Koelman en Kerr zijn dolgelukkig als de nieuwe concertmeesters van het Concertgebouworkest; 'Onvoorstelbare dromen zijn hiermee uitgekomen'

Het Concertgebouworkest presenteerde gisteren twee nieuwe concertmeesters, die nog nooit bij het orkest hebben gespeeld. De Nederlander Rudolf Koelman (37) keert na dertien jaar terug uit Zwitserland, de Amerikaan Alexander Kerr (26) komt uit Cincinnati.

Rudolf Koelman en Alexander Kerr, de twee nieuw benoemde concertmeesters van het Koninklijk Concertgebouworkest, werden gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw verwelkomd door twee generaties van vorige concertmeesters. Het was in de 108-jarige geschiedenis van het orkest een unieke bijeenkomst: Herman Krebbers (1962-'80) en Theo Olof (1974-'85) en de nu nog spelende directe voorgangers: Jaap van Zweden (sinds 1981) en Viktor Liberman (sinds 1985). Van Zweden vertrekt aan het eind van dit seizoen om nog meer te dirigeren dan hij nu al doet. Liberman gaat met pensioen en wordt vaste gastdirigent bij het Noord-Nederlands Orkest.

De Nederlander Koelman en de Amerikaan Kerr zeggen zeker geen plannen te hebben om ook te gaan dirigeren. Koelman: “Wie weet over tien jaar, maar ik blijf lesgeven, ik doe jaarlijks een meesterklas in Sicilië en ik ben hier al door het Sweelinck Conservatorium gevraagd een Paganini-meesterklas te geven.” Kerr: “Ik heb nu maar één stok nodig, mijn strijkstok. Het orkest is mijn prioriteit, ik ga eerst Nederlands leren en me hier thuis voelen.”

Kerr en Koelman zijn zich zeer vereerd met hun benoeming en diep gelukkig met hun functies van concertmeester, waarin ze elkaar gaan afwisselen. Beiden hebben nog nooit bij het Concertgebouworkest gespeeld en ze voelen zich voorlopig outsiders, die zich in hun proefjaar moeten waarmaken en gezag verwerven in hun complexe baan. Ze zijn niet alleen aanvoerders van de violen maar van het hele orkest en hebben als eerste contact met de dirigent.

Rudolf Koelman, die nu nog woont in Zwitserland waar hij les geeft aan het conservatorium in Winterthur, waar hij ook anderhalf jaar concertmeester was van het plaatselijke orkest, begint in maart volgend jaar. Kerr, die zijn opleiding kreeg aan het Curtis Institute of Music, in 1993 concertmeester werd in Charleston en sinds 1995 die functie heeft bij het Cincinnati Symphony Orchestra, begint het volgende seizoen.

Koelman en Kerr zijn trots en tevreden dat ze niet via de achterdeur zijn binnengekomen, maar hun nieuwe positie te danken hebben aan een proefspel, net als alle orkestleden. Enkele weken geleden moesten zij tegenover chef-dirigent Riccardo Chailly en een commissie van 35 orkestleden hun kwaliteiten demonstreren. Volgens Viktor Liberman sprongen deze twee van de in totaal tien kandidaten eruit. Krebbers kon de grote violistische capaciteiten van zijn ex-leerling Koelman bevestigen, ook op grond van diens cd's.

Kerr en Koelman, die elkaar pas donderdag voor het eerst leerden kennen, zeggen het persoonlijk nu al uitstekend met elkaar te vinden. Ze houden van sigaren, van dezelfde violisten, van dezelfde orkesten, van vioolbouwer Guarneri del Gesú, en zouden, net als Krebbers en Olof, wel samen het Concert voor twee violen van Bach willen spelen. Op de mededeling dat zij benoemd zouden worden, reageerden ze ook op soortgelijke wijze.

Koelman: “In het vliegtuig terug heb ik echt gehuild: één auditie en ik heb een van de tien gewildste violistenbanen ter wereld gekregen!” Kerr: “Ik heb bijna gehuild, mijn gevoel was heel intens, het is iets waarvan ik sinds mijn jongensjaren heb gedroomd.”

Koelman kwam sinds zijn zesde in Concertgebouw en zei tegen zijn vader dat het zijn droom was om bij Krebbers te studeren, wat vanaf zijn elfde ook gebeurde. “Ik heb bij hem veel repertoire geleerd: elke drie, vier weken een nieuw concert, na zes jaar kende ik er 55.” Daarna kreeg Koelman les bij Heifetz. “Ik heb nooit gespeeld bij dit orkest. Ooit was mijn grote droom: daarbij optreden als solist. Toen ik Krebbers zag, dacht ik: 'concertmeester!'. Het zijn onvoorstelbare dromen die nu zijn uitgekomen.”

Kerr: “Ik hoorde het Concertgebouworkest voor het eerst via de plaat van Strauss' Also sprach Zarathustra met de soli van Krebbers, daarna via de plaat van Brahms' Vioolconcert met Henryk Szeryng als solist. De video van het orkest met Carlos Kleiber in Beethovens Vierde en Zevende is een van mijn favoriete opnamen. Het is het orkest waarvan ik altijd heb gedroomd. Ik kan niet zeggen hoe ongelooflijk dit is, al die geschiedenis, die traditie.”

Jaap van Zweden heeft bij het Concertgebouworkest nog nooit het Vioolconcert van Beethoven gespeeld. Wat is het favoriete repertoire van de nieuwe concertmeesters? Kerr: “Ik doe Mozart, Brahms, alles, het liefst Brahms. Maar Beethoven? Ik hou van het stuk, maar ik ben er bang van. Iedereen heeft een eigen mening, die 'authentiek' zou zijn. Ik speel het graag eerst thuis en doe het dan over een paar jaar, als er tenminste een dirigent is, die er net zo over denkt als ik.”

Koelman: “Ik heb zo'n veertig verschillende concerten bij professionele orkesten gespeeld, een aantal daarvan vaker of zelfs heel vaak. Ik heb geen vrees voor Beethoven, ik zou het heerlijk vinden.” Kerr: “Ga je gang maar!”

Eigentijds repertoire ligt Koelman en Kerr wat minder dan het klassiek-romantische, maar Koelman geeft er wel veel les in, want zijn leerlingen willen dat juist. Kerr speelt toch ook veel eigentijdse muziek, beschouwt Lutoslawski als een geliefd componist, looft Fratres van Pärt. Koelman noemt Schnittke. Kerr: “Als je niet blijft leren, sterf je muzikaal.”

Kerr is voor het ondertekenen van zijn contract pas voor de derde keer in Amsterdam. Rudolf Koelman keert na dertien jaar terug naar eigen land. Toen hij vertrok naar Zwitserland, waar hij begon als straatmuzikant, was hij hier werkloos, ondanks een opleiding bij Jascha Heifetz. Hij kreeg bijstand en de Sociale Dienst in Amsterdam raadde hem aan zich te laten omscholen: 'Die viool is niks.' “Inmiddels heb ik geen wrok meer en uiteindelijk kreeg ik toch heimwee. Dat ik nu in deze positie terugkeer is ongelooflijk.”