DE CLUB VAN OME COR EN TANTE ELS

De judoka's van Kenamju uit Haarlem trainen waarschijnlijk net zo hard als de toppers uit Frankrijk en Duitsland. Zij zijn nog amateurs, hun tegenstanders in de finaleronde van de Europa Cup zijn prof. Toch werden ze in Parijs tweede, achter de Duitsers.

De familie van Kenamju was een weekendje naar Parijs. Vader Cor en moeder Els van der Geest trokken met hun judoënde zonen en andere judoka's naar de Franse hoofdstad en namen in hun spoor ruim driehonderd supporters mee. Een judotoernooi om de Europa Cup voor clubs werd gekoppeld aan een gezellige avondje en een toeristische rondrit. Gewapend met oranje ballonnen nestelden ze zich in het supportersvak van de judotempel van Europa, het Stade Pierre de Coubertin. Het zou voor de Haarlemmers een ontspannen reisje worden, meenden ze, want tegen de drie andere clubs (Paris St.Germain en Orléans uit Frankrijk en Abensberg uit Duitsland) zouden ze volslagen kansloos zijn.

Tot hun verbazing en tot teleurstelling van de drieduizend Fransen bereikte het Nederlandse zevental mannenjudoka's de finale. Dat was al reden voor een feest waar ze er in judominnend Frankrijk nog weinig van beleefd hebben. Dat de jongens uit Haarlem in de eindstrijd volgens de verwachtingen kansloos verloren van Abensberg was geen aanleiding om de festiviteiten te staken. Tot diep in de nacht werd er gehost en gedronken in een Parijs danscafé. En daar stonden de Duitse winnaars in hun Beierse uitgaanskostuum machteloos tegen de vreugde van de Nederlanders. Trainer en directeur Cor van der Geest van de Kennemer Amateur Judoclub nodigde zijn judoka's een voor een op de tafel om hun bovenlichaam te ontbloten en met hem op het ritme van house een overwinningsdansje te maken.

De professionele judoka's van Paris St. Germain stonden hun verdriet weg te drinken. De Europa-Cupwinnaar van vorig jaar was de grote favoriet, maar werd slechts vierde. Ze hadden dan ook hun twee beste leden moeten missen. David Douillet, olympisch kampioen zwaargewicht, keek steunend op een wandelstok (hij had onlangs een zwaar motorongeluk) naar de verrichtingen. De andere Franse held van de Oympische Spelen, Djamel Bouras, werd pas deze zomer lid van PSG en mocht daarom nog niet meedoen. De artistieke Bouras liet zich niettemin fêteren door de Franse jeugd. Al was het alleen om aan te geven hoe populair hij in Frankrijk is en hoe populair judo is.

Judo geldt in de meeste Franse departementen op school als een verplicht onderdeel van de lichamelijke opvoeding. Vanzelf brengt Frankrijk daardoor tal van internationale judokampioenen voort. Daarnaast beschikken clubs als Orléans en Paris St.Germain over grote sponsors. PSG is een van de acht onderdelen van een omnisportvereniging, met als vlaggendrager de voetbalclub, gesteund door de rijke ondernemer Michel Denisot.

Volgens een artikel in Le Monde van zaterdag heeft de judotak van PSG een budget van twee miljoen gulden. Sterjudoka Douillet verdient tienduizend gulden per maand, Bouras vierduizend gulden en de minst betaalde krijgt nog 2.500 gulden. Bij Orléans, een club van zevenhonderd leden, is een budget van anderhalf miljoen gulden. Wereldkampioen Traineau, die brons haalde op de Spelen, krijgt achtduizend gulden per maand. Te weinig, vinden de judoka's wanneer ze hun 'vergoeding' vergelijken met die van andere Fransen die hun dagen met sport vullen. Daar tegenover staat de rijkelijke beloning die Franse medaillewinnaars al sinds jaar en dag ten deel valt en een flinke financiële steun die sport van de overheid krijgt.

