Transgene teelt voorlopig niet voor Derde Wereld

Genetisch gemanipuleerde soja of de traditionele? Het gaat om een relatief luxe-probleem, want de voedselvoorziening in de Westerse wereld hangt er bepaald niet vanaf. Brengt genetische manipulatie van voedsel de mensheid wat verder in de strijd tegen honger?

Op grond van de huidige praktijk moet het antwoord daarop ontkennend zijn. Genetische manipulatie van gewassen dient op dit ogenblik globaal vier doelen. Zo verbetert ze de kwaliteit van het produkt en vermindert ze de milieubelasting door de traditionele teelt omdat er niet zoveel gewasbeschermingsmiddelen bij nodig zijn. De nieuwe rassen dragen op die manier bij aan duurzame (milieuvriendelijke) ontwikkelingen. En als het goed is zijn deze moderne gewassen kosteneffectiever te produceren.

Vergroting van de wereldvoedselproduktie is geen oogmerk bij deze nieuwe technieken, althans voor zover die worden toegepast door de industrie. Op dit moment zijn het vooral de producenten van (chemische) pesticiden, die al dan niet gedwongen omzien naar alternatieven.

'De genetisch gemanipuleerde rassen zullen zonder twijfel duurder zijn', zegt dr.ir. G. Pak van het onafhankelijke Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM). 'Dus vooralsnog onbetaalbaar voor boeren in ontwikkelingslanden. Maar je moet je ook afvragen of ze er baat bij zouden hebben. Ze werken meestal op zulke kleine stukjes land dat ze het gemakkelijk met de ploeg af kunnen.'

Pesticiden kunnen in ontwikkelingslanden overigens wel ernstige gevolgen hebben, zo stelde onlangs directeur Q.F Ahmed van Proshika in Bangladesh, een zusterorganisatie van Novib: 'Met pesticiden bestrijd je niet alleen plagen, maar ook nuttige dingen als microben, wormen, kikkers, hagedissen, vogels en insecten zoals bijen. Daarbij komt dat de veroorzakers van de plaag resistent worden, met als gevolg dat boeren moeten uitzien naar een verscheidenheid van pesticiden, waarvan sommige in het buitenland verboden zijn, maar in Bangladesh gewoon mogen worden geïmporteerd. Dat heeft geleid tot ongekende vervuiling van oppervlakte- en grondwater, met fatale gevolgen voor de vis en grote gezondheidsrisico's voor de bevolking, zeker in landelijke gebieden waar gebruik wordt gemaakt van putten.'

Pak wijst erop dat het 'herbicide-resistent' maken van gewassen niet het enige is dat uit de hoge hoed van de biotechnologie komt. Er worden toepassingen ontwikkeld die wel degelijk van belang kunnen zijn voor de Derde Wereld.

Volgens de Wageningse hoogleraar dr.ir. R. Rabbinge worden er op dit ogenblik wereldwijd meer dan duizend veldproeven gehouden met transgene gewassen. Bij 184 van die proeven is het genetisch materiaal van de planten zodanig veranderd dat zij bestand zijn tegen 'stress' die wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld hitte of droogte. Daar zitten boeren in Afrika wel degelijk op te wachten. Bij vele honderden andere studies zijn gewassen genetisch resistent gemaakt tegen insecten, schimmels, bacteriën en virussen. Ook daar kan deze boer waarschijnlijk ooit zijn voordeel mee doen.

Veruit de meeste van de lopende biotechnologische experimenten (zo'n 340) zijn echter gericht op die 'herbicidetolerantie' en leveren op korte termijn de meeste winst op voor de industrie die de techniek ontwikkelt, en voor de burger die moet merken dat er minder milieubelasting optreedt door deze wijze van teelt.

Pak: 'De vraag is natuurlijk of de industrie belang stelt in projecten waarvan weinig winst te verwachten valt, zoals die hitte- of droogtebestendigheid. Universiteiten 'trekken' dat onderzoek en bieden de grote bedrijven wel projecten aan om zeker te kunnen zijn van de voortgang van hun onderzoek. Maar vaak zit dat nog zo ver weg in de pijplijn, dat je van die bedrijven niet kunt verwachten dat ze er meteen op inspringen. Daar zit dus een gat, waar andere organisaties in moeten duiken. Ik denk dan aan de FAO, maar er zijn genoeg andere instituten die er ook voor in aanmerking komen, als ze er al niet mee bezig zijn.'

Dr. Pak voerde met het Centrum voor Landbouw en Milieu eerder een onafhankelijk onderzoek uit naar de veiligheid van gemodificeerde soja. Bij die soja is het erfelijk materiaal van de plant dus zodanig veranderd dat zij - in tegenstelling tot het omringende onkruid - niet het loodje legt als de boer de gifspuit hanteert. De Amerikaanse chemie-gigant Monsanto heeft glyfosaat, een onkruidverdelger, op de markt die de merknaam Roundup Ready heeft meegekregen. Roundup wordt al ruim twintig jaar in meer dan honderd landen gebruikt. De fabrikant levert nu dus het gewenste 'dubbelpak': een bestrijdingsmiddel met bijbehorend sojazaad.

Genetisch gemodificeerde soja stoomt nu op naar het Europese continent en zal worden verwerkt in meer dan 10.000 soorten levensmiddelen. De transgene maïs komt er waarschijnlijk aan.

Ook de gen-banaan is in de maak. Hij produceert minder etheen dan zijn 'natuurlijke' broer en rijpt dus minder snel. Hij kan daarom langer aan de boom blijven hangen en zijn smaak beter ontwikkelen. Wellicht kunnen boeren in de ontwikkelingslanden daarvan wel voordeel hebben, maar het gaat dan om een exportprodukt en niet om de voedselvoorziening van het eigen land.

Het gaat bij de genetische manipulatie van gewassen nu niet enkel om het resistent maken tegen onkruidbestrijdingsmiddelen, maar ook om het 'maken' van planten met een ingebouwd gif tegen bijvoorbeeld rupsen en aaltjes. Niet alleen voor de producenten van consumptiegewassen zouden de nieuwe technieken gunstig moeten zijn, ook de katoenteelt bijvoorbeeld moet er mee worden verbeterd.

Genetische manipulatie mag dan een relatief nieuwe techniek zijn, in wezen borduurt zij in het laboratorium vooral voort op het kruisen en veredelen, waarbij de boer de natuur al eeuwenlang een handje helpt. Een belangrijke vraag bij dat veredelen, kruisen en nu ook genetisch manipuleren is of er nog enige biodiversiteit overblijft.

Q.F. Ahmed: 'Door de veredeling van rijstsoorten is er tegenwoordig een sterke monocultuur. Een groot aantal variëteiten - in eeuwen opgebouwd door natuurlijke en menselijke selectie - is volledig verdwenen. Dat betekent zelfs dat soorten die wel eens hard nodig kunnen zijn om in de toekomst succesvol te kunnen kruisen voor altijd verloren zijn. En dat je die nodig hebt blijkt wel nu de meest gangbare rijstsoort erg kwetsbaar blijkt te zijn voor bepaalde ziekten. Eén studie heeft aangetoond dat van de 12.487 geregistreerde rassen er nu in elk geval 7.000 niet kunnen bestaan.'

    • Bram Pols