STUDIEHUIVER; De keuze voor een vervolgopleiding wordt steeds moeilijker

Veel eindexamenkandidaten moeten nu hun eerste keuze maken: voor 1 de- cember moeten de vooraanmeldingen voor universiteit of hogeschool de deur uit. Steeds meer scholieren stellen de keuze uit.

Voor wie na het eindexamen een jaar wat anders wil doen, of steun zoekt bij de studiekeuze, bestaan o.a. de volgende bladen:

Vagant, magazine over studeren in het buitenland, Inl. 070-4260207, losse nummers ƒ 8,95.

Toekomst Magazine, voor schoolverlaters MBO, HAVO en VWO, Inl. 010-4144177, losse nummers ƒ 7,50.

'IK ZIE WELEENS een trein staan, naar Parijs of nog verder. Dan denk ik: waarom zou ik er niet inspringen, dan zie ik verder wel.' Marleen van de Pol van het Haags Montessori Lyceum is zeventien en doet dit jaar eindexamen VWO. Al haar tijd gaat op aan 'zwoegen voor het examen'. Wat ze na de middelbare school wil gaan doen is onduidelijk. Ze weet nog niet of ze wil studeren en overweegt naar het buitenland te gaan om in de horeca te werken.

Marleen is niet de enige die weinig zin meer heeft in verder leren, na gemiddeld twaalf jaar onderwijs. In de jaren tachtig groeide in het hoger onderwijs het aantal studenten elk jaar, maar sinds 1991 daalt het aantal eerstejaars aan universiteiten. Dat valt voor een deel te verklaren uit demografische ontwikkelingen - er zijn gewoon minder jongeren - en uit de vermindering van het aantal 'doorstromers': mensen die na een jaar HBO de overstap naar de universiteit maken. Maar er is meer aan de hand: van de VWO'ers die dit voorjaar eindexamen deden, wilde bijna 89 procent direct doorstuderen. Bijna tien procent wacht nog met de studie. In 1991 wilde nog geen 4 procent wachten.

Hoe komt dat? Heeft de afname van het aantal eerstejaars te maken met de invoering van de prestatiebeurs (wie in vier jaar niet afstudeert, kan nog twee jaar lenen, wie dan nog niet klaar is, moet àlles terugbetalen) of met de hoogte van het collegegeld? In opdracht van minister Ritzen van Onderwijs voerde de Universiteit van Amsterdam dit jaar een onderzoek uit naar de redenen om niet te gaan studeren. Centraal stond of de belangstelling van eindexamenkandidaten voor het volgen van een studie tijdelijk of permanent uitbleef. Het onlangs verschenen rapport draagt dan ook de titel Uitstel of afstel?

Uit het onderzoek blijkt dat een toenemend aandeel Havo- en VWO-scholieren met laagopgeleide ouders uit angst voor hoge studieschulden de keuze voor een studie in het hoger onderwijs uitstelt. Behalve scholieren met ouders met hooguit een LBO- of Mavo-diploma besluit ook een kleiner aandeel scholieren met academisch gevormde ouders het studeren uit te stellen. In het algemeen zeggen leerlingen van de Havo niet door te leren omdat ze bang zijn verkeerd te kiezen. Als tweede reden noemen zij dat ze eerst eens rond willen kijken. De VWO'ers noemen dezelfde redenen, maar in omgekeerde volgorde. Verder valt op dat leerlingen uit de Randstad minder vaak direct doorstuderen in het hoger onderwijs dan leerlingen uit de rest van Nederland. Tot nu toe kwam van uitstel zelden afstel, bleek uit analyse van de cijfers van de laatste jaren. Maar hoe de nieuwe prestatiebeurs die beslissingen zal beïnvloeden, is nog niet duidelijk.

Annick Senten (16) doet momenteel VWO-eindexamen in Den Haag. Gaan werken vindt ze een slecht idee: “Dan ontwen je het studeren, je motivatie om nog serieus te leren verdwijnt.” Toch zou ze wel graag een jaar iets anders doen. Omdat ze ooit een klas oversloeg, is ze altijd overal de jongste. Ze weet zeker dat ze uiteindelijk naar de universiteit zal gaan: “Ik ga de sociaal-wetenschappelijke kant op, iets doen met mensen. Maar nu wil ik het liefst naar een high school in Amerika. Niet om te ontdekken wat ik wil, maar omdat het me aanspreekt voor een tijd een heel ander leven te leiden.”

MAMA, DAT WIL IK!

