Machtsstrijd met ontslag Mladic nog niet beslist

Exit Ratko Mladic? De generaal die, meer dan wie ook, in de oorlog in Bosnië niet alleen de militaire successen van de Bosnische Serviërs op zijn naam schreef, maar ook verantwoordelijk wordt geacht voor sommige van de zwaarste oorlogsmisdaden - het bloedbad van Srebrenica, de belegering en beschieting van Sarajevo en Gorazde en tal van andere steden, en de massale 'etnische zuivering' - werd zaterdag met pensioen gestuurd, mèt de hele legertop van de Bosnische Serviërs.

Alleen - vooralsnog lijkt hij het ontslag niet te accepteren.

President Biljana Plavsic van de Servische Republiek in Bosnië meldde zaterdag de 53-jarige generaal, de Napoleon van de Serviërs voor zijn aanhangers en de Slachter van Bosnië voor zijn vijanden, “wegens de alom bekende opvattingen van de internationale gemeenschap”, niet te kunnen herbenoemen tot bevelhebber van het leger van de Bosnische Serviërs, hoe “enorm” haar dat ook speet.

Die spijt is evenwel maar betrekkelijk, en Mladic' pensionering heeft ook maar weinig te maken met “de alom bekende opvattingen” van de internationale gemeenschap, die de van oorlogsmisdaden verdachte Mladic graag berecht wil zien. De leiding van de Bosnische Serviërs pleegt zich ook maar weinig aan te trekken van de opvattingen van de internationale gemeenschap als die niet stroken met de hare; als die opvattingen Plavsic werkelijk ter harte zouden gaan, zou ze Mladic naar het in Den Haag gevestigde VN-tribunaal sturen - maar dat heeft ze nog vorige week uitgesloten.

Het botert al jaren slecht tussen de politieke en de militaire leiding in de Servische Republiek. De militaire leiding rond Ratko Mladic komt niet alleen voort uit het vroegere Joegoslavische Volksleger, Belgrado betaalt ook nog steeds de salarissen van de hoge officieren van het Bosnisch-Servische leger. De invloed van de Servische president Slobodan Milosevic binnen de legerleiding van de Bosnische Serviërs is dan ook groot - tot ongenoegen van de politieke leiders, Radovan Karadzic vroeger en Biljana Plavsic nu. Mladic is vaak in Belgrado. Zijn zaterdag eveneens ontslagen rechterhand, generaal Milan Gvero, is er kind aan huis bij zowel de Socialistische Partij van Milosevic als bij de neo-communistische JUL van Milosevic' invloedrijke vrouw Mirjana Markovic.

Daarbij komt dat bij de Bosnische Serviërs de militaire leiders zich nooit hebben onderworpen aan het gezag van de politieke top. Het leger is een staat in de staat, en dat heeft veel wrijvingen veroorzaakt. Het leger verweet en verwijt de politici de militaire prestaties bij de uitbreiding en verdediging van de Servische Republiek in Bosnië te bagatelliseren en zich op grote schaal (en frauduleus) te verrijken aan de oorlog.

In augustus vorig jaar trachtte Radovan Karadzic Mladic te ontslaan. Die poging mislukte: de legerleiding accepteerde het ontslag simpelweg niet en deed alsof haar neus bloedde, een fait accompli scheppend waaraan Karadzic niets kon doen: niet alleen was de werkelijke macht in de Servische Republiek in handen van het leger, Mladic' status als volksheld maakte daadwerkelijk optreden tegen hem onmogelijk. Na weken touwtrekken trok Karadzic het ontslag stilletjes in.

De vrede in Bosnië heeft de toch al moeizame betrekkingen tussen de politieke en de legerleiding dit jaar nog verscherpt. In september tekende het leger protest aan tegen een wetsontwerp, dat beoogde de strijdkrachten te onderwerpen aan de controle van de politici. De chefs van staven vonden dat “onredelijk en ongepast”. Dat de politici ook de controle over de wapenindustrie en de bezittingen van het leger in handen zouden krijgen was nog erger. Niettemin nam het parlement van de Bosnische Serviërs op 13 september - één dag voor de verkiezingen: het was het laatste besluit van het oude parlement - het wetsontwerp aan. De legerleiding reageerde kwaad: “De afgevaardigden zijn gemanipuleerd. Het is duidelijk dat de wet het voornaamste doel heeft het leger van zijn bezittingen te beroven”, aldus de chefs van staven.

