Liefde als onderwerp voor de lunch

Filmfront '96: Lunch in Budapest. Vanaf woensdag, Ned.1, 21.55-22.40u.

'We zitten allemaal in de val van de natuur. We lijken allemaal op die wolken kleine vliegjes, we dansen om elkaar heen om te verleiden.” In Lunch in Budapest, een film van Coco Schrijber (34), praat de auteur György Konrád over liefde. “Iedereen vraagt Konrád's mening over politiek en over de stand van zaken in de wereld”, zegt Schrijber. “Maar zijn boeken gaan eigenlijk maar over één ding: de liefde. Toen ik de kans kreeg om een film te maken met dat thema wist ik meteen: ik moet naar Boedapest.”

Lunch in Budapest is te zien in de eerste aflevering van Filmfront, een serie van drie keer drie single-plays die de Humanistische Omroep Stichting (HOS) deze maand uitzendt. Voor de tweede keer organiseerde de HOS een workshop voor jonge filmmakers. Was het thema vorig jaar oorlog, dit keer moest het over liefde gaan.

“Er vielen vaak lange stiltes in ons gesprek”, vertelt Schrijber, “Konrád was duidelijk verlegen met mijn persoonlijke vragen. Maar in zijn poging ze te beantwoorden was hij oprecht. Zijn privé-leven - met vijf kinderen is hij een echte family man - strookt niet met zijn ideeën over liefde, zoals die naar voren komen uit zijn werk. Ergens heeft hij geschreven, dat het om een realistische kijk op het leven te bewaren noodzakelijk is alleen te leven. Met die discrepantie heb ik hem niet geconfronteerd, dat is niet interessant. Céline was een monster, maar dat maakt zijn boeken niet minder mooi. In de kunst schep je de wereld zoals je die graag ziet, de werkelijkheid is een heel ander verhaal.”

In close-up gefilmde beelden van mensen op straat in hartje Boedapest doorsnijden het gesprek: het zacht wiegende blonde haar op de rug van een voorbijgangster, jongemeisjes-benen, de brede torso van een bouwvakker. Ze vormen een fraai commentaar op de woorden van Konrád. Coco Schrijber: “Tegenover zijn tijdloze formuleringen wilde ik het hier en nu laten zien. Mijn cameraman, Claire Pijnman, zag er niet veel in. Het is hier net de Kalverstraat, zei ze. Ze had liever shots genomen van het pittoreske Boedapest. Maar het leven speelt zich af in de Kalverstraten van de wereld, daar gebeurt het. En daar gaat het verhaal van Konrád over.”

Het lage budget waarmee gewerkt moest worden bemoeilijkte de totstandkoming van de film. “Mijn crew werkte voor een fooi, dan is het niet makkelijk om toch op je strepen te staan en te zorgen, dat ze precies doen wat jij wilt”, aldus Schrijber. Over de begeleiding van de HOS is ze wel tevreden: “Ik kreeg alle vrijheid, de samenwerking verliep perfect. Marjoleine Boonstra, die de workshop namens de HOS begeleidt, is zelf filmmaakster. Dat is belangrijk; ik ben allergisch voor journalisten, die vaak wel in de redacties zitten van allerlei programma's, maar absoluut geen sjoege hebben van de technische aspecten van film.”

Marjoleine Boonstra zoekt de kandidaten voor Filmfront bij voorkeur op de audio-visuele afdelingen van de Rietveld- en de Sint Joost-Academie. “Ik ben allereerst op zoek naar mensen met een passie voor beeld, die probeer ik te koppelen aan televisie. De beeldtaal, het woordloze observeren met de camera, wordt binnen de televisiewereld verguisd. Aan veel programma's is af te zien dat ze niet zijn gemaakt vanuit een fascinatie voor beeld. In praatprogramma's bijvoorbeeld wordt teveel op de man gespeeld, met heen en weer monteren tussen de twee sprekers in shot-reverse-shot. Een tweede of derde verhaallijn in beeld ontbreekt vaak. Met Filmfront probeer ik daar wat aan te doen.”

Het single-play is dit najaar goed vertegenwoordigd op de Nederlandse televisie: behalve de HOS komen ook de VARA en de NPS met een serie in eigen beheer geproduceerde televisiefilms. Hoewel de aanpak van de omroepen verschilt - de VARA maakte een serie rond het thema 'minderheden in Nederland', de HOS rond het thema liefde - is hun uitgangspunt hetzelfde. Het single-play wil jonge regisseurs en scenarioschrijvers de kans bieden om met een volwaardig budget en onder begeleiding van ervaren eindredacteuren of dramaturgen, een film te maken. Boonstra: “Zonder van een trend te willen spreken, geloof ik wel dat het single-play steeds belangrijker wordt. Jong talent krijgt meer kansen dan voorheen, niet alleen op televisie maar ook in het circuit van festival-en bioscoopfilms.” Schrijber: “Er is duidelijk een verandering gaande in de filmindustrie. Vroeger moest ik lang zoeken naar een producent, nu ken ik er vijf waar ik zo terecht kan.

“De tijd, dat ik het gevoel had te moeten knokken tegen de oude garde filmmakers en producenten, is voorbij. Er is een nieuwe generatie van jonge makers, vaak met de Rietveld of de Sint Joost als achtergrond. Tussen '88 en '93 kwam je die kliek overal tegen, ze waren opnameleider bij de films van Greenaway, of script-girl bij Van Gogh. Daar werd hard gewerkt en veel gewild. Nu zie je, dat ze uit de marge van de filmwereld vandaan komen. Ze hebben hun plek veroverd. Die opnameleider draait nu films in de V.S. Het etiket 'nix-generatie', nihilistisch en lui achterover leunen zonder iets te presteren, is niet van toepassing op de nieuwe generatie filmmakers. Doordat het uitzicht op een vaste baan gering is en je verwachtingen laag zijn, ben je veel meer bereid om te vechten voor je doel. Die mentaliteit werpt nu z'n vruchten af.”

    • Ilse van der Velden