'Over homorelaties doen we niet moeilijk'

Ze had het zo mooi gevonden als in vrijwel alle protestantse kerken geen onderscheid meer zou worden gemaakt tussen het huwelijk en andere liefdesrelaties. Even zag het er naar uit dat dat zou lukken. De Remonstrantse predikante Chr. Berkens-Stevelinck sprak zelfs al van “grote doorbraak” toen de hervormd-gereformeerde-lutherse 'trio-synode' vorige week een voorstel voor de gelijkstelling van levensverbintenissen in behandeling nam.

Maar de synode besliste anders. Met overgrote meerderheid werd besloten dat van gelijkwaardigheid van relaties geen sprake kan zijn.

Binnen de Remonstrantse Broederschap, een kerkgenootschap waaraan ds. Berkvens parttime als predikant is verbonden, “doen we over heterohuwelijken of homorelaties niet moeilijk meer”, zegt ze. “Overal waar van levensverbintenissen wordt gesproken, is het huwelijk tevens begrepen”.

Maar men moet niet denken dat onder Remonstranten alles kan. Beslist niet. Levensverbintenissen van minderjarigen worden niet gezegend. Ook mag er niet gezegend worden als niet is voldaan aan de wettelijke bepalingen die op de verbintenis van toepassing zijn.

Tien jaar geleden begon de Remonstrantse Broederschap met haar - op dat moment - revolutionaire initiatief. Inmiddels is in veel gemeenten de zegenbede uitgesproken over niet-huwelijkse levensverbintenissen. “Als predikant verzorg ik zo'n zeven à acht huwelijken per jaar”, zegt Berkvens-Stevelinck. “Zes daarvan zijn niet-huwelijkse, meest lesbische en homoseksuele relaties. En van die zes gaat het bij de helft om buitenlanders. Ik doe meestal de Fransen en de Italianen omdat ik die talen goed spreek. Andere remonstrantse predikanten houden zich bezig met Duitse en Engelssprekende paren. Tot nu toe heb ik meest vrouwen gehad; misschien dat die zich bij mij gemakkelijker voelen dan bij een mannelijke collega-predikant”.

Dominee Berkvens, van Belgische afkomst met een joods-katholieke achtergrond, heeft alle kerkelijke dogmatiek voorgoed vaarwel gezegd. Voor katholieken gold vroeger het huwelijk pas als het in de kerk voor het leven, 'tot de dood ons scheidt', was gesloten. In de protestantse kerk was het minder streng, onder andere omdat het huwelijk daar niet als een sacrament, als heilig wordt beschouwd. “Maar wat man en vrouw elkaar allemaal moesten beloven, was wel onnoemelijk zwaar. En des te zwaarder waren dus de kater, de pijn en de frustraties als het huwelijk niet lukte en op een scheiding uitliep”.

Eigenlijk zou het hele huwelijk moeten worden afgeschaft, vindt Berkvens. Zij voegt er snel aan toe dat ze alleen voor zichzelf spreekt. De overheid en de kerk hebben niets met de levensverbintenissen van mensen te maken, meent zij. Dat zijn volstrekte privé-aangelegenheden. Alle relatievormen zouden mogelijk moeten zijn. Als men daar door middel van een of ander ritueel vaste vorm aan wil geven, is dat een eigen keuze, “maar voor een ritueel hoef je nu eenmaal niet per se in de kerk of in het stadhuis te zijn”.

“Daarom heb ik me in geweten ook vaak afgevraagd”, schreef Berkvens onlangs in het Remonstrantse Weekblad, “of wij er wel goed aan doen buitenlandse paren de mogelijkheid te bieden hun levensverbintenissen bij ons te laten inzegenen. Niet vanwege de afstanden, de verschillende verwachtingspatronen of de aarzelingen van veel van onze gemeenten, maar omdat het evident is dat de meeste buitenlanders de inzegening van hun levensverbintenis wel degelijk als een huwelijk zien. Met dat instituut heb ik nogal moeite. Maar ik als kijk naar het geloofsgehalte van de voorbereidingsgesprekken met deze mensen en naar wat zo'n dienst voor hen betekent, dan zet ik mijn persoonlijke twijfels snel opzij. Want wij bieden deze onderdrukte mensen voor korte tijd onderdak aan. Daarmee verdwijnt voor mij elke aarzeling over de juistheid van het besluit dat de Remonstrantse Broederschap tien jaar geleden heeft genomen”.

    • Frits Groeneveld