Bach Festival begint feestelijk en hoogstaand

Bach Festival door koor, orkest, solisten en gasten van De Nederlandse Bachvereniging. Gehoord: 8, 9 en 10/11, Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.

De Nederlandse Bachvereniging bestaat dit seizoen 75 jaar, en bij zo'n mijlpaal hoort een passend cadeau. Zaterdag overhandigde oud-minister Til Gardeniers als voorzitter van de Vrienden van De Nederlandse Bachvereniging in Vredenburg aan Jos van Veldhoven, dirigent en artistiek leider van het gezelschap, het ontwerp van een frontplaat voor een te bouwen kistorgel. Zoals de bassdrum het beeldmerk van menige rockgroep draagt, zo toont dat orgeltje in het hart van het gezelschap voortaan Bachs sierlijk gecalligrafeerde monogram.

In Utrecht zijn de jubileumfestiviteiten dit weekeinde begonnen met een driedaags Bach Festival met liefst negentien concerten en lezingen. Het feestseizoen wordt volgend jaar besloten met een reeks van veertien passie-uitvoeringen.

De 'Nederlandsche Bach Vereeniging' werd in 1921 opgericht als reactie op de romantische, massale passie-uitvoeringsidealen van Willem Mengelberg. Decennia later werd de vereniging zelf ingehaald door de bevlogen ijveraars voor een nog authentieker uitvoeringsideaal. In 1983 onderging de NBV op instigatie van Jos van Veldhoven een insnijdende reorganisatie, ingegeven door de recente ontwikkelingen op het terrein van de historische uitvoeringspraktijk. Er kwamen een eigen barokorkest en een klein koor van ongeveer twintig gespecialiseerde zangers.

Zaterdag onderstreepte dat koor in de cantate Unser Mond sei voll Lachens en in Auf, schmetternde Töne der muntern Trompeten zich onder leiding van Van Veldhoven te hebben ontwikkeld tot een uiterst wendbaar, homogeen en kwalitatief hoogstaand vocaal ensemble. Van de vocale solisten was met name altus Kai Wessel overtuigend. Hij weet iedere recitatiefregel nog tot een zelfstandig miniatuurtje te verheffen. De schwung van organist Leo van Doeselaar gaf aan de cantate Geist und Seele wird verwirret een aangenaam lichtvoetige draai. 'Plezier kan ook bij Bach', stelde Gardeniers terecht.

Het zal klavecinist Jos van Immerseel uit het hart gegrepen zijn. Speels, en met een verbluffend perfecte techniek pirouetteerde hij daags daarna door de eindeloze notenslierten van de Partita's uit het eerste deel van Bachs Clavier-Übung.

Een van de interessantste aspecten van dit Bach Festival vormde de integrale uitvoering van de Clavier-Übung, een viertal bundels die samen een exquise bloemlezing vormen van Bachs schrijfstijl voor klavecimbel en orgel. Er zijn echter maar weinig klavecinisten die zulk een loodvrije souplesse in de muziek van Bach etaleren als Van Immerseel. Ook Pierre Hantaï niet, die met zijn vertolking van de Goldberg-variaties - het vierde deel van de Clavier-Übung - vrijdag vooral een zwaartillende Bach neerzette.

Het uitverkochte slotconcert door het barokorkest van de NBV onder leiding van Gustav Leonardt was ook wat zwaar op de hand. De details van het ciseleerwerk van de solisten in het Concert voor drie klavecimbels waren spijtig genoeg amper hoorbaar. Het Concert voor twee celli van Vivaldi, met Lucia Swarts en Viola de Hoog als bevlogen solisten, klonk ondanks de mineur toonsoort eigenlijk nog het feestelijkst.

De bezetting van deze twee concerten mag curieus zijn, het programma dat Swarts en Van Doeselaar zaterdag speelden was rechtstreeks betrokken uit het rariteitenkabinet van de muziekgeschiedenis. Zoals Gounod het eerste preludium uit Das wohltemperierte Klavier verkrachtte door er een melig Ave Maria van te maken, zo voorzag Ignaz Moscheles dit stuk van een mijmerende cellomelodie. Historische staaltjes van onbegrip, die tegenwoordig lachwekkend zijn. Het is bijna verbazend dat zich in de vorige eeuw niemand geroepen heeft gevoeld een pauksolo te componeren met Beethovens Vijfde als geluidsbehangetje.

    • Emile Wennekes