JEUNE AFRIQUE

Kolonnes mensen op weg, stervende kinderen. Voor de internationale publieke opinie, schrijft Jeune Afrique, is de oorlog in Kivu slechts het zoveelste couplet van een oud Afrikaans lied. Toch, waarschuwt het blad, staat in Kivu veel op het spel. Het onmetelijke Zaïre dreigt uiteen te vallen.

Het democratische experiment van de laatste jaren heeft geresulteerd in bijna vierhonderd partijen en een geïnstitutionaliseerde wanorde. De Zaïrese hoofdstad Kinshasa heeft geen enkel gezag meer over de provincies en de soldaten plunderen of vluchten. In Lausanne verdringen Westerse gezanten zich om de doodzieke maarschalk [Mobutu] en smeken hem een kandidaat te noemen voor de positie van sterke man.

Rwanda is intussen in de greep van een extremistisch Tutsi-bewind dat bezig is om met de hulp van Burundi en Uganda de grenzen te trekken van een Tutsiland dat het hele gebied van de Grote Meren en een deel van Kivu moet omvatten. De Tutsi-elites, die regeren in Kigali en Bujumbura en grote invloed hebben in Kampala, hebben besloten alles op alles te zetten, meent Jeune Afrique. Zij geloven noch in democratie noch in internationale wetten, alleen in hun eigen rechten, waarvoor ze hebben betaald met een volkerenmoord. En de Hutu-milities, de extremistische generaals die hun land nog maar twee jaar geleden in een bloedbad hebben veranderd, zinnen op revanche. Zij beroepen zich op de historische strijd tegen Tutsi-dictaturen en drijven de spot met de aantallen der hunnen die op de vlucht zullen sneuvelen.