Ouwerkerk: altijd ongedurig, soms onhandig

Al op zijn achttiende jaar wist Hans Ouwerkerk dat hij burgemeester wilde worden. Inmiddels heeft deze PvdA'er drie gemeenten achter de rug en is hij al vijf jaar burgemeester van Groningen. Vorige week maakte hij daar een 'harde landing' omdat hij had verzuimd een bijbaan op te geven.

Hans Ouwerkerk, vijf jaar burgemeester in Groningen, is een doodgewone man, zei zijn vrouw eens. “Hij wast elke avond af, zal nooit weggaan als de afwas nog niet gedaan is. En als ik zeg 'Goh, joh, het kleed moet eigenlijk even gezogen', dan doet hij dat ook.”

Doodgewoon, het is een kwalificatie die anderen niet snel over de 55-jarige PvdA-burgemeester geven. “Je moet bij hem het bit stevig in de bek houden, anders loopt hij voor de troepen uit”, zegt oud-wethouder P. Snel van Emmen over hem. Toen Ouwerkerk eind vorig jaar op de Grote Markt in Groningen een paar honderd stakende agenten toesprak, vergeleek hij ze met de kinderen die een week eerder naar de intocht van Sinterklaas waren gekomen. “Die wilden ook een cadeautje”, riep hij door de megafoon. De agenten floten hem uit en draaiden Ouwerkerk spontaan de rug toe.

Drs. H.G. Ouwerkerk is een straatvechter, ongepolijst en ongedurig. Onhandig soms. Eigengereid, met onorthodoxe en niet altijd even goed doordachte ideeën. In ieder geval niet saai. Met hart en ziel burgemeester, zegt hij zelf. “Ik ben geen filosoof, je moet mij niet vragen het partijprogram van de PvdA te schrijven.” In de dagelijkse omgang een hartelijk mens, zeggen collega's. Hij is dol op de kantoorhumor van Jiskefet: “Goedesmorgens deze morgen”, begroette hij zijn collega's 's morgens geregeld. Zijn ambitie omschrijft hij als “nog één keer iets anders doen”. Hij heeft nooit ontkend dat hem het burgemeesterschap van Amsterdam het allermooiste lijkt. De kans daarop acht hij niet meer zo groot. “En de vraag is natuurlijk of ik het zou kunnen.”

Ouwerkerk houdt van crisisachtige situaties. Zoals in de Krimpenerwaard - in het Zuidhollandse Lekkerkerk maakte hij als burgemeester het eerste omvangrijke gifschandaal van Nederland mee. “Heerlijk was dat. Ik heb ontzettend hard gewerkt en kon echt iets voor de mensen betekenen”, zegt hij met een lichte Haagse tongval die zijn afkomst verraadt.

In Groningen was het vijf jaar geleden weer raak. Snel na zijn aanstelling in 1991 kwam aan het licht dat de directeur van de Groninger Kredietbank (GKB) voor miljoenen guldens dubieuze kredieten had verleend. Het leverde Groningen een financiële strop op van 58 miljoen gulden. Ouwerkerk handelde de GKB-affaire volgens zijn collega's naar behoren af. “Hij trok het initiatief meteen naar zich toe en hield aldoor zijn hoofd koel”, zegt ex-wethouder B. Westerink.

Maar de crisis die de burgemeester vorige week meemaakte was van een ander gehalte, zegt Ouwerkerk. “Dat was zandhappen.” De burgemeester maakte “een harde landing” omdat hij een bijbaan bij aannemersbedrijf Mourik verzuimd had aan de gemeenteraad te melden. “Ik beschouwde het als een privé-aangelegenheid”, was zijn verklaring. Ouwerkerk zo dom? Zo naïef? Nee, de mensen om hem heen konden het haast niet geloven. Hij heeft er de afgelopen week veel over nagedacht hoe hij zo in de fout kon gaan. “Het komt door Lekkerkerk.” Dan balt hij zijn vuisten: “We hebben gigantisch gebuffeld. Mourik heeft het toen volgens vriend en vijand voortreffelijk gedaan. Zij hebben er voor gezorgd dat de mensen snel die klote caravans konden verlaten en weer naar huis konden.” Hij raakte bevriend met toenmalig Mourik-directeur F.J. Gaastra. Bij diens afscheid werd hij voor een bestuursfunctie gevraagd in de administratiestichting die de aandelen van Mourik beheert. “Ik heb het toen benaderd in de Lekkerkerk-sfeer. Ik dacht: het is zo privé, zo'n stichtinkje. Ik heb iets anders dan een zakelijk gevoel bij dat bedrijf.” Hij besprak de nevenfunctie nog wel met de directeur van het Afval Overleg Orgaan, een adviesorgaan van de overheid waarvan Ouwerkerk voorzitter is.