Vorige maand probeerde Karadzic' opvolgster Plavsic, geïrriteerd door de openlijke steun van Milosevic aan de Bosnisch-Servische oppositie in de campagne voor de verkiezingen van 14 september, het opnieuw. In een geheim decreet ontsloeg ze de hele militaire top, meer dan tachtig hoge officieren,van Ratko Mladic en zijn naaste medewerkers tot de chefs van de militaire inlichtingendienst en de contraspionagedienst van het leger. Het ontslag werd in oktober door het Joegoslavische blad Nedelji Telegraf in verband gebracht met een politieke ommekeer in Pale. Volgens het blad is er eind vorig jaar in Dayton niet alleen een openbaar maar ook een geheim akkoord gesloten, dat voorziet in een veel nauwere integratie van de Servische Republiek in Bosnië dan het publieke akkoord aangeeft (en dan Plavsic en de andere leiders van de Servische Republiek publiekelijk kunnen toegeven). Nedelji Telegraf repte van een fundamentele koerswijziging van de Servische Republiek waar het relaties met de moslims en Kroaten in Bosnië betreft. Op de laatste (besloten) zitting van het parlement van de Bosnische Serviërs, aldus het blad, zijn 26 geheime wijzigingen van de grondwet van de Servische Republiek aangenomen, waarmee alle referenties aan de Servische Republiek als 'onafhankelijke' staat werden geschrapt of aangepast.

Hoe dan ook, het leger reageerde boos op het ontslagdecreet van Plavsic. Mladic' woordvoerder, kolonel Milovan Milutinovic, waarschuwde op 1 november in het Belgradose weekblad NIN voor de “onvoorzienbare consequenties” als Plavsic zou vasthouden aan het massa-ontslag. Het zou volgens hem leiden tot een breuk in de legerleiding en een desorganisatie bij de strijdkrachten.

Dat Plavsic in de machtsstrijd met het leger toch doorzet en zaterdag de legerleiding de laan uitstuurde, heeft waarschijnlijk vooral te maken met haar eigen positie - haar partij heeft een absolute meerderheid in het parlement van de Bosnische Serviërs. Dat ze het hoofdkwartier van het leger zaterdag van het militaire machtscentrum Han Pijesak naar Pale verplaatste en uitgerekend generaal Pero Colic tot Mladic' opvolger heeft benoemd, is een dubbel teken van zelfvertrouwen. In augustus vorig jaar heeft Mladic op het punt gestaan Colic te ontslaan, wegens zijn gebrek aan weerstand tegen het oprukkende leger van de Bosnische Kroaten in het noordwesten van Bosnië (een opmars die in Dayton de onderhandelingen over een territoriaal vergelijk met de moslims en Kroaten aanzienlijk vergemakkelijkte).

Niet bekend

Duidelijk is wel dat die legerleiding het moeilijker heeft dan vorig jaar als ze zich tegen het ontslag wil verzetten. De vrede in Bosnië is nu bijna een jaar oud en het leger heeft in vredestijd - zeker na de demobilisatie van de meeste manschappen - nu eenmaal minder te vertellen dan in oorlogstijd. Alle aandacht concentreert zich op de politieke leiding: zij neemt de besluiten. Bovendien is het de vraag of Mladic zelf nog wel in staat is als legerleider aan te blijven. De generaal kampt naar verluidt met ernstige gezondheidsproblemen, al zijn geruchten over twee hartaanvalen nooit bevestigd. Daar komt nog bij dat de politieke controle van Plavsic' partij, de SDS, nagenoeg compleet is en dat openlijk verzet van de legerleiding tegen haar ontslag tot verdeeldheid binnen het leger en wellicht tot onrust en geweld zou kunnen leiden. Plavsic neemt, in haar poging een haar loyale legerleiding te scheppen, een risico, maar dat risico is kleiner dan het in het verleden is geweest.

    • Peter Michielsen