HET JACHTINSTINCT VAN EEN WILDEMAN

Vinnie Jones wordt graag de hardste voetballer van Engeland en omstreken genoemd. Zijn tackles zijn bloedstollend, zijn straflijst is lang. Vanavond speelt de 31-jarige kleinzoon van een Welshman met Wales tegen Nederland. Jones is een wildeman op het veld en een natuurmens erbuiten. Een man om te zoenen.

Midden op het trainingsveld staat een voetballer in een roodzwart voetbalbroekje en een roodzwarte ijsmuts op zijn hoofd. Hij heeft een bal in zijn handen en probeert die zo hoog mogelijk boven zijn hoofd te schoppen. Wanneer de bal daalt, kruipt hij eronder en laat hij hem op zijn gemutste hoofd vallen. Hij schreeuwt als een kind en rondom hem juichen andere voetballers hem toe alsof zojuist een wonder is geschied. De voetballer herhaalt het kunststukje nog een paar keer en loopt dan met de handen in triomf omhoog naar de eerste tv-camera die hij tegenkomt. Hij trekt de muts van zijn hoofd, wrijft over zijn hoofd, pakt de microfoon uit handen van de tv-verslaggever en zegt: “Hello, I'm Vinnie Jones. I'm fine. How are you?”

De tv-journalist is verbouwereerd, probeert nog een vraag te stellen, maar krijgt daarvoor de kans niet. Jones is al op weg naar de volgende camera en microfoon waar hij dezelfde zin uitspreekt. In vraaggesprekken voor de televisie heeft hij vandaag geen zin. Hij zet zijn muts op het hoofd van een klein meisje dat in het shirt van FC Wimbledon is gehuld, en kust haar. Op haar rug staat K. Jones. Ze heet Kaley Jones, ze is Vinnie's dochter en met haar vader en twee vriendinnetjes op deze vrije dag mee naar het trainingsveld gekomen. Jones gaat op een muurtje zitten, pakt mijn taperecorder en zegt: “I love you darling”. De meisjes lachen, Jones lacht en alle omstanders lachen, totdat Jones stopt met lachen. Want dan stopt iedereen met lachen.

Hij heeft een woeste blik in zijn ogen als schoorvoetend de eerste vraag wordt gesteld. Hij vertelt dat hij die roodzwarte muts en die roodzwarte broek van zijn kledingsponsor Lotto heeft gekregen. Ze behoren tot de trainings-outfit van AC Milan, zijn favoriete club. “Ik draag altijd een muts bij de training omdat ik goed wil zweten”, zegt hij en hij wrijft over zijn hoofd, “dat is goed voor mijn hersens.” Dus niet omdat hij zoveel ballen kopt op de training? “Misschien ook wel. Want ik kop graag. Ik ben een goede kopper. Als ik een bal zie wil ik koppen. Ik val die bal aan met mijn hoofd alsof ik een kopstoot geef naar een denkbeeldige tegenstander.”

Hij kijkt nog steeds woest, trekt gekke bekken naar zijn dochter en kijkt weer woest. Hij praat snel en snibbig, met een Londense tongval. Ja, hij speelt tegen Nederland zijn vijfde interland voor Wales. “Ik ben geboren in Watford, Londen, maar de vader van mijn vader komt uit Ruthin in Noord-Wales. Daarom mag ik voor Wales spelen. Mijn vader is daar ook geboren, maar hij is later naar Londen verhuisd. Ik ken Ruthin wel, ik ben er eens geweest om mijn grootvader te bezoeken. Mooie streek, leuke mensen. Ik verstond ze alleen niet. In Wales spreken ze geen Engels zoals ik. Natuurlijk ben ik trots voor Wales te mogen spelen. Zo krijg ik de kans me te onderscheiden. Ik heb nu vier caps in mijn huis aan de muur hangen. Onder de eerste hangt het shirt van Stoitsjkov van Bulgarije. Die was zeer vereerd met mijn shirt. Dus gaf hij mij zijn shirt.”

Plotseling stopt de waterval van woorden. Het is een verhaal dat hij uit zijn hoofd kent en vertelt alsof het voor de honderdste keer is. Zijn gezicht staat op afweer. Hij weet dat de vragen over zijn reputatie van 'hardste voetballer van Engeland en omstreken' onvermijdelijk zijn. Maar hij draait er niet om heen. Weer het clichématige antwoord: “Ik ga er altijd honderd procent in. Ik wil de bal veroveren. Soms neem ik een tegenstander mee in het vuur van de strijd, soms vindt de tegenstander het goed, soms niet. Ik laat me gaan, ik wil geen controle over mezelf, ik ga voor de bal, voor mijn team, ik wil winnen. Ja, ik ben twaalf keer uit het veld gestuurd. So what? De laatste keer tegen de Spurs. We stonden bijna onderaan met Wimbledon. Ik dacht: we gaan er tegenaan, we moeten winnen. Krijg ik twee keer geel wegens twee zware tackles. Niets aan de hand. Ik speel met vuur, met agressie en passie. Soms ga ik te ver en word ik gestraft. Maar that's all in the game.”