Ouwerkerk heeft veel andere belangrijke, wel gemelde, nevenfuncties. Hij is onder andere voorzitter van het Genootschap voor Burgemeesters, lid van het korpsbeheerdersberaad, lid van het adviesorgaan de Mijnraad, voorzitter van het Centrum voor Lokaal Bestuur van de PvdA. “Goed voor Groningen”, zegt hij over zijn nevenfuncties. “Groningen heeft het nadeel van de relatieve afstand. Dan moet je zorgen dat je er in het bestuurlijke circuit bij zit.”

Een gebeurtenis op zijn derde tekende Ouwerkerk voor het leven. In maart 1945 raakte hij gewond toen de Britse luchtmacht het Bezuidenhout in Den Haag bombardeerde. Zijn vader werd getroffen door een granaatscherf en was op slag dood. “Ik heb door de luchtdruk een reisje gemaakt. Een paar honderd meter, aan de andere kant van het spoor ben ik teruggevonden. Met een scherf in mijn rechterarm.” Na een paar maanden in het ziekenhuis mocht hij opstaan, maar hij zakte zomaar door zijn rechterbeen. Dit bleek verlamd te zijn. “Tot mijn twaalfde zat ik in een wagentje. Nu loop ik alleen nog wat schommelend. Ik mag dus niet klagen.”

Zijn niet gemakkelijke jeugd vormt hem tot een enorme doorzetter. Zijn moeder en zijn opa, bij wie hij opgroeide, zien gelukkig op tijd in dat ze hem niet als een zielige jongen moeten behandelen, vertelt Ouwerkerk. “Anders was ik een kasplantje geworden. En dat ben ik dus niet.” Op zijn achttiende wist hij al dat hij burgemeester wilde worden. “Vraag me niet waarom.” Na zijn studie geschiedenis wordt hij eerst medewerker van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, dan assistent van de Amsterdamse burgemeester Samkalden (“Veel intellectueler dan ik, ja rustiger ook”), landelijk secretaris bij de PvdA en in 1973 volgt hij Marcel van Dam op als ombudsman bij de VARA. Van Dam over zijn opvolger: “Hij deed het inhoudelijk heel goed, maar hij was geen begenadigd presentator. Hij straalde niet van de buis af.” Ouwerkerk haalt zijn schouders op bij het horen van die opmerking. Van Dam had een enorm stempel op het programma gedrukt, terwijl hij de mensen veel minder bij de hand wilde houden en ze hun eigen problemen wilde laten oplossen. Na twee jaar vertrok hij door een ruzie met VARA-voorzitter André Kloos over reorganisatieplannen.

De burgemeestercarrière begon in 1976 in het Zuidhollandse Lekkerkerk; daarna volgden Emmen, Zaanstad en Groningen. Ouwerkerk was heel blij met Lekkerkerk, maar hij vond het burgemeesterschap in een dorp met 7.500 inwoners eigenlijk onder zijn niveau. “Na twee, drie jaar was ik er uitgewerkt, wilde eigenlijk wel weg.” En toen kwam de gifaffaire, waarbij de bewoners van 270 woningen van de wijk Lekkerkerk-West hun huis uitmoesten voor een spoed-sanering, die 200 miljoen gulden kostte. Ouwerkerk kreeg landelijk veel lof voor de manier waarop hij de kwestie afhandelde. “Geschiedvervalsing”, zegt B. van Veen, destijds bewoner van Lekkerkerk-West en schrijver van het 'Giftig Dagboek'. “Ouwerkerk beschouwde ons in het begin als lastpakken. Hij probeerde aanvankelijk de verontrustende geluiden te sussen.” Het was volgens Van Veen uiteindelijk minister voor Milieu Ginjaar die de knopen doorhakte. Ouwerkerk is het niet met deze kritiek eens. Natuurlijk gebeurde het knopen doorhakken op rijksniveau, maar hij wist de kwestie zo in Den Haag te profileren dat daar de juiste beslissingen werden genomen.

Door de affaire verhoogde Ouwerkerk zijn marktwaarde. “De benoeming in Emmen was een opmerkelijke promotie.” In Emmen bleef hij zeven jaar (1982-1989), in Zaanstad slechts iets meer dan twee jaar (1989-1991). “Ik kreeg niets met die Zaankanters.”

