Irrigatie belangrijk ondanks de bijeffecten

Irrigatie is lang een soort wondermiddel geweest in de landbouw. In ontwikkelingslanden werden daarmee produktiestijgingen bereikt van honderd tot vierhonderd procent. Maar irrigatie heeft ook veel negatieve bijeffecten gehad. En, een veel groter probleem, het water raakt op.

De resultaten van irrigatie zijn indrukwekkend. Bijna veertig procent van de wereldvoedselproduktie komt van de zeventien procent van de landbouwgrond die wordt besproeid. Geïrrigeerde landbouw is veel produktiever dan niet-geïrrigeerde. Gemiddeld is de opbrengst zeker twee keer zo hoog.

Van alle continenten is Azië het verst gevorderd. Irrigatie is daar van levensbelang voor de voedselvoorziening. Tachtig procent van de voedselproduktie van Pakistan komt voor rekening van geïrrigeerde gebieden. In China is dat zeventig procent, in India en Indonesië vijftig procent.

Daarom zijn in Azië forse produktiesprongen door irrigatie van meer gebieden moeilijk denkbaar. In dat continent ligt de nadruk op verbetering van de bestaande projecten. In Afrika is daar wel ruimte voor. Slechts tweederde van de landbouwgrond die voor irrigatie geschikt is wordt ook daadwerkelijk besproeid. Zeventig procent van de bevolking woont op het platteland. En die worstelt met het feit dat zij slechts op acht procent van de landbouwgrond enige vorm van controle over de watervoorziening heeft.

Controle is hier het sleutelwoord. Het Amerikaanse continent heeft nauwelijks waterproblemen, en in Afrika als geheel is in het jaar 2000 nog altijd meer water per hoofd van de bevolking beschikbaar dan in Azië of Europa. Maar het regent vaak te vroeg, of te laat, of te veel in één keer. “Als we in Afrika niet investeren om betere controle te krijgen over de watervoorziening, is geen vooruitgang denkbaar”, zegt Jacques Diouf, directeur-generaal van de FAO. “Bidden om regen is geen landbouwbeleid.”

Op veel plaatsen in Afrika, zoals langs de Middellandse Zee of in Oost-Afrika, is water schaars. Veel mogelijkheden voor meer irrigatie zijn daar niet. In de strijd om water verliest de landbouw het vaak van de steden en de industrie. Een kubieke meter water levert in de industrie veel meer op dan in de landbouw.

Maar ook elders wordt water schaars. Tot nu toe komt ongeveer tweederde van de waterconsumptie voor rekening van de landbouw. Door de bevolkingsgroei, door de stijging in het watergebruik in de industrie en door vervuiling zullen boeren steeds minder water tot hun beschikking krijgen.

Water is een eindig produkt. Zeewater zoet maken is technisch wel mogelijk, maar zeer kostbaar. Tarwe die op die manier wordt geïrrigeerd is vijf keer duurder dan gemiddeld op de wereldmarkt. De aanleg van nieuwe grootschalige irrigatiewerken door de bouw van stuwdammen is niet haalbaar. Op de plaatsen die daarvoor geschikt zijn is dat al gebeurd, en in andere gebieden waar het technisch ook mogelijk is zou de schade voor het milieu te groot zijn.

Deze ontwikkelingen zullen de landbouw dwingen tot een andere aanpak van irrigatie. Er wordt erg veel water verspild. Dat kan oplopen tot zestig procent. De oorzaken daarvan zijn lekkende leidingen en gebrekkige apparatuur, maar ook een verkeerde toepassing. Vaak wordt op verkeerde momenten geïrrigeerd, zodat het water verdampt zonder dat de gewassen er iets aan hebben.

Bovendien zal veel beter op de gevolgen voor het milieu moeten worden gelet. Als de afvoer slecht is, worden de zouten in de bodem niet meer weggespoeld. De grond verzilt, en na een paar jaar wil er niets meer groeien. In China en Pakistan lijdt meer dan twintig procent van de geïrrigeerde gebieden aan verzilting.

Een tweede negatief effect is de vermenging van grond- en oppervlaktewater. Door irrigatie stijgt het niveau van het grondwater en komen zouten uit diepere bodemlagen verder naar boven.

In bijna de helft van de geïrrigeerde gebieden is de opbrengst gedaald door deze twee oorzaken, soms met vijftig procent. Ieder jaar raakt ongeveer evenveel land door slechte irrigatie ongeschikt voor verdere landbouw als er nieuw geïrrigeerd land bijkomt.

Ondanks deze negatieve bijeffecten, die irrigatieprojecten een minder goede naam hebben gegeven in het ontwikkelingswerk, gelooft de FAO heilig in irrigatie. De vervuilde gebieden kunnen worden schoongemaakt. Door betere irrigatiemethodes en investering in kleinschalige projecten is nog veel vooruitgang te boeken. De VN-organisatie voorspelt dat de helft tot tweederde van de produktiestijging in de komende decennia wordt bereikt op geïrrigeerde grond.

“Zonder irrigatie is geen groene revolutie denkbaar”, zegt Diouf. Een bijkomend voordeel van irrigatie is dat de beschikbare goede grond optimaal wordt gebruikt. Dat heeft ook een gunstig effect op het milieu: op deze manier worden boeren weggelokt van heuvelachtiger of minder vruchtbare terreinen. (M.L.)