De automatische piloot wordt uitgeschakeld. Zijn gezicht krijgt mildere trekjes als hij vertelt over de slechte reputatie. “Wat ik ook doe, mijn reputatie kan ik niet meer veranderen. Sinds tien jaar sta ik bekend als een zware jongen in het veld. Het is niet leuk. Maar het is zo. Ik speel mijn spel en we winnen. Ik hou van voetbal. Ik hou van agressie op het veld. We zijn geen fucking women.” Hij schrikt van zijn taalgebruik en verontschuldigt zich tegenover zijn dochtertje. “Sorry, it's your daddy's passion, love.”

Dan staat hij op, neemt zijn dochter bij de hand, loopt weg en roept: “Wil je thee?” In de kantine wordt hij omhelsd door de dames van de bar en van de wasserette. Hij pronkt met zijn dochter en de voetballers van Wimbledon roepen in koor: “Hé, lady Jones is here.”

Jones draait zich om. Hij zal nu eens de vragen stellen. “Ruud Gullit zei vorige week tegen me dat ik populair ben in Holland. Ze zijn gek op me. Is dat zo?” Hij vertelt dat hij een paar jaar geleden bij aankomst op het vliegveld in Bulgarije door duizend mensen werd begroet. Iedereen wilde zijn handtekening, iedereen wilde hem wat vragen. Naast hem had Ryan Giggs gezeten, de ster van Wales, alleen, niemand had hem iets gevraagd. Het antwoord dat Jones meer een slechte naam heeft dan een goede naam in Nederland, laat hem onverschillig. De opmerking dat het Nederlandse voetbal voornamelijk 'grijze muizen' telt doet hem vragend kijken. “Grey mice? Oh, geen characters, geen persoonlijkheden.”

Hij wil weten met welke tegenstander hij vanavond tegen het Nederlands elftal wordt geconfronteerd. En wie de beste speler van Nederland is. Hij hoopt op Bergkamp, een nette voetballer vindt hij. “Als Dennis het netjes vraagt, kan hij na afloop mijn shirt krijgen.” Jones lacht. Hij probeert aardig te zijn en reikt een kop thee aan en een schaal sandwiches. Als een oude man, die de voorzitter van Wimbledon blijkt te zijn, hem een hand geeft, zegt Jones: “I wished you were my father, old chap.”

Buiten het veld is Vinnie Jones de slechtste niet. In het veld is het beter hem uit de weg te gaan. Vier jaar geleden werd hem gevraagd aan een film mee te doen over de harde praktijken van een profvoetballer. In Soccer's Hard Men toonde hij hoe meedogenloos en smerig hij tegenstanders aanviel. De vertoning kwam Jones op een fikse boete te staan en een schorsing van een half jaar. In Dublin beet hij eens verslaggever Ted Oliver van de Daily Mirror in zijn neus totdat het bloed eruit spoot. En zo zijn er nog een paar heldendaden die straks op de grafsteen van Vinnie Jones gegrift zullen staan.

Zijn afkomst verloochent hij niet. Met de blik van een dominee in zijn ogen vertelt hij over de misstanden in Engeland. Hoeveel armoe vrienden van vroeger nog hebben, dat ze zich kapot werken om vrijdags een pint te kunnen drinken en zaterdags naar het voetbal te gaan. Hij werkte vroeger in de bouw, toen hij nog in de jeugd van Wimbledon voetbalde. Hij stond op de tribune van Watford en de Spurs en schreeuwde om doelpunten en strijd, net zoals de mensen nu. “Voetbal is voor mensen als mijn vrienden een uitlaatklep. Ze willen altijd strijd. Als er niet wordt gewonnen, is het niet erg. Maar er moet wel gestreden worden. Voor elke bal. Die bastards die hun zakken vullen met mooi spel weten niet wat voetbal betekent. Voetbal is geen kunst, voetbal is strijd en emotie.”