De vijf jaar burgemeesterschap in Groningen kenmerken zich door de GKB-affaire, een idee om de kentekens van hoerenlopers te registreren, een aanval op de bestuursrechter die de gemeente Groningen in het ongelijk stelt in een zaak tegen een coffeeshop en, heel recent, de bijbaan-affaire. Zijn voorganger Staatsen mislukte in Groningen omdat hij nauwelijks ruimte van de wethouders kreeg. Ouwerkerk kreeg en greep die ruimte wel. Zijn ideeën of uitlatingen worden echter soms bijkans weggehoond. Zo werd de kentekenregistratie ondoordacht gevonden omdat het in strijd is met privacywetgeving. Bij de aanval op de bestuursrechter zou Ouwerkerk zich een slecht verliezer hebben getoond.

“Hij steekt soms wat impulsief zijn nek uit. Het is dan gemakkelijk zijn kop er af te hakken”, zegt wethouder J. Pieters-Stam. Zijn ideeën zijn volgens haar vaak wel populair bij “de mensen”. “In die zin is hij hartstikke volks.” Ouwerkerk zegt met zijn opvallende ideeën en uitlatingen niet altijd het doel te hebben bereikt, maar dat ze doorgaans wel hebben bijgedragen aan een publiek debat of een oplossing.

Pieters-Stam maakte ook kennis met de minder positieve kanten van Ouwerkerks impulsiviteit. “Soms denk ik, ga uit de weg, je loopt me voor de voeten.” Zoals bij de problemen rond het Groninger Vervoerbedrijf (GVB). Ouwerkerk ging tijdens een vakantie in Amerika even bij GVB-eigenaar Vancom langs. Hij passeerde Pieters-Stam met deze actie. “Ik hoorde het pas achteraf. Ouwerkerk denkt dan oprecht dat hij goed handelt, maar hij vergeet dat er door zo'n actie allerlei negatieve ruis ontstaat.” Ze zegt binnenskamers even goed boos op hem te zijn geworden. “Maar hij heeft ook iets ontwapenends.”

De tweede keer dat hij in Groningen een nieuwjaarstoespraak hield, in 1993, baarde hij opzien door de gasboringen in de Waddenzee ter discussie te stellen, zonder zich daarbij als voor- of tegenstander uit te spreken. Ouwerkerk: “Het was in Noord-Nederland not done om hierover te beginnen.” C. Alma van de Waddenvereniging: “Ik vond het toen al heel raar dat de burgemeester van Groningen de discussie opende. Afgelopen week kreeg ik een vieze smaak in de mond, omdat ik hoorde dat hij lid is van de Mijnraad, die adviezen geeft over olieboringen.” Alma stelde in maart op een hoorzitting in Uithuizen, waar Ouwerkerk door het ministerie van Economische Zaken als voorzitter was gevraagd, al zijn onafhankelijkheid aan de orde. Ouwerkerk reageert scherp: “De Waddenvereniging maait iedereen weg die haar niet voetstoots volgt. Het is een perfecte organisatie. Ik ben er lid van. Maar ik zit toch op een positie dat ik een mening mag hebben.”

De stad Groningen staat er volgens de burgemeester goed voor. Een jonge, dynamische stad zonder echt grote achterstandsbuurten, zegt Ouwerkerk. De afgelopen zomer kreeg Groningen veel lovende kritieken over de heringerichte binnenstad. Hij vindt dat hij heeft bijgedragen aan een wijziging in bestuurstijl, waarin veel meer dan voorheen naar een draagvlak voor besluiten wordt gezocht.

Voor Noord-Nederland is het jammer dat er niet wat meer steden van gelijke grootte zijn, zegt Ouwerkerk. Dan zou er meer begrip voor elkaar zijn geweest, nu is het te vaak 'Groningen tegen de rest van de regio'. “Terwijl de rest ontzettend belangrijk voor ons is, en wij voor hen.” Ouwerkerk is daarom verheugd dat recent afspraken zijn gemaakt tussen Groningen en Drenthe over de ontwikkeling van het gebied Groningen-Assen. “Dat is een omwenteling in het denken. De stad heeft daarin in belangrijke mate het initiatief genomen.”

De ambtstermijn van zes jaar wil Ouwerkerk in Groningen royaal volmaken. Hoewel, hij maakte zijn vrouw deelgenoot van een lichte twijfel, door de bijbaan-affaire. “Ik heb tegen haar gezegd: Als dit zo gaat blijven, dan gaan we er nog eens over nadenken. Ik kan hier heel slecht tegen.” Voor de fout die hij heeft gemaakt mogen ze hem vijfentwintig stokslagen geven, en als het moet honderd. Maar er is volgens hem veel omheen gebeurd. Er is aan zijn integriteit getwijfeld en de schijn van belangenverstrengeling is blijven hangen. “Dat is zo in strijd met mijn rechtvaardigheidsgevoel. En ik slaag er maar niet in dat soort teleurstellingen te onderdrukken.”

    • Herman Staal