'Mijn lichaam werkt altijd'

Jeanne Solan ontving gisteren de Gouden Theaterdans Prijs. “Tijdens de beste momenten ervaar je als je danst een diep gevoel van concentratie”, zegt Solan, die danst bij de seniorengroep van het Nederlands Dans Theater.

“Ik durf het alleen fluisterend te zeggen, maar ik ben geboren onder een gelukkig gesternte. Weinig blessures, een lichaam dat altijd meewerkt: ik heb veel geluk gehad.” Gisteren kreeg danseres Jeanne Solan (1948) in Den Haag de Gouden Theaterdans Prijs uitgereikt. De jury koos Solan omdat zij zich haar hele carrière een buitengewoon opvallende danseres heeft betoond: “indringend, zuiver en met een grote uitstraling”. Solan was de enige genomineerde voor de prijs van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD).

“Zo'n prijs is de erkenning waar iedereen op hoopt, een kers op de taart. Aan de andere kant staat tegenover die ene prijs dertig jaar hard werken. Dat maakt dat je de erkenning kunt relativeren”, zegt Jeanne Solan, twee dagen voor de prijsuitreiking. Ze komt zojuist uit de dagelijkse les. In de verste hoek stond ze aan de bar, met het silhouette van een jong meisje. Solan was het grootste deel van haar carrière soliste van het Nederlands Danstheater I, waar ze in 1973 een aanstelling kreeg. Sinds 1993 is ze verbonden aan NDT 3, het gezelschap voor de oudere generatie dansers. “Er zijn blue days, dagen waarop je het nauwelijks kunt verdragen om in de spiegel te kijken, je vraagt je af wat je in godsnaam in de studio doet. Zo'n prijsuitreiking helpt, net als de generositeit van collega's, die je in de gang even aanschieten om je te complimenteren. Dat zijn de momenten die je klok doen tikken.”

Solan groeide op in Trenton, New Jersey. Ze begon met balletles toen ze vier was. “Mijn oma dacht dat ballet een goede manier was om mijn overvloed aan energie te kanaliseren. Gaan dansen is geen besluit, denk ik wel eens, het is eerder andersom. De dans kiest jou uit. Als danser moet je beschikken over een verzameling eigenschappen, zoals wilskracht, muzikaliteit en een grote gevoeligheid voor de taal van het lichaam. Die heb je of die heb je niet.”

Haar eerste spitzen kreeg Solan toen ze acht was. “Mijn lerares maakte ze, voor een fotosessie. Ze waren met zilveren glitter bestrooid. De foto's heb ik nog. Als ik eens hard wil lachen, haal ik ze tevoorschijn.” Solans vader verbood haar meer dan twee danslessen per week te nemen. “Hij had liever dat ik de journalistiek inging. Terugkijkend zie ik dat het gevecht met mijn vader me zelfstandig heeft gemaakt. De strijd is geluwd nadatik een beurs kreeg om te studeren bij het Harkness Ballet in New York. Toen nam hij me serieus.”

Voor ze zich in 1973 aansloot bij het Nederlands Danstheater, danste Solan bij het Harkness Ballet, de Lar Lubovitch Dance Company en het ballet van de Deutsche Oper Berlin. “Het NDT bood me de kans om te werken met heel verschillende choreografen: Jirí Kylián, Mats Ek, Hans van Manen. Alles was nieuw voor me, het was een spannende tijd. Gérard Lemaître was een van de eerste dansers die ik hier ontmoette.” Ze vouwt haar handen tot een kom: “Hij nam me onder zijn hoede. Onze samenwerking is me zeer dierbaar.”

Bij het NDT 3 danst Solan met oude vrienden, onder wie Sabine Kupferberg, Arlette van Boven en Lemaître. “Onze band gaat verder dan gewone vriendschap. Het volume van je ervaringen neemt toe: de hoogtepunten en de dieptepunten worden steeds extremer. Tijdens de beste momenten ervaar je als je danst een diep gevoel van concentratie. Je richt al je aandacht op een innerlijke stem, die je tot uitdrukking wilt brengen. Die momenten zijn schaars. Als het lukt weet je dat je iets hebt gedaan dat intens eerlijk is.” Opeens gaan haar ogen stralen. De begroeting met Hans van Manen is uitbundig. “Het emotioneert me om hem te zien, altijd. Dat komt voort uit respect, voor een choreograaf die de capaciteit bezit om je beter te laten dansen dan je zelf ooit voor mogelijk hield.”

Plannen voor de toekomst maakt ze niet. “Ik heb geen dromen nodig om aan de werkelijkheid te ontsnappen, ik ben nog steeds tevreden met wat ik doe. Ik balanceer op een weegschaal: aan de ene kant staat het NDT 3, aan de andere kant het lesgeven dat ik sinds enige tijd doe. Het is een perfect evenwicht.”

    • Ilse van der Velden