Afgelopen voorjaar was hij op uitnodiging in Amsterdam voor een bijeenkomst van de Europese Commissie die zich tot doel heeft gesteld de sport als gezonde bezigheid te bevorderen. Op de sessie werd aandacht besteed aan het geweld in de sport. Eenmaal in het hotel werd Jones te verstaan gegeven dat hij niet welkom was. “Mijn uitnodiging was een vergissing geweest, zei iemand die de Nederlandse minister van sport vertegenwoordigde.” Jones krijgt weer die woeste blik. “Mijn manager Steve Davis en ik moesten het hotel uit. We zijn gebleven, mochten het congres bijwonen, maar ik moest wel mijn mond houden. Een toespraak waarvoor ik was uitgenodigd mocht ik niet houden. Ik begrijp het wel, een man met mijn reputatie. Maar vind je het niet hypocriet dat ik niet mag zeggen wat ik vind? Op het laatste moment werd mijn naam geschrapt.”

De naam Vinnie Jones wordt te pas en te onpas in verband gebracht met voetbalgeweld. Hij is een cultfiguur geworden, beseft Jones. “Ze profiteren van mijn reputatie. Vinnie Jones is handel. Zolang ik er niet slechter van word, is het goed. Vinnie Jones mag zijn leven niet beteren, want dat kost veel mensen geld, mij niet in het minst.” Zijn wilde gedrag is een pose geworden. Hij heeft er zelfs een chat-show op de commerciële tv-zender Sky aan overgehouden. Daarin heeft Jones tot nu toe Jack Charlton, Charlton Heston, Mickey Duff en Tony Adams ontmoet. “Het is mijn show, ik bedenk de vragen en ik laat de gasten in hun waarde. Vinnie Jones is de ster die andere sterren laat stralen.”

Als de televisie in de kantine te hard staat, vraagt Jones in brute termen het geluid af te zwakken. “You bloody lunies. Zien jullie niet dat ik in gesprek ben.” Is het vreemd dat hij eens werd gevraagd op Eton, de gerenommeerde kostschool, zijn visie op voetbal en het leven te geven? “Mensen genieten van mij. Dat is gevaarlijk. Want voordat je het weet, weet je niet meer wie je bent. Is het Vinnie Jones, de criminele voetballer of Vinnie Jones de gewone jongen uit Watford.”

Thuis in Hertfordshire is hij zichzelf. Met zijn (tweede) vrouw Tanya, die een harttransplantatie onderging, en zijn dochtertje geniet hij van de rust. Rondom hun boerderij lopen schapen, koeien, kippen en ganzen. In zijn jongenskamer hangt een foto van hem terwijl hij Paul Gascoigne tijdens een wedstrijd in zijn ballen knijpt (“Grote voetballers zijn het kwetsbaarst in hun ballen, daar zit hun ego.”). Verder hangen er foto's van hem tijdens jachtpartijen, vertelt hij. Schieten op wild is naast vissen zijn grootste liefhebberij. Van natuurfilms kan hij geen genoeg krijgen. “Mijn vader was vroeger jachtopziener. Als ik geen voetballer was geweest, was ik dat ook geworden. De natuur kent geen wetten. Daar leeft ieder wezen om te overleven. Voetbal beleef ik ook zo. Ik weet dat voetbal wat anders is, voetbal is slechts een manier van leven, om rijk mee te worden.”

Als hij door de bossen wandelt, denkt hij niet aan voetbal. Dan denkt hij terug aan het noorden van Zweden, waar hij als jonge voetballer van Wimbledon een jaar op uitleenbasis speelde. “Ik liep door de bossen, zwom in koude meertjes en voelde dat de wereld een grote rotzooi was. Soms denk ik weleens: was ik daar maar gebleven, ver van die fucking world. Meestal heb ik toch plezier in dit leven. Voetballen zoals ik wil, winnen en met Wimbledon toegejuicht worden. Ik heb bij Chelsea en Leeds gespeeld, maar Wimbledon is mijn club.”

Deze winter gaat hij een rol spelen in een film Lock, stock and smoking barrels. “Het is een droom van mij in een film te spelen. En het verdient. Eén keer in de week ga ik naar film. Theater daar hou ik van. Ik ben laatst ook naar ballet geweest. Mooi, geen agressie, sierlijke dans, kunst. Voetbal is geen kunst. Voetbal komt uit de natuur. De echte natuur is mooier en rustiger. Toen wij op de boerderij kwamen was het stil. Nu zingen er vogels.”

Is dat Vinnie Jones? De volgende dag speelt Wimbledon tegen Arsenal. Daar is een andere Vinnie Jones. Hard, scherp, meedogenloos, scheldend, schoppend, koppend en scorend - met een kopbal. Hij gaat voluit. Hij geniet als een losgeslagen paard. Hij laat zich toejuichen. Hij is een acteur die zich in zijn rol heeft ingeleefd. Hij wordt de hardste voetballer van Engeland en omstreken genoemd. Hij is het graag, hij koestert die rol. Hij heeft het jachtinstinct van een doldwaze voetballer.

    • Guus van Holland