Maar even later zegt ze dat ze “enorm twijfelt”, niet alleen tussen reizen of meteen studeren, maar toch ook tussen studies. Drie jaar lang was ze ervan overtuigd rechten te willen doen, nu neigt ze naar pedagogiek: “maar alles klinkt leuk, als het tenminste niet iets technisch is”. De kosten van het verblijf op een high school schrikken haar af: “Ik ben geen enigst kind of zo.Ik kan niet zomaar roepen: 'Mama, dat wil ik!' Ik heb nu een krantenwijk, maar dat schiet natuurlijk niet op.”

Marleen vindt het eindexamenjaar maar een onhandige tijd om te moeten kiezen: “Tijd om open dagen te bezoeken heb ik niet. Mijn ouders zeggen dat het misschien wel goed voor me is om een jaar weg te gaan. Ik vraag wel folders op, maar ik heb geen zin en geen tijd om erin te kijken.”

Opvallend is dat zowel Marleen als Annick 'gaan studeren' niet lijkt te beschouwen als een grote verandering. Lid van een studentenvereniging verwachten ze niet te worden en ze fantaseren nauwelijks over op kamers wonen. Met de verlaging van de studiefinanciering voor uitwonenden heeft dat niets te maken. Eensgezind verklaren ze daar weinig van te weten, al zegt Annick even later: “Je moet binnen zes of zeven jaar zien af te studeren, geloof ik, anders krijg je zoveel schuld. En je moet de helft van je propedeuse binnen een jaar halen. Nou, dat kan toch wel.”

In het rapport Uitstel of afstel? vertelt een VWO-decaan: “Studiefinanciering is een 'ver van mijn bed show'. Pas als het zover is verbazen ze zich over de scheet en twee knikkers die de studiebeurs nog is.” Leerlingen uit hoge sociale milieus maken zich zelden zorgen over op te lopen schulden. Maar ook in lagere sociale groepen bestaat geen relatie tussen bezorgdheid over de studiefinanciering en de voornemens om te gaan studeren.

Peter van Schie (45), leraar Nederlands op het Haags Montessori Lyceum en sinds zes jaar decaan voor de VWO-klassen, zegt: “Het geldbewustzijn is minimaal. De zesde klas is daar niet mee bezig, die denkt aan het eindexamen. In 5-VWO pikken ze het wel op als de druk op studenten in het maatschappelijk debat opgevoerd wordt.”

Van een toename van 'uitstellers' heeft Van Schie niets gemerkt. Wel constateert hij tegenwoordig 'een lichte huiver' bij zeventienjarigen om aan een studie te beginnen: “Maar elk jaar vertoont ongeveer een kwart van de leerlingen de neiging om een jaar wat anders te gaan doen. Zes of zeven procent doet dat dan ook daadwerkelijk. Het zijn meestal meisjes, die zijn vaak wat verder in hun ontwikkeling. Als ik het nu niet doe, komt het er nooit meer van, denken ze. Misschien beleven meisjes minder echte vrijheid dan jongens, komen ze eerder vast te zitten. Maar je moet het in een breder perspectief zien, het was toch al een Renaissance-ideaal om de jeugdtijd af te ronden met een reis. P.C. Hooft deed het al.”

HEUSCHE ZEDEN

Zo bezien is uitstel niet echt nieuw of opzienbarend. In de zeventiende en achttiende eeuw maakten zonen van gegoede koopmansfamilies vaak een 'grand tour', meestal naar Frankrijk of Italië. Burgemeester C.P. Hooft meende in 1598 dat zijn zeventien-jarige zoon op deze manier 'burgelyke wysheit en heusche zeden' op zou doen. Van Schie vertelt dat de ouders van zijn leerlingen, die vaak tot de 'intellectuele elite' behoren, ook nu soms druk uitoefenen op hun kinderen om op reis te gaan: “Zij hebben het idee dat er ruimte nodig is op de grens tussen kind zijn en volwassenheid, of wilden zelf reizen op die leeftijd.”

