HENK RUBINGH OVER Guarneri del Gesù

Henk Rubingh, Danielle Dechenne en de Amsterdamse Bachsolisten spelen muziek van Haydn, Fauré en Vivaldi (De vier jaargetijden). 19/11 20u15 Yakult Zaal Beurs van Berlage Amsterdam. Kaarten: ƒ 60,- incl. ontvangst. Res.: 020-6221255.

“Deze Guarneri del Gesù bespeel ik nu bijna een jaar. De eerste tijd moet je zo'n instrument naar je hand zetten, het is geen fiets waarop je zo wegrijdt. Je gaat een totaal nieuwe relatie aan. Het instrument is van grote kwaliteit, maar je moet de klank leren kennen, de mogelijkheden leren begrijpen. Die zijn onvoorstelbaar, dat is het geheim van dergelijke meesterinstrumenten: je dient alle facetten en kleuren, de diepgang en de achterkant te doorgronden.”

Henk Rubingh, aanvoerder van de tweede violen bij het Koninklijk Concertgebouworkest, bespeelt een viool die rond 1730 werd gebouwd door Guarneri del Gesù (1698-1744). Hij was afkomstig uit een vioolbouwersfamilie te Cremona, de stad van de nog beroemdere Stradivarius, met wiens werk Guarneri op vrijwel één lijn wordt gesteld. Het 'onbetaalbare' instrument is Rubingh ter beschikking gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds, dat enige jaren geleden het beheer kreeg van de collectie instrumenten en strijkstokken van Max Rodriguez, de voormalige cellist van het Concertgebouworkest. Het Fonds heeft meer dan 200 instrumenten van allerlei soort, ter waarde van zeker 9 miljoen gulden, uitgeleend aan studerende en professionele musici. Rubingh speelt op 19 november tijdens een benefietconcert ten bate van het ongesubsidieerde Nationaal Muziekinstrumenten Fonds, dat afhankelijk is van particulieren.

“Mijn collega-aanvoerders in het Concertgebouworkest spelen op fantastische instrumenten. Van Zweden op een Stradivarius, die lang niet bespeeld was geweest en die ik voor hem heb ingespeeld, Liberman op een Guardanini en de laatste tijd op een geweldige Vuillaume. Als ik een solo had, moest ik op mijn eigen viool ontzettend persen. Mijn eigen Franse instrument van onbekende makelij is mooi en ik speel er nog steeds op, maar het kan niet zo stralen. Dat is het geheim van het topinstrument: die resonantie, die als een laserstraal de ruimte ingaat. Dan gaat er een wereld voor je open.

“Hoewel ik al jaren tegen iedereen zei dat ik een mooie viool wilde, was het een enorme verrassing dat ik eens langs moest komen bij het vioolhuis Möller. Cornelie zei: 'Ik ga je voorstellen aan je nieuwe vriendin. Je moet eerst maar eens zien of jullie bij elkaar passen.' Isabelle van Keulen heeft er op gespeeld, maar die combinatie kwam kennelijk niet uit de verf.

“De relatie begint met het afregelen: het kiezen van de soort snaren, een paar correcties op de plaats van de stapel, die binnenin de viool voor- en achterblad verbindt, het plaatsen van een hogere kam waarop de snaren liggen. Dat zijn heel persoonlijke dingen en dat moet je aftasten tot het goed is. Dan kan je je verder in de viool gaan verdiepen.

“Het instrument kan heel weerbarstig en nukkig zijn, maar het is zó perfect, dat ik moet uitvinden waar ik het niet goed doe. Je moet het koesteren, heel voorzichtig aanpakken. Je moet anders strijken, nooit persen, voor elke kleur en dynamiek de juiste contactplaats vinden.

“Stradivari bouwde meer voor de hoven en de patriciërs, Guarneri werkte voor de musici, het is een echt speelinstrument. Het is niet zo'n kanon als de Guarneri's van Kreisler, Szeryng, Grumiaux, Heifetz en Stern. Deze is verfijnder en heeft robijntjes op de knoppen. Ik prijs mij zeer gelukkig met deze Guarneri del Gesù.”

    • Kasper Jansen