d'Hondt kritiseert boek over hoogwater

NIJMEGEN, 11 NOV. Het boek van journalist Rudie van Meurs over het hoogwater dat in de eerste twee maanden van 1995 leidde tot evacuatie van meer dan 200.000 inwoners uit het Rivierengebied, moet gelezen worden als een roman.

Dit zegt burgemeester d'Hondt van Nijmegen. De inhoud van 'Hoog water' is te ver bezijden de werkelijkheid, vindt hij, om het boek te beschouwen als een weergave van de feitelijke gebeurtenissen.

Volgens Van Meurs was de evacuatie rond 31 januari 1995 niet noodzakelijk. Dat gebeurde alleen maar, schrijft hij, maar omdat de 'kleine autoriteiten uit het boerenland' onder wie d'Hondt, graag het nieuws wilden halen. De journalist is tot deze conclusie gekomen na gesprekken met medewerkers van Rijkswaterstaat. Met d'Hondt heeft Van Meurs niet gesproken. De burgemeester spreekt over een 'omgekeerde onthullingsjournalistiek'.

De Nijmeegse burgemeester vindt dat in het boek Indianenverhalen staan, die nergens op zijn gebaseerd: “Van Meurs gaat uit van een merkwaardige complottheorie van mij en premier Kok, en verzint er volgens de zogenaamde feiten bij. Maar iedereen kan nagaan dat het anders is gegaan. Zo was er volgens hem een geheim rampenplan. Dat plan is in alle gemeenteraden in het openbaar besproken.”

Van Meurs vermeldt ook dat de scheur in de dijk bij Ochten, die uiteindelijk leidde tot het uitroepen van een noodsituatie ter plekke, al veel langer aanwezig was. Dat feit wordt door niemand weersproken. Ook niet door de Ochtense burgemeester Zomerdijk. Zomerdijk geeft toe dat de scheur in 1926 is ontstaan, “net zoals Van Meurs in zijn boek schrijft”.

Grondmetingen ten tijde van het wassende water in januari 1995 maakten volgens de burgemeester duidelijk dat de dijkdoorbraak die op papier eens in de vijftig jaar plaatsvindt, steeds waarschijnlijker werd. “Het water stond steeds hoger. Bovendien ontstond er op 31 januari een nieuwe scheur, zo bleek tijdens de permanente dijkbewaking. Die groeide zeer snel in lengte van 20 naar 170 meter”, aldus Zomerdijk.

Volgens Zomerdijk is het te gemakkelijk de burgemeesters achteraf van te grote paniek te betichten. “De evacuatie bleek niet nodig, de dijk heeft het immers gehouden. Maar in die dagen, met de gegevens die we toen hadden, vonden we evacuatie absoluut noodzakelijk. We konden het risico niet lopen. Het was hoogst onverantwoord om de mensen gewoon in hun huizen te laten zitten.” Zomerdijk heeft tot nu toe alleen de stukken over Ochten gelezen. “Maar ik heb begrepen dat verder lezen met een glimlach kan.'