Nieuwe uitdagingen

ZEVEN JAAR GELEDEN, op 9 november 1989, viel de Berlijnse Muur. Het proces van politieke en economische desintegratie van het Sovjet-imperium, dat onder de oppervlakte al volop aan de gang was, raakte in een stroomversnelling. De één-partijstaat en de commando-economie, de verworvenheden van de communistische regimes in Oost-Europa en de Sovjet-Unie, verkruimelden.

Twee jaar later was de Sovjet-Unie uiteen gevallen in vijftien onafhankelijke republieken en waren de hervormingen in de richting van politieke pluriformiteit en een markteconomie overal in volle gang.

De transitie, de overgang van een commando- naar een markteconomie, verloopt lang niet zo eenvoudig als in de euforie van de ommekeer werd gehoopt. Na de economische ineenstorting in de jaren volgend op de omwenteling, is weliswaar in een meerderheid van de landen weer sprake van groei, maar de schokeffecten zijn nog lang niet verwerkt. De hervormingen zijn allesbehalve voltooid.

De Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) heeft in zijn jaarlijkse 'Transition Report' dat onlangs is gepubliceerd, een sober beeld geschetst van de stand van zaken. Deze rapportage is in enkele jaren uitgegroeid tot een van de gezaghebbendste overzichten van het omschakelingsproces in de ex-communistische economieën. De erfenis van de commando-economie is na zeven jaar niet verdwenen en ingrijpende veranderingen moeten nog steeds plaatshebben concludeert de EBRD.

GROTE KNELPUNTEN doen zich voor bij de privatisering van industriële complexen, de modernisering van de financiële sector, de verbetering van de belastingheffing, de invoering van een juridisch stelsel, het herstel van de infrastructuur, de omvorming van de sociale zekerheid en de opbouw van particuliere besparingen. Met alle verscheidenheid tussen landen in de aanpak en snelheid van de hervormingen, blijven dit gemeenschappelijke uitdagingen.

Verbetering van het financiële systeem is van uitzonderlijk belang, zoals blijkt uit de periodiek terugkerende bankcrises in Oost-Europa en de republieken van de ex-Sovjet-Unie. De opbouw van een gezond bankwezen ligt achter bij andere hervormingen - ook in een land als Tsjechië dat op andere terreinen nauwe aansluiting heeft gevonden bij markteconomieën. Verbetering van de infrastructuur ter correctie van de milieu-excessen en de ondoelmatigheden van de planeconomieën vergt investeringen waarvoor tot nu toe slechts beperkte belangstelling bestaat. De particuliere kapitaalmarkten hebben bijvoorbeeld vorig jaar twee keer zoveel geïnvesteerd in de infrastructuur van Latijns Amerika als in die van Oost-Europa en de ex-Sovjet-Unie.

DE VOORUITZICHTEN van de ex-communistische economieën zijn op de langere termijn minder gunstig dan die van de snel groeiende opkomende landen. Een vergrijzende bevolking, met als gevolg hoge pensioenkosten, legt een steeds groter beslag op de beperkt beschikbare besparingen. Met een slecht functionerende kapitaalmarkt en met de enorme last van niet-aflosbare kredieten uit het verleden, vormt dat een belemmering voor verder herstel van de economische groei. Verdere handelsintegratie met de rijke markten van West-Europa kan voor een aantal landen uitkomst bieden. Ook dat behoort tot de uitdagingen voor de komende zeven jaar.