KNVB in defensief gedrongen in strijd om tv-rechten

AMSTERDAM, 9 NOV. Het gerechtshof in Amsterdam heeft de bordjes drastisch verhangen in de strijd van Feyenoord tegen de KNVB over de uitzendrechten. Ogenschijnlijk zag het er florissant uit voor de voetbalbond. De Rotterdamse club was al weggestemd toen zij samen met Ajax als enige bezwaar maakte tegen het exclusieve contract van de KNVB met Sport7.

De juridische bezwaren die Feyenoord in maart in een kort geding tegen het collectieve mandaat in stelling bracht, werden door de president van de Utrechtse rechtbank stuk voor stuk afgewezen.

Ondanks dit riant verloop van de gebeurtenissen moet bij het KNVB-team toch al twijfel hebben geknaagd. Terwijl het hoger beroep tegen de Utrechtse uitspraak bij het gerechtshof in Amsterdam nog onder de hogere rechter was, kondigde de KNVB eerder deze week alvast een nieuw kort geding aan om de Rotterdamse medewerking met Sport 7 daadwerkelijk af te dwingen. Het is niet gebruikelijk een hogere rechter zo opzichtig voor de voeten te lopen. Het Amsterdamse hof vervroegde de uitspraak en verwees de strijdende partijen gisteren resoluut terug naar de onderhandelingstafel.

Daar is de KNVB nu in het defensief. Haar beroep op statuten en reglementen is volgens het hof te algemeen om doorslaggevend te zijn. Door toe te treden tot de bond hebben de clubs geen “blanco volmacht” gegeven aan het bestuur in kwesties als de uitzendrechten. Het hof bleek ook niet onder de indruk van het argument dat het contract van de KNVB met Sport7 alleen maar in het verlengde ligt van de inmiddels gegroeide praktijk. De KNVB heeft voorheen toch ook namens het hele betaald voetbal gecontracteerd met de NOS? De Amsterdamse rechters vinden echter dat hierbij zoveel voorbehouden golden dat het niet zonder meer mogelijk is de lijn uit het (NOS)-verleden gewoon door te trekken naar het tijdperk van Sport7.

De televisierechten behoren volgens het Amsterdamse hof in beginsel toe aan de thuisspelende club. Dit oordeel sluit aan bij een eerdere ronde van het gevecht om de uitzendrechten toen de NOS ruimte voor vrije nieuwsgaring - zonder verplichte vergoeding - opeiste van de KNVB. De Hoge Raad verbond toen het recht van het betaald voetbal om een vergoeding van de omroep te bedingen aan de eigendoms- en gebruiksrechten op de stadions. En die berusten bij de clubs. Op zichzelf sluit dat niet uit dat de clubs de KNVB belasten met de exploitatie van de rechten, maar het is duidelijk dat het “stadionrecht” een aardig opstapje vormt voor de thuisclub.

Toch is het te vroeg om te zeggen dat de KNVB het tegen Feyenoord heeft afgelegd. Het Amsterdamse hof waarschuwt dat een nadere belangenafweging alsnog kan uitvallen in het voordeel van de gezamelijkheid. Het hof houdt zijn eindoordeel daarover aan om de partijen gelegenheid te geven alsnog tot een vergelijk te komen. Pressie om tot een schikking te komen is een klassiek instrument van de rechter in kort geding (overigens vooral in de Rotterdamse school van de rechtspraak). Het aanhouden van de beslissing fungeert tegelijk als een zwaard van Damocles boven het door de KNVB aangekondigde kort geding, dat ook werd ingetrokken. Een hof is ook hoger dan een rechtbank.

De sleutel tot een mogelijke ontknoping zit wellicht in de kanttekening van het Amsterdamse hof dat het belang van Feyenoord bij de televisierechten niet in de laatste plaats financieel van aard is. In maart merkte de Utrechtse rechtbankpresident al op dat het Feyenoord kennelijk niet zozeer gaat om het zelfbeschikkingsrecht over de tv-rechten als zodanig maar vooral om de door de KNVB vastgestelde verdeelsleutel voor de opbrengsten van de centrale exploiatie van de omroeprechten. Een zak met geld kan dan een heel eind uitkomst bieden. Tenzij de andere clubs op hun beurt gaan steigeren.