Ouders van gehandicapte kinderen kwaad

Ouders van verstandelijk gehandicapten komen aan de vooravond van een landelijke manifestatie in verzet tegen de lange wachttijden voor opname van hun kind in een tehuis.

EINDHOVEN, 9 NOV. Een brief op poten naar staatssecretaris E. Terpstra van Welzijn, Volksgezondheid en Sport (VWS) met een massa handtekeningen van ouders met een verstandelijk gehandicapt kind moet toch indruk maken. Dat dacht althans de leiding donderdagavond van de vergadering in Eindhoven van de regio Zuidoost-Brabant van de Federatie van ouderverenigingen. “Dat helpt allemaal niks”, had een vader daarop gezegd. “Ons kind een weekeinde bij madame brengen: dan zal ze wel anders piepen en dan is er zo een paar honderd miljoen gulden op tafel.”

Deze middenstander uit Nuenen heeft een verstandelijk gehandicapte zoon van negen jaar die ook nog autistisch is. Naarmate de jongen ouder wordt, wordt hij sterker en onhandelbaarder. Als hij 's avonds naar zijn bedkooi wordt gebracht zijn er altijd twee mensen nodig. Tweemaal twee uur thuiszorg in de week bieden geen soelaas. Ook de logeerhuizen voor tijdelijke opvang zitten vol. De spanningen in het uit nog drie andere kinderen bestaande gezin liepen ten slotte zo hoog op dat besloten werd tot uithuisplaatsing. Maar dat betekent doorgaans terechtkomen op een wachtlijst. Alleen al in dit deel van Brabant staan volgens de federatie 463 verstandelijk gehandicapten op de wachtlijst. De wachttijd is gemiddeld zes jaar.

Landelijk gaat het om naar schatting 5.000 mensen, wat Terpstra eerder dit jaar nog “onaanvaardbaar” noemde. Het kabinet-Kok besloot echter dat de groei in de uitgaven voor de zwakzinnigenzorg net zoals die in de gezondheidszorg terug moest worden gebracht van 2,6 procent naar 1,3 procent per jaar. Het gevolg daarvan, zo wordt gevreesd, zal zich vooral aftekenen in de wachtlijsten. Dus moet er actie worden ondernomen die op 29 november aanstaande zal eindigen in een landelijke manifestatie in Den Haag. “U kunt gratis met de bus mee”, zei de organisatie van de avond. “Maar wie let er dan op mijn kind”, vroeg een vrouw.

“We zijn hier bijeen”, had gespreksleider N. Kaan, zelf 35 jaar betrokken bij de zwakzinnigenzorg, gezegd, “in een sfeer van zuchten. Dat u hier met zovelen bent, zegt genoeg over de nood die er heerst.” Een vader zei: “Hier in Eindhoven was de verbouwing van het PSV-stadion binnen een jaar geregeld, maar je scoort niet met een mongooltje.”

Een woordvoerder van Terpstra: “Als je ziet dat dit kabinet tot 2001 driekwart miljard gulden meer heeft uitgetrokken en gelet op de groei met bijna 700 miljoen gulden tot 5,2 miljard gulden tussen 1992 en 1996, is de bewering dat er wordt bezuinigd pertinent onjuist. Dit jaar komt er bovendien bijna dertig miljoen gulden bij voor het oplossen van specifieke knelpunten.”

Hij zegt dat een deel van de oplossing zit bij de instellingen zelf die volgens hem in de loop der jaren reserves hebben opgebouwd die ze gezien de voorgenomen andere aanpak (deconcentratie van voorzieningen en opvang in kleinere eenheden) niet of slechts zeer terughoudend uitgeven. “Zo liep het gereserveerde bedrag bij de zwakzinnigeninrichtingen van 1992 tot 1994 op tot 338 miljoen gulden en bij de gezinsvervangende tehuizen tot 127 miljoen. Een zekere reserve is reëel als onderpand voor nieuwe hypotheken maar hier bestaat de indruk dat er instellingen zijn met een natuurlijke neiging tot oppotten.”

Hij erkent het probleem van de wachtlijsten. “Dat kan komen doordat een beter aanbod een grotere vraag tot gevolg heeft en doordat de geboortegolf van kort na de Tweede Wereldoorlog druk op de ketel zet omdat inmiddels bejaard geworden ouders hun kinderen, die nu rond de vijftig jaar zijn, niet langer kunnen verzorgen.”

Een moeder zei donderdagavond in Eindhoven: “Kinderen van bejaarden krijgen voorrang omdat ze tot de crisisgevallen horen. Dat is terecht. Alleen duurt het voor ons kind nu nog langer voordat het geplaatst kan worden. En dat betekent dat wij straks niet één maar twee plaatsen nodig hebben: ook één voor mij in een psychiatrische inrichting.”

    • Max Paumen