Internationale erkenning voor 'ongewenst kind'; Premier Slovenië hoopt op verlenging mandaat

In de reeks parlementsverkiezingen van deze herfst in Oost-Europa is morgen Slovenië aan de beurt. Anderhalf miljoen Slovenen kiezen uit 1.292 kandidaten van 23 partijen een nieuwe Drzavni Bor (Nationale Vergadering) met 90 zetels, waarvan er twee voor de Hongaarse en Italiaanse minderheden zijn voorbehouden.

De regerende Sociaal-Liberale Partij LDS van de Sloveense premier Janez Drnovsek kan de verkiezingen van morgen met vertrouwen tegemoet zien: volgens de peilingen wordt ze opnieuw de grootste partij. De oppositie heeft het ook niet makkelijk: het gaat Slovenië goed, althans beter dan de meeste Oosteuropese landen. Niet voor niets zit Slovenië met Polen, Hongarije en de Tsjechische Republiek in de onofficiële 'kopgroep' van Oosteuropese kandidaten voor het EU-lidmaatschap.

Met een per capita BNP van bijna tienduizend dollar in 1995, een stabiele munt, een dalende werkloosheid, dalende overheidsuitgaven, een groeiende economie en veel internationale lof voor de hervormingen steekt Slovenië gunstig af bij de meeste andere ex-socialistische landen. Slovenië, zei president Milan Kucan in juni niet zonder reden op de vijfde verjaardag van de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring, was in 1991 “het ongewenste kind van Europa”, maar is er in vijf jaar in geslaagd “internationale erkenning af te dwingen en een normaal leven op te bouwen.”

En toch bedriegt dat beeld, althans: een beetje, omdat de gemiddelde Sloveen geen boodschap heeft aan de gunstige vergelijkingen met andere landen, maar eerder kijkt wat er in zijn eigen huishouding gebeurt. En het mag goed gaan met het land, dat betekent niet dat die gemiddelde Sloveen het makkelijk heeft. De inflatie is met bijna tien procent nog hoog, en hoger dan de zes procent die Drnovsek begin dit jaar in het vooruitzicht had gesteld. Datzelfde geldt voor de werkloosheid van 13,5 procent. Eerder dit jaar heeft een reeks van stakingen Drnovsek gedwongen zijn straffe monetaire beleid te versoepelen.

Ook politiek heeft Drnovsek het niet altijd makkelijk. De premier (die voor de desintegratie nog president van het vroegere Joegoslavië is geweest) heeft de afgelopen maanden met een minderheidskabinet geregeerd, nadat zijn oorspronkelijke coalitieregering tot twee keer toe zware averij opliep. Begin dit jaar nog leidde Drnovsek een coalitie van zijn LDS met de ex-communistische Verenigde Lijst van Sociaal-Democraten (ZLSD) en de christen-democratische SKD. In januari liepen de ex-communisten weg, nadat Drnovsek een van hun ministers had ontslagen wegens een dubieuze transactie met een Russisch bedrijf. In mei brak Drnovsek ook met de christen-democraten nadat die in het parlement een motie van wantrouwen tegen de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken hadden gesteund.

In het oude parlement bezet Drnovseks LDS dertig van de negentig zetels. Volgens de laatste peilingen kunnen de sociaal-liberalen morgen rekenen op ruim twintig procent van de stemmen, en worden ze opnieuw de grootste partij. Volgens de meest recente peilingen groeit de aanhang van de LDS zelfs snel. De christen-democraten (15 zetels in het oude parlement) en de ex-communisten (14 zetels) zouden volgens die peilingen blijven steken op elk rond zes procent. Vooral ex-communisten hebben het moeilijk gehad in hun campagne: ze hebben drie van de afgelopen vier jaar in de regering gezeten en het laatste jaar in de oppositie. Ze kunnen Drvovseks regeringsbeleid dus noch ondersteunen, noch overtuigend aanvallen. Bovendien spreekt het communistische verleden van de ZLSD jonge kiezers niet aan.

De centrum-rechtse Volkspartij SLS, de partij van de Sloveense boeren die morgen met bijna tien procent van de stemmen de tweede partij van het land zou kunnen worden, heeft zich met de christen-democraten en de rechtse (volgens velen extreem-rechtse) sociaal-democratische partij SDS van ex-minister van Defensie Janez Jansa (acht procent in de peilingen), aaneengesloten in een verkiezingsblok 'Sloveense Lente'. Volgens de peilingen komen deze partijen samen uit op rond een kwart van de stemmen, maar de peilingen geven slechts een relatieve indicatie, omdat bijna de helft van de kiezers zijn keus nog niet heeft bepaald. De meest waarschijnlijke regeringscombinatie na de verkiezingen is een coalitie van de sociaal-liberalen van Drnovsek, de christen-democraten en de centrum-rechtse Volkspartij.

De groeiende aanhang van extreem-rechts baart sommigen zorgen. Het Sloveense nationalisme dat in 1991 leidde tot de uitroeping van de onafhankelijkheid was betrekkelijk mild en ongestructureerd. De Slovenen haatten de Servische dominering van de oude federatie, maar bouwden geen eigen nationalistische ideologie op, zoals de Kroaten wel deden: ze wilden simpelweg met rust worden gelaten, reden voor de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in Belgrado, Warren Zimmerman, om van een Sloveens 'Greta-Garbo-nationalisme' te spreken.

    • Peter Michielsen