Maar voor wie geen keuze kan maken voor een opleiding, heeft een jaar reizen weinig zin, meent Van Schie. “Dan zegt iemand: 'Ik ga de Himalaya op en zo, enne... als ik dan weer beneden sta, weet ik precies wat ik wil.' Zo werkt het natuurlijk niet. Ik zal de eerste zijn om te vragen: waarom je dat zou doen? Het kost handen vol geld en zou je zo'n kans niet beter op een ander moment kunnen benutten? Na je studie weet je beter waar je heen wilt en hoe je een reis financieel regelt. Je moet leerlingen wel individueel benaderen. Soms is iemand zo uitgeput van de middelbare school, dat hij moet uitrusten.” De alternatieven voor 'een jaar reizen', zoals de Vrije Hogeschool in Driebergen, vindt hij fantastisch. Er zouden meer mogelijkheden moeten komen, “zo merk ik dat leerlingen best open staan voor vrijwilligerswerk.” Dat iemand die niet weet welke studie te kiezen een betaalde baan zoekt, maakt hij eigenlijk nooit mee.

“Vlak na het examen kwam het niet in mijn hoofd op om te gaan werken”, zegt Gert Jan Slothouber. “Iedereen gaat studeren, waarom jij dan niet? Maar hoe kun je vlak na de middelbare school nou weten wat je leuk vindt?” Inmiddels is hij tweeëntwintig en staat innig tevreden vier dagen per week achter de bar van een Amsterdams café. In 1993 deed hij Havo-eindexamen aan een instituut voor volwassenenonderwijs in Zwolle. Daarvoor had hij al eens, na de Mavo, een zomer lang de Beroepen-almanak doorgebladerd. “Het hielp niet. Ik was gewoon te jong, niet zozeer in leeftijd als wel in denken.”

Op advies van zijn vader deed Slothouber een jaar 'personeel en arbeid' aan een hogeschool in Zwolle en verhuisde daarna naar Amsterdam, om rechten te gaan studeren aan de Vrije Universiteit. Dat beviel ook niet: “Het was echt vreselijk te studeren zonder gemotiveerd te zijn. Ik heb nu eindelijk bewust gekozen om twee jaar te gaan werken. Het heeft lang geduurd voordat ik het durfde, maar nu sta ik er volledig achter. Ik heb nu tijd om erachter te komen wat ik wil gaan doen, het beklemt me niet meer.” Omdat hem niet meer dan twee jaar studiefinanciering rest, is hij aan het sparen. “Je raakt gewend aan je inkomen. Maar als ik eenmaal studeer wat ik echt wil, ga ik heus niet lopen zeiken over geld.”

Aan de vraag waarom zoveel scholieren in de eindexamenklassen nog geen idee hebben van wat ze willen worden, is geen aandacht besteed in het rapport Uitstel of afstel. Decaan Van Schie, en velen met hem, vindt dat school en vervolgopleiding niet goed op elkaar aansluiten en verwacht heil van de komst van 'de tweede fase'. Nu in de onderbouw de basisvorming geïnstalleerd is, volgt per 1 augustus 1998 de hervorming van de bovenbouw. De leerlingen moeten zelfstandiger en actiever leren, het klassikale onderwijs wordt voor een groot deel losgelaten. In plaats van een vakkenpakket kiezen de leerlingen een 'profiel'. Van Schie: “Het profiel bepaalt waar het accent op ligt bij de verschillende vakken. Iemand die bij wijze van spreken voor 'letteren' kiest, zal bij de talen veel meer literatuurgeschiedenis krijgen dan iemand met een technisch profiel.” Jongeren zouden dankzij de tweede fase weerbaarder en ondernemender van de middelbare school komen.

ZEVEN SCHOLEN

Voor Lernert Engelberts (19) uit Hellouw komen die veranderingen te laat. In plaats van vlak na zijn examen, zoals de meeste studie-uitstellers, bedacht hij vlak ervoor dat hij eens iets anders wilde dan naar school gaan. “Ik zat op de Havo en had zeven scholen afgelopen, ik was onhandelbaar. Ik ben wel leergierig, maar geen leraar was in staat iets bezield over te brengen. Dus al was ik op school, ik was afwezig.” Thuis las hij voor zijn plezier literatuur, maar ook natuurkundeboeken.

Het principe om te leren voor een diploma, zich te bewijzen via een examen, stond hem zo sterk tegen, dat hij op het vliegtuig naar Israel stapte, om koeien te gaan melken in een kibboets. “Nu zal ik ongetwijfeld een mislukking worden, maar daar heb ik voor gekozen”, zegt hij. Maar onlangs verscheen zijn eerste poëziebundel Oidipoes werpt jongen bij uitgeverij De Harmonie. Van zijn ouders, bij wie hij nog in huis woont ('ik kan niet koken'), heeft hij een jaar vrij gekregen om een roman te schrijven. Daarna gaat hij werken als ober of misschien toch nog studeren. Maar hij weet nog niet wat.