In de fraai gerestaureerde olympische judohal van Parijs was de sfeer opwindend. Vierduizend mensen die luidkeels meeleefden met de judoka's op de mat. Het geluid zwol aan tot oorverdovende sterkte als een judoka een ander in de houdgreep nam, net zolang tot deze opgaf. Een punt als resultaat van een perfecte worp werd begroet met lawaai zoals in een voetbalstadion wanneer een doelpunt is gevallen. De wave bleek ook zijn intrede te hebben gedaan in de judosport. En langs de mat gleed een tv-camera over een rail mee en boven de mat hing een andere tv-camera aan een soort hijskraan. Het tv-station Canal+ zond de finale rechtstreeks uit. Helaas voor de Fransen stond geen Fransen in de finale, maar een Duitse ploeg en een Nederlandse van amateurs.

Abensberg is een plaatsje in de buurt van München. Daar is een judoclub met veel geld, een budget van ongeveer een miljoen gulden, en veel trainers. Ongeveer twee ton is geïnvesteerd in het aantrekken van topjudoka's uit Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Canada, Joegoslavië en Roemenië. Keus is er genoeg wanneer een zevental moet worden samengesteld. Toch was het enigszins verrassend dat Abensberg in de halve finale de thuisclub PSG uitschakelde. Dat de 'Duitsers' vervolgens, aangemoedigd door 500 supporters getooid met vlaggen en spandoeken, Kenamju met 6-1 versloegen was volgens de verwachtingen.

De sensatie had al vroeg in de middag plaatsgevonden. Toen had Kenamju de Franse kampioen US Orléans uitgeschakeld. De lichtgewichten Vincent en Patrick van Kalken verloren kansloos van hun Franse tegenstanders. Daarna won de Engelse Europese kampioen Danny Kingston (de enige buitenlander bij de Haarlemmers) wel. Nadat Louis Wijdenbosch ongelukkig had verloren, zorgde Maarten Arens voor een onverwachte ommekeer. Terwijl zijn tegenstander meende zijn voorsprong te kunnen verdedigen door een passieve houding aan te nemen, vocht Arens als een leeuw terug. Uiteindelijk besloot de scheidsrechter de Fransman te straffen voor zijn weigering om te judoën, waardoor de Nederlander een paar seconden voor het einde alsnog de partij won. De stand was toen 3-2, met nog twee partijen.

Ben Sonnemans vocht een verbeten duel uit met de olympische medaillewinnaar Traineau. Diens enorme spierkracht en inzet waren de Fransman bijna te veel. Uiteindelijk bleef de partij onbeslist. Aan Dennis van der Geest de taak de laatste wedstrijd te winnen, liefst met een vol punt om Kenamju alsnog voorbij Orléans te loodsen. Volkomen onverwacht, maar overtuigd van zijn kwaliteiten liet de 20-jarige zoon van de trainer zijn talent zien. En toen hij zijn tegenstander met een fraaie worp vloerde, was het feest voor de Haarlemmers. Van der Geest trok zijn jasje uit en toonde in een triomfantelijk dansje zijn fraai gespierde torso.

Kenamju werd twee jaar geleden nog kansloos vierde in het Europa-Cuptoernooi. Nu eindigde de club als tweede, nadat ze in de eerst ronde de Russische kampioen had uitgeschakeld en in de tweede ronde de Joegoslavische titelhouder. Toen was het in Haarlem al een groot spektakel, een show met Broadway-achtige elementen. Judo wordt door de familie Van der Geest (naast zoon Dennis maakte ook de jongste zoon Elco als reserve deel uit van de ploeg) beleefd als een promotie voor judoplezier. Het Europa Cup-avontuur kost alleen maar geld. Zoveel investeren ze bij Kenamju in de judospektakelstukken.

Cor van der Geest nam een paar weken geleden ontslag als bondscoach van de vrouwen omdat hem het technisch beleid in de judobond tegenstond. Hij zal zijn energie nu weer kunnen steken in zijn club en sportschool. Betalen zoals bij de Fransen en de Duitsers, daar begint Van der Geest niet aan. Het moet Kenamju blijven, in de volksmond een afkorting Ken Amper Judoën. De club van ome Cor en tante Els die soms een weekend naar Parijs gaat.

    • Guus van Holland