Internaat geeft Turkse jongens perspectief

ROTTERDAM, 9 NOV. Fatih is elf jaar, komt uit Maastricht en wordt later chirurg. Daar is hij van overtuigd, want hij heeft op zijn rapport een 10 voor Nederlands en een 9 voor biologie. Fatih is één van de 55 Turkse jongens die in het Rotterdamse internaat Het Centrum woont.

“Hier leer je dat huiswerk maken belangrijk is; ik ben het zelfs leuk gaan vinden. Als ik thuis zou wonen, zou ik de hele middag maar buiten spelen.”

Het Centrum is acht jaar geleden op initiatief van de Turkse gemeenschap in Rotterdam opgezet voor kinderen wier ouders niet hen adequaat kunnen opvoeden. Voornaamste functie van het internaat is de kinderen één of twee jaar goed te begeleiden. Het middagprogramma bestaat uit intensieve huiswerkbegeleiding, sport en televisie kijken.

Er heerst geen strak, maar wel een gedisciplineerd regime, vertelt de 13-jarige Hanifi. “We moeten om tien uur in bed liggen, en twintig minuten later moet het stil zijn.” 's Ochtends is er, stipt om kwart over zeven, een gezamenlijk ontbijt, ook voor degenen die het eerste uur op school vrij hebben. “En we moeten ons eigen bed opmaken”, klaagt Hanifi. “Dat was ik niet gewend.”

“De meeste ouders die hier aankloppen hebben het beste met hun kind voor, willen niet dat het verloedert, maar weten niet hoe ze dat moeten aanpakken”, vertelt projectleider A. Erdal. Vaak hebben zij zelf een gebrekkige opleiding, leven van een schamel inkomen en hebben een nare ervaring met een ander kind dat onhandelbaar is.

Het internaat draait volledig op de inzet van ruim dertig vrijwilligers en, financieel, op de ouderlijke bijdrage van 350 gulden per maand. De ouders betalen graag. Erdal: “Ze permitteren zich wat minder luxe, als hun kind maar goed wordt opgeleid.” Turken uit het hele land komen naar Het Centrum.

Het Rotterdamse internaat past in het plan van Tweede-Kamerlid Rabbae (GroenLinks) om allochtone jongeren beter op te vangen. Het Centrum noemt Rabbae een variant van de internaten die hij voorstaat. Het meest effectief is volgens hem een “volledig schoolinternaat”. De kinderen volgen dan onderwijs in het internaat. “We moeten zorgen dat allochtone jongeren niet afglijden in de maatschappij”, zegt Rabbae. Dat gevaar bestaat, want uit cijfers blijkt dat allochtone jongeren, met name die van Marokkaanse afkomst, veel vaker met justitie in aanraking komen dan de Nederlandse jeugd. Naschoolse opvang is cruciaal, meent het Kamerlid. Hij vindt dat het kabinet hier geld voor moet uittrekken. Is Rabbae niet bang dat 'categorale' internaten de integratie bemoeilijken? Nee, zegt hij resoluut, want als allochtonen opgroeien onder normale omstandigheden, hebben zij meer kans van slagen in de maatschappij en dan komt de integratie vanzelf.

Zo denken ze er in Utrecht ook over. Daar loopt sinds anderhalf jaar het Gevel-project. Tien Marokkaanse 'probleemjongeren' krijgen in de achterstandswijk Lombok een intensieve naschoolse opvang. De Gevel is niet alleen een huiswerkklas. “We brengen hen hier ook sociale en communicatieve vaardigheden bij”, vertelt K. van 't Erve van de stichting welzijn Utrecht-West. “Als zij leren op een normale manier met elkaar om te gaan, dan kunnen ze dat later ook met anderen.”