yanyuncun privéschool, hij veel gaat betekenen voor de samenleving. “Hij kan tenminste voor zichzelf zorgen.” Dat is volgens de trotse vader afgelopen zomer wel gebleken. Qian junior stapte alleen op het vliegtuig, en vloog, negen jaar oud, naar zijn familie in de Verenigde Staten. “Met een overstap in Shanghai!” Weinig ouders in China kunnen zich echter vliegreizen en een school als die waar Qian zijn kind naar toestuurt, veroorloven en zijn aangewezen op het staatsonderwijs.

Pag.4: 'Mijn jongen zal beter zijn dan de anderen'

Maar het staatsonderwijs in China biedt veel ouders, en vooral hun kinderen, een hoop kopzorgen. De concurrentie op de staatsscholen is meedogenloos omdat aan voldoende kwalitatief goede scholen een gebrek is. De Chinese overheid geeft jaarlijks slechts rond de drie procent (ongeveer een gulden per kind) van het BNP uit aan onderwijs.

Van de 260 miljoen schoolgaande kinderen die China telt, valt het merendeel, wanneer de leerlingen gemiddeld 15 jaar zijn, na de examens op de lagere middelbare school (chuzhong), noodgedwongen af. Vandaar dat Chinese ouders steeds vroeger beginnen met het klaarstomen van hun kind voor het overgangsexamen van de lagere naar de hogere middelbare school (gaozhong). Want als dat examen binnen is, is de toekomst van hun kind op zijn minst hoopgevend.

Voor bijna alle ouders in China's steden is de opvoeding van het nageslacht, door toedoen van de begin jaren tachtig geïntroduceerde één-kindpolitiek, een eenmalige ervaring in hun leven. Ouders zijn om die reden graag bereid een aanzienlijk gedeelte van het doorgaans uiterst geringe inkomen te besteden aan het onderwijs van hun kind. Zo geven ouders in Peking gemiddeld veertig procent van het inkomen uit aan onderwijs.

Op de nummer 10 zondagsschool in het West-district van Peking legt tekenlerares Yang uit waarom. “De kosten voor het reguliere onderwijs in China zijn redelijk. Maar daarnaast geven veel ouders geld uit aan buitengewone onderwijsactiviteiten.” De zondagsschool van Yang is daar een voorbeeld van. Wekelijks volgen 10.000 leerlingen, buiten de normale schoolactiviteiten om, lessen in tekenen, muziek en vreemde talen. In de zomer verzorgt de school 'culturele excursies'. “Vorig jaar is mijn dochter op een tien-daagse zangcursus geweest in Qingdao, aan de Oostkust van China”, zegt een wachtende vader op het schoolplein van de zondagsschool. “Dat kostte mij een maandinkomen van 160 gulden, maar het is het beslist waard geweest. Een schoolreis naar Thailand, even daarvoor, hebben we helaas gemist.”

De kinderen zelf zijn aanmerkelijk minder enthousiast. Een tien-jarig meisje in een rood trainingspak wil buiten het blikveld van haar oma wel zeggen dat ze “behoorlijk moe wordt” van zeven dagen onderwijs per week. Maar zodra het bejaarde familielid in de buurt komt, bevestigt ze het commentaar van haar grootmoeder, dat ze uitsluitend zanglessen en Engels volgt, “omdat ik het leuk vindt.”

Ouders die hun kinderen naar de nummer '10' zondagsschool sturen, zijn overtuigd dat de kansen van hun kinderen in de toekomst aanzienlijk worden vergroot. “Iedereen krijgt teken- en muzieklessen, maar mijn jongen zal beter zijn dan zijn klasgenoten op de gewone school”, zegt een moeder van een acht-jarige leerling. Anderen, die het zich kunnen veroorloven, beginnen nog eerder met de buitenschoolse training van hun kinderen. Op de kleuterschool van de Universiteit voor internationale handel en economie, krijgen leerlingen van vier jaar al les in Engels en computerkunde.

Kinderpsycholoog Feng Qihua, die drie dagen per week een telefonisch steunpunt bemant en vragen beantwoordt van ouders en kinderen, maakt zich grote zorgen over het buitensporige verwachtingspatroon waar kinderen al op zeer jonge leeftijd aan moeten voldoen. “Het is niet in het belang van het kind”, zegt hij. “De psychologische druk op Chinese leerlingen is zo groot, dat steeds meer kinderen verschijnselen van onaangepast gedrag gaan vertonen.”

Feng vertelt dat hij het vaakst wordt gebeld door middelbare scholieren van China's zogenaamde 'zwaartepunt'-scholen. Op die scholen, waar leerlingen pas worden toegelaten met een gemiddelde rapportscore van een 9,5 is falen funest. “Ouders hebben veel geld in deze kinderen gestoken. Volgens het Chinese puntensysteem worden leerlingen met een score onder een tiende van de vereiste 9,5, tegen betaling van 2.000 gulden alsnog toegelaten. Voor iedere tiende punt daar weer onder moet een 2.000 gulden extra worden betaald.”

Kinderen zijn volgens Feng enorm veranderd door China's onderwijssysteem en het verwachtingspatroon van veel ouders. “Chinese ouders leiden, door toedoen van de Culturele Revolutie en de gemiste kansen die daar het gevolg van zijn, aan een compensatiecomplex. Nu ze de vrijheid hebben hun enig kind min of meer naar eigen believen op te voeden, pakken ze flink uit.” Om die reden wordt Chinese kinderen geen haar breed in de weg gelegd, als ze maar studeren en presteren. Dat die aanpak uiteindelijk resulteert in kinderen die op jonge leeftijd Engels kunnen spreken en Tang-poëzie kunnen reciteren, maar niet in staat zijn hun eigen schoenveters te knopen, vindt Feng verontrustend.

Chinese kinderen die naar aanleiding van een recent opinie-onderzoek in de Chinese pers zijn gevraagd hun ideaalbeeld voor de toekomst te beschrijven, antwoorden vrijwel zonder uitzondering dat zij een leidinggevende functie willen in rijkdom, in macht of in beiden. Du Bai, een twaalf-jarige scholier bijvoorbeeld, wil een Mercedes Benz, een villa in een buitenwijk, Westerse kleren en een positie als manager van een grote internationale handelsorganisatie. En zijn klasgenoot Li Xiaoli, die het medicijn tegen kanker gaat uitvinden, hoopt, nadat hij de Nobelprijs heeft gewonnen, miljonair te worden, om daarna “een luxueus leven te leiden”.

Dergelijke antwoorden, zo stelt de krant ongerust vast, worden gevoed door het “bourgeois” verwachtingspatroon van Chinese ouders. “Waar zijn de kinderen gebleven die volstaan met een beroep als bouwvakker of boer?” vraagt de krant zich af. Zeker is echter dat Chinese ouders, en als ze het zich kunnen veroorloven op de voet gevolgd door de grootouders, hun (klein)kind overladen met aandacht en cadeaux. Ruim 60 procent van de produkten die Chinese stadsfamilies aanschaffen, heeft te maken met kinderen.

Volgens psycholoog Feng is de Chinese overheid zich onvoldoende bewust wat de huidige generatie schoolkinderen zal betekenen voor de toekomst van China. “Steeds meer ouders maken het aan hun kinderen duidelijk dat zíj, en niet de partij of de staat, verantwoordelijk zijn voor de goede scholing van hun kind. Die kinderen zullen op den duur steeds minder bereid zijn naar de overheid te luisteren; immers wat hebben zij aan de Chinese regering te danken?”

    • Floris-Jan van Luyn