Zweedse collectie in kunsthal Bonn

Tentoonstelling: Moderna Museet in Bonn. Kunst-und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland, Friedrich-Ebert-Allee 4. T/m 12 jan. Di t/m zo 10-19u. Gesloten 25 dec en 1 jan. Catalogus 68,- DM.

'Een museum bestaat op grond van zijn activiteiten, tentoonstellingen en zijn collectie', schrijft Pontus Hultén bij de presentatie van de verzameling van het Moderna Museet Stockholm in de Kunsthalle Bonn. Hultén was van 1959 tot 1973 directeur van het Zweedse museum. Daarna was hij aan het Centre Pompidou in Parijs en de Kunsthalle Bonn verbonden. Met dit overzicht van de collectie van het Moderna Museet neemt hij afscheid.

De volgorde waarin Hultén de drie taken van het museum noemt, is typerend. Als piepjonge directeur van een instituut dat in 1959 krap één jaar bestond, was het Stedelijk Museum in Amsterdam onder de bezielende leiding van Willem Sandberg voor hem hèt voorbeeld. Net als in het Stedelijk vormden in het Moderna Museet film-, muziek en dansvoorstellingen, naast exposities, een vast onderdeel van het programma.

Tussen Amsterdam en Stockholm bestonden nauwe banden; in 1962 werd Hultén ook genoemd als opvolger van Sandberg. Toen bleek dat beide musea plannen hadden voor een tentoonstelling over kinetische kunst, werden de krachten gebundeld. De geruchtmakende tentoonstelling Bewogen Beweging/Rörelse i konsten, samengesteld door Hultén, opende in maart 1962 in het Stedelijk. Robert Müllers fiets, De weduwe van de wielrenner werd niet alleen in Amsterdam, maar twee maanden later ook in Stockholm wegens zijn aanstootgevende karakter door de politie verwijderd.

Tentoonstellingen hebben duidelijk sporen nagelaten in de ruim 200 werken uit de collectie van het Moderna Museet die nu in Bonn te zien zijn. 'Overblijfselen' van Bewogen Beweging zijn bijvoorbeeld de Méta-matics, tekenmachines van de voorman van de bewegings-kunst Jean Tinguely, maar ook replica's van het Fietswiel en het Grote Glas van Marcel Duchamp. Onder supervisie van de kunstenaar zelf maakte Duchamp-kenner Ulf Linde ook andere ready-mades na zoals Fontain, het beroemde urinoir.

Rondom Duchamp bracht Hultén een bijzondere verzameling Dada en surrealisme bijeen met werken van onder anderen Kurt Schwitters, Salvador Dali, René Magritte, Joan Miró en Francis Picabia. Het is opmerkelijk hoe een klein, jong instituut als het Moderna Museet er vrij laat nog in slaagde om, met steun van een actieve vereniging van vrienden, zoveel moderne klassieken van hoge kwaliteit aan te kopen. Kunstenaars als Constantin Brancusi, Jean Arp, Wassily Kandinsky, Paul Klee, Pablo Picasso, Georges Braque, Fernand Léger, Henri Matisse en Piet Mondriaan zijn vaak met meerdere werken vertegenwoordigd. In 1964 kreeg de verzameling onverwacht een stevige, éénmalige impuls toen de Zweedse overheid door een schenking van ruim anderhalf miljoen gulden het museum in staat stelde om belangrijke bruiklenen van de tentoonstelling 'Wensmuseum', waaronder De Chirico's intrigerende schilderij De hersenen van het kind, te verwerven.

Een ander accent in de collectie is de Amerikaanse pop art met als hoogtepunt Robert Rauschenbergs revolutionaire Monogram (1955-59). In deze zogenaamde combine-painting heeft Rauschenberg een langharig, opgezet schaap met een autoband om zijn lijf letterlijk op een liggend doek gezet. Wanneer je je na al deze internationale meesters begint af te vragen wat er zich in die tijd in Zweden afspeelde, sta je plotseling voor een schilderij van Evert Lundquist uit 1942-43. De golven in grijsblauwe en blonde tinten zijn onmiskenbaar Scandinavisch. Zweedse kunst ontstond echter niet in een isolement. Aan het werk van schilders als Otto G. Carlsund en Erik Olson is duidelijk te zien dat zij in de jaren twintig bij Léger in Parijs studeerden. Öyvind Fahlström, een eigenzinnige Zweedse vertegenwoordiger van de pop art, verbleef in de jaren zestig lange tijd in New York.

Eén onmisbaar onderdeel van het museum vergeet Hultén te noemen: het gebouw. Tot enkele jaren geleden was het Moderna Museet gevestigd in een voormalig exercitiegebouw van de Zweedse marine op Skeppsholmen, een eiland ten zuid-oosten van het centrum van de stad. Via een lange smalle brug bereikte men deze karakteristieke, landelijke locatie waar nu een nieuw museum voor moderne kunst en architectuur verrijst naar ontwerp van de Spaanse architect Rafael Moneo. De feestelijke opening van het museum op 1 januari 1998 valt samen met het begin van de manifestatie Stockholm Culturele Hoofdstad van Europa.

    • Din Pieters