Beperkt gezag veroorzaakt tekort aan stadswachten

UTRECHT, 11 NOV. Soms worden ze stijf gescholden en moeten ze beheerst de burger tot kalmte manen. Ze hebben dan wel een uniform en portofoon, op dat moment telt alleen karakter. Toezichthouders, de nieuwe 'oren en ogen' van de politie, kunnen alleen hun mond als wapen gebruiken. En ook dan nog moeten ze zich inhouden.

Sinds een jaar is in de grote steden de toezichthouder of stadswacht een vertrouwd beeld. Honderden ex-werklozen bewaken met een Melkertbaan de openbare ruimte, wijzen mensen de weg en signaleren misstanden. Lastige elementen weten precies tot hoever ze kunnen gaan. Want bevoegdheden heeft een toezichthouder niet.

“Dat is een dilemma”, erkent de Utrechtse burgemeester I. Opstelten, voorheen directeur-generaal openbare orde en veiligheid op Binnenlandse Zaken. “Maar we moeten eerst ervaring opdoen. Een toezichthouder heeft een opleiding van drie maanden gehad, terwijl een politie-agent twee jaar achter de rug heeft. We moeten de opleiding intensiveren en de functies differentiëren. Sinds 1 november hebben we ook de functie van mentor.”

De werving van stadswachten verloopt moeizaam. Werklozen die minimaal een jaar zonder baan zijn en ouder dan 21 jaar, blijken zich niet massaal te melden. Opstelten gaf vorige week het startsein voor een campagne die het imago van de toezichthouder moet verbeteren. Utrecht heeft met het rijk afgesproken dat de gemeente in 1998 duizend toezichthouders in dienst heeft. Opstelten weet nu al dat dit niet wordt gehaald. Eind dit jaar moeten er driehonderd toezichthouders zijn, een verdubbeling van het huidige aantal. “Het wordt dit jaar dus al moeilijk.”

Rotterdam, Den Haag en ook Amsterdam waren aanvankelijk voortvarender in de aanstelling van toezichthouders, maar dat betrof vooral een administratieve vertekening, zegt E. de Natris, hoofdinspecteur van politie en directeur van de Utrechtse stichting Stadstoezicht. In die drie steden kon men meer banenpoolers omzetten in een Melkertbaan, zodat men snel effect bereikte. Ook die gemeenten zullen nu moeite krijgen om het korps van stadswachten uit te breiden, verwacht De Natris. De vier grote steden voeren overleg over een gezamenlijke promotiecampagne.

“Misschien kunnen we samen een tv-spot betalen. Banenmarkten leveren niks op”, zegt De Natris. “Via advertenties in de huis-aan-huisbladen krijgen we de meeste reacties. Daar hebben ze geen abonnement voor nodig.” Niet alleen recalcitrante burgers kunnen het leven van de toezichthouder zuur maken, ook de collega's van de politie. “Kruimelwerk”, zo oordeelden Utrechtse agenten in een onderzoek dat in september verscheen.

“Het enthousiasme was niet bij voorbaat bij iedereen van de politie aanwezig, maar men is nu overtuigd van de meerwaarde”, constateert Opstelten. “Er zijn twee soorten reacties”, zegt De Natris. “Er is de wijkagent die zegt: o, dat is mooi. Nu kan er eindelijk iets worden gedaan aan de overlast bij die mevrouw. Anderen zeggen: zijn dit de goedkope agenten? Zij vrezen de bedreiging van het ambt.”

Opstelten vindt dat de Melkert-regeling moet doorgaan. “Op wijkavonden vraag ik elke keer aan de mensen: wat vindt u van de toezichthouders? Nou, iedereen vindt ze prima. Want ze zijn zichtbaar.”