Landen op gras in Midden-Zeeland

Naast Schiphol, Beek en Zestienhoven, die regelmatig in het nieuws zijn, bezit Nederland tal van kleine vliegveldjes. Een van die dwergen is Midden-Zeeland. Er kunnen slechts toestellen tot 6.000 kilo terecht.

ARNEMUIDEN, 9 NOV. “Als het zo doorgaat, kunnen we straks watervliegtuigen ontvangen”, voorspelt A. Birkhoff als een hevige regenbui boven vliegveld Midden-Zeeland losbarst. Voorlopig is er niet één toestel te zien, wat te maken heeft met de stormachtige wind deze ochtend. Maar het is hier, westelijk van Goes op grondgebied van Arnemuiden, ook wel eens anders. Er zijn dagen dat er tientallen Cessna's, Pipers en Navajo's, voornamelijk éénmotorige propellervliegtuigjes, opstijgen of landen. Dit jaar komt 'Zeeland Airport' aan ongeveer 36.000 vliegbewegingen en het mogen er de komende jaren 60.000 worden.

Met Seppe in Noord-Brabant, Hoogeveen, Texel, Ameland en Hilversum behoort Midden-Zeeland tot de dwergen onder de Nederlandse luchthavens. Het zijn stuk voor stuk grasbaanvliegvelden of 'groene velden' waar een betonnen baan ontbreekt. Wel is de ondergrond van de grasmat ter plaatse verstevigd door extra drainage. De toestellen die er gebruik van maken, mogen niet zwaarder zijn dan 6.000 kilo, inclusief bemanning, passagiers of vracht.

Birkhoff is een van de drie directeuren van Zeeland Airport bv, die begin 1995 tot stand kwam om het vliegveld een nieuw, maar ongewis tijdperk in te loodsen. Ze kwam als exploiterende instelling in de plaats van een stichting, die ermee moest stoppen omdat provincie en omliggende gemeenten hun subsidie (bij elkaar 120.000 gulden) om redenen van bezuiniging introkken. Daarmee kwam het voortbestaan van het vliegveld, dat zijn inkomsten voornamelijk put uit landingsgelden en de verkoop van brandstof, op losse schroeven te staan.

Volgens Birkhoff is de omwenteling van stichting naar bv tot nu toe goed uitgepakt. “We draaien zelfs met een bescheiden winst.” De rentabiliteit kan zelfs nog stijgen nu minister De Boer (VROM) een uitbreiding van het vliegverkeer tot 60.000 bewegingen (stijgen of landen) per jaar heeft toegestaan. Dit is echter tegen de zin van de gemeenten Veere en Goes, die een aantal van 40.000 genoeg vinden. Ook mensen uit de buurt, hoofdzakelijk bungalowbewoners op het recreatiecomplex Oranjeplaat, verzetten zich tegen de uitbreiding uit angst voor toenemende geluidsoverlast.

Tegelijk verkeert ook de leiding van Zeeland Airport in een zorgelijke toestand. Birkhoffs mededirecteur H. de Jonge rept van overheidsplannen om de antigeluidsmaatregelen in de sector 'kleine luchtvaart' zodanig te verscherpen, dat het aantal vliegbewegingen omstreeks het jaar 2000 praktisch gehalveerd zou moeten worden. “Dat betekent dat we hier nog minder toestellen zouden krijgen dan nu het geval is en dat zou commercieel gezien een regelrechte ramp zijn.”

Birkhoff ziet toch nog uitkomst. “We hopen dat de vliegtuigjes waar wij mee te maken hebben, tegen die tijd minder geluid produceren door technische voorzieningen aan uitlaat en propellers. En wat de huidige overlast betreft: die kunnen we beperken door de startbaan met 200 meter in oostelijke richting te verlengen. Dan wordt de toestellen een andere koers geboden en kunnen ze het bewoonde gebied van Oranjeplaat mijden.”

Vliegveld Midden-Zeeland bestaat inmiddels ruim 26 jaar. Het kwam in 1970 gereed in de Calandpolder, een voormalig schorrengebied dat was drooggevallen na afsluiting van het Veerse Gat. Er zijn een kleine twintig bedrijfjes gevestigd met een gevarieerde klantenkring. Circa dertig procent van het verkeer bestaat uit zakenvluchten naar diverse Europese bestemmingen. Politie en Rijkswaterstaat benutten Zeeland Airport voor surveillancevluchten en vogeltellingen op zee, terwijl ook menige drenkeling van hieruit werd opgespoord en opgepikt.

De voorgeschiedenis van Zeeland Airport grijpt terug naar de jaren dertig, toen deze provincie twee vliegveldjes telde: Souburg op Walcheren en Haamstede op Schouwen-Duiveland, die beide door oorlogsgeweld onbruikbaar werden.

Onroerend-goedmagnaat Reinder Zwolsman heeft begin jaren zestig nog een rol gespeeld in de wederopleving van de Zeeuwse luchtvaart. Hij wilde een vliegveld aanleggen dat groot genoeg was om vakantiegangers met viermotorige toestellen naar zijn hotels aan de kust van Walcheren te brengen. Het is er niet van gekomen. Ook latere plannen om een lijndienst op te zetten tussen Rotterdam, Midden-Zeeland en het Noordfranse Lille zijn op niets uitgelopen. Het bleef hier in de Calandpolder een haventje voor het kleine grut.

    • F.G. de Ruiter