Driekwart gestrafte jeugd weer in de fout

DEN HAAG, 11 NOV. Minimaal driekwart van de gestrafte jongeren valt na verloop van tijd weer in herhaling met crimineel gedrag. Dit blijkt uit voorlopige uitkomsten van een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van Justitie naar recidive onder tweeduizend jongeren.

Het onderzoek is gehouden onder jongeren tussen 15 en 17 jaar, aan wie een boete of vrijheidsstraf was opgelegd. Van de jongeren die in 1984 of 1985 een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf kregen, had vorig jaar 95 procent ten minste één nieuw delict gepleegd. Volgens P. van der Laan van het WODC tonen de cijfers aan dat “het systeem van interventies bij jongeren verre van effectief is.” Hij wijt de weinig opbeurende bevindingen aan de beroerde omstandigheden waarin veel van de jongeren uit de doelgroep zich bevinden.

Zij hebben vaak een vroegtijdig afgebroken schoolopleiding, hebben weinig florissante familie-omstandigheden, kampen met slechte huisvesting en bij de allochtone groep komen daar ook nog eens cultuurproblemen bij. “Dit soort jongeren heeft vaak al op 12-, 13-jarige leeftijd politiecontact.”

Van der Laan pleit ervoor deze groep “multi-probleemjongeren” vroeger te herkennen om eerder te kunnen ingrijpen. Strafrechtelijke interventies zoals taak- of leerstraffen blijken in zijn ogen niet voldoende.

Het onderzoeksmateriaal wordt de komende tijd aan een nadere analyse onderworpen. Het mag volgens Van der Laan niet worden uitgesloten dat de jongeren bij het bereiken van een hogere leeftijd stoppen met het plegen van delicten. Opvallend is dat de aanpak “via de portemonnee” - een geldboete - op deze categorie jongeren net iets meer indruk maakt dan een 'lichte taakstraf', zo blijkt uit het onderzoek. Eerder onderzoek wees uit dat het percentage mislukkingen bij taakstraffen bij jongeren tot 18 jaar gelijk blijft terwijl er steeds vaker taakstraffen worden toegepast. Dertien van de honderd gestraften maken hun taakstraf niet af.