Houterige premier India is een doener

Een koele pragmaticus. Dat is de reputatie van de premier van India, Gowda. Toch huilt de boerenzoon uit de zuidelijke deelstaat Karnataka als hij terugdenkt aan de ellende van veel mensen in zijn omgeving tijdens zijn jeugd. En hij heeft een grote passie: de politiek.

NEW DELHI, 9 NOV. Wanneer de Indiase premier, Hardanahalli Doddagowda Deve Gowda, op een doordeweekse ochtend een deftige vergaderzaal in het imposante labyrint van regeringsgebouwen in New Delhi betreedt voor een ontmoeting met buitenlandse journalisten, oogt hij slecht op zijn gemak. Met een flauwe glimlach vouwt hij de handen ter begroeting en laat zijn logge, in een sober wit pyjama-achtig gewaad gestoken lijf op een stoel zakken.

Een gepolijste voordracht van India's politieke leider wordt het niet. In elke vraag lijkt hij een persoonlijke aanval te zien en nog voor de vragensteller is uitgesproken begint hij al met de verdediging. Midden in een vraag over de gevolgen van een recente reeks corruptieschandalen kaatst Gowda terug: “Welk land is vrij van corruptie? Wek niet de indruk dat de corruptie alleen welig tiert in India!” Om zijn woorden kracht bij te zetten herhaalt hij die een paar keer en slaat eens stevig met de vlakke hand op tafel.

De 63-jarige premier spreekt een hees, moeilijk verstaanbaar Engels en maakt zelden zijn zinnen af. In afwachting van een volgende vraag trommelt hij rusteloos met zijn vingers op het tafelblad om vervolgens uit te varen naar enkele bediendes die bedeesd met enkele verfrissingen in een hoek van het vertrek staan te wachten: “Hé, waarom schenken jullie de koffie niet in? Laat mij mijn gastvrijheid eens tonen.”

Gevraagd of de huidige coalitie van linkse en regionale partijen als ook zijn eigen opkomst wijzen op een verschuiving in het machtsevenwicht tussen New Delhi en de deelstaten, valt Gowda de vragensteller opnieuw ruw in de rede met een wedervraag: “Is in Amerika de president niet een vroegere gouverneur van een deelstaat? Mag een deelstaatpremier dan niet premier van India worden?”

Het is makkelijk Gowda op grond van zijn weinig gestroomlijnde presentatie te onderschatten. Vergeleken bij de elegante Jawaharlal Nehru, diens dochter Indira en kleinzoon Rajiv en zelfs bij de saaie maar erudiete Narasimha Rao, steekt zijn houterigheid schril af. Toch heeft de boerenzoon uit de zuidelijke deelstaat Karnataka, die dit voorjaar zeer onverwachts tot premier werd gebombardeerd, het al langer uitgezongen dan menigeen had voorspeld. En na vijf maanden aan het hoofd van een minderheidskabinet, dat uit liefst dertien partijen bestaat, wijst niets erop dat hij spoedig het veld moet ruimen.

In hoeverre dat aan hemzelf is te danken, is een open vraag. De vroeger zo machtige Congrespartij van oud-premier Rao, die de laatste maanden wordt achtervolgd door een niet aflatende reeks corruptieschandalen, wenst in deze tijd van rampspoed in geen geval nieuwe verkiezingen. Ze zal daarom in het parlement de mat niet snel onder Gowda's voeten wegtrekken. Die omstandigheid vergemakkelijkt Gowda's taak aanzienlijk.

De premier heeft zelf intussen echter niet stilgezeten. Zoals hij zelf al in een van zijn eerste toespraken in het parlement suggereerde, is hij meer een doener dan een denker. “Vloeiend Engels of Hindi spreken, zal de problemen van dit land niet oplossen”, verklaarde hij, een snier naar critici die zich vrolijk maakten over zijn Engels en het feit dat hij geen Hindi sprak, de voornaamste taal uit Noord-India. Hij hield de geachte afgevaardigden verder voor dat het voor de Indiase democratie pleitte dat een nederige boerenzoon als hij nu de natie mocht leiden.

De premier koestert zijn bijnaam dharti ke lal (zoon van de grond) als een eretitel. Hij put zich uit in initiatieven voor het platteland. Een nieuw fonds voor projecten op het gebied van infrastructuur hier, een fonds voor gezondheidszorg op het platteland daar. In de dorpen woont nog altijd ruim tweederde van India's meer dan 900 miljoen inwoners en er vallen dus zeer veel stemmen te winnen voor een politicus als Gowda, die voor zijn plotselinge komst naar Delhi buiten Karnataka nauwelijks bekendheid genoot.

Maar het is zeker niet louter electoraal opportunisme, dat Gowda drijft tot daden voor de dorpelingen. Hoewel zijn eigen ouders relatief welgesteld waren en tot de hogere kaste van de Vokkaliga's behoorden, was hij in zijn jonge jaren omringd door armoede. Zijn jeugd heeft hem diepgaand beïnvloed. Ook nu nog kan hij soms naar eigen zeggen de slaap niet vatten, als hij terugdenkt aan het miserabele lot van veel mensen in zijn omgeving. Sterker nog: in de beslotenheid van zijn slaapkamer biggelen dan dikwijls de tranen over de wangen van de premier.

Tijdens een van zijn vele reizen week Gowda onlangs in Uttar Pradesh af van zijn programma en ontdekte dat de armen door toedoen van corrupte functionarissen minder suiker kregen dan waarop ze recht hadden. Woedend barstte hij uit tegen de lokale ambtenaren: “Wij leven van het zweet van deze mensen. Jullie zouden allemaal het hoofd moeten laten hangen van schaamte.”

Gowda heeft slechts één passie in zijn verder zeer sobere, om niet te zeggen ascetische leven: de politiek. Zestien jaar geleden is hij voor het laatst naar de bioscoop geweest, vermoedelijk een unicum in het filmgekke India. Vroeger luisterde hij naar muziek, nu gunt hij zich daar de tijd niet meer voor. Hij eet weinig en louter vegetarisch. Zijn lievelingsgerecht is gierstepapballen, het volksvoedsel in het zuiden van Karnataka. Voorts hecht hij, zoals de meeste zuiderlingen, veel waarde aan astrologisch advies.

Een niet onaanzienlijk deel van zijn achttien- tot twintigurige werkdag is Gowda in touw om het draagvlak van zijn wankele regering te verbreden, meestal in achterkamers tijdens onderonsjes met andere politici, waarbij hij zich beduidend meer op zijn gemak voelt dan bij ontmoetingen met intellectuelen of lastige journalisten. Vriend en vijand roemen de zorgvuldige manier waarop hij zijn persoonlijke contacten met politici van allerlei snit cultiveert.

Maar daar laat hij het niet bij. De ambtenaren in zijn kantoor, die de afgelopen jaren gewend waren geraakt aan de aarzelende, weinig daadkrachtige stijl van Gowda's voorganger Narasimha Rao, merken dat de dossiers nu veel sneller worden afgehandeld dan voorheen. Hij mag af en toe tijdens overleg eens wegsluimeren door slaapgebrek, niets belangrijks ontgaat hem. Hij heeft bovendien een geheugen als een olifant.

Hoewel zelf afkomstig uit een linkse partij, de Janata Dal, die sceptisch stond tegenover de economische liberalisering van de afgelopen jaren, heeft de realist Gowda die nadrukkelijk omhelsd. “We hebben de eerste vier maanden al meer dan 500 projecten voor buitenlandse investeringen goedgekeurd”, hield Gowda de buitenlandse journalisten vorige week keer op keer voor om te tonen hoezeer zijn regering bereid is de buitenlanders ter wille te zijn.

Desondanks is het tempo van de economische groei afgenomen. Bedroeg die vorig jaar 6,5 procent, dit jaar zal die op zijn best op 6 procent uitkomen. Dit heeft te maken met een zeker wantrouwen van de zakenwereld jegens de huidige coalitie, waarin partijen zitten die tot voor kort heilig geloofden in de weldadige invloed van staatsbemoeienis met de economie. Ook dragen deze partijen de machtige vakbonden een warm hart toe. Verder bestaat er enige bezorgdheid over het begrotingstekort, mede omdat de regering-Gowda er een handje van heeft kwistig met feestpaketten voor deelstaten te strooien.

Veel critici verwijten Gowda een gebrek aan visie. Hij zou niet in staat zijn over de grenzen heen te kijken van de provinciale politiek, waarin hij groot is geworden, en te zeer zijn belust op kortetermijnsuccesjes. Voor India's belangen op langere termijn zou hij daarentegen onvoldoende oog hebben. Weinigen zullen hem beschouwen als een visionair staatsman en ook Gowda zelf zal daarop waarschijnlijk geen aanspraak maken.

Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat in het huidige wankele coalitiekabinet ook geen ruimte is voor zulke visies. De belangen van alle partijen lopen te zeer uiteen om hen voor grote nieuwe initiatieven op één noemer te krijgen. Een koele pragmaticus en bruggenbouwer als Gowda is in die omstandigheden vermoedelijk het beste waar India op mocht hopen.

    • Floris